IND tegen asiel voor kopstuk PKK

Het voornemen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om de asielaanvraag van PKK-kopstuk Nuriye Kespir af te wijzen is gebaseerd op vermoedens van haar betrokkenheid bij oorlogsmisdaden. Dit heeft een woordvoerder van de IND vanmorgen bevestigd.

Deze vermoedens zijn gerezen na een zogenoemd 1F-onderzoek naar haar rol in de strijd die sinds 1984 gaande is tussen het Turkse leger en de Koerdische arbeiderspartij PKK in Oost-Turkije, waarbij tot nu toe 36.000 mensen om het leven zijn gekomen.

Kespir, lid van de uit zeven mannen en twee vrouwen bestaande presidentiële raad van de PKK, probeerde op 28 september via Schiphol Nederland binnen te komen. Haar werd de toegang geweigerd, waarna ze ter plekke asiel vroeg. Volgens de woordvoerder van de IND kan haar de toegang tot Nederland ontzegd zijn omdat Kespir waarschijnlijk ,,niet over de juiste papieren'' beschikte. In afwachting van haar uitzetting werd zij overgebracht naar het zogeheten grenshospitium in Amsterdam, waar zij nog steeds verblijft.

De IND heeft het voornemen om de aanvraag af te wijzen aan de advocaat van Kespir bekendgemaakt. Die heeft nog de gelegenheid gekregen te reageren. Verwacht wordt dat de definitieve beslissing van de IND niet lang meer op zich laat wachten. Bij een afwijzing zal Kespir het land moeten verlaten.

Als het asielverzoek van Kespir definitief is afgehandeld, zal Turkije om de uitlevering van Kespir vragen, laat een woordvoerder van de Turkse ambassade in Den Haag weten. Nederland levert echter niet uit als er een kans bestaat dat de uitgewezen persoon de doodstraf krijgt opgelegd. Op lidmaatschap van een separatistische organisatie – en zo beschouwt Turkije de PKK – staat de doodstraf.

Kespir is het tweede vooraanstaande PKK-lid dat in Nederland asiel heeft aangevraagd. In 1999 probeerde een ander lid van de presidentiële raad, Murat Karayilan, dat ook. De IND wees diens verzoek destijds af. Karayilan werd niet overgedragen aan de Turken. Hij vertrok naar een onbekend gebleven land.

Het nationaal opsporingsteam voor oorlogsmisdrijven is op de hoogte van de aanwezigheid van Kespir en het onderzoek van de IND. ,,We hebben al wat inlichtingen ontvangen'', zegt een woordvoerster van het openbaar ministerie in Arnhem.

Turkije ziet de PKK als een terreurorganisatie. PKK-leider Öcalan is in Turkije veroordeeld tot de doodstraf. In Duitsland is de organisatie ook verboden, in Nederland echter niet. De Amerikaanse president Bush heeft de PKK na de aanslagen in september wel geplaatst op een lijst van terroristische organisaties.