In Noord-Afghanistan eten de mensen gras

Velen zijn gestorven. Meer mensen zijn ziek. Belegerd door de Talibaan en na jaren van droogte, zijn de inwoners van het Noord-Afghaanse dorpje Bonavash noodgedwongen overgegaan tot het eten van gras.

Bijna iedereen heeft diarree of een droge hoest. Veel dorpelingen zijn te zwak om te staan. Anderen kunnen hun huizen niet meer verlaten. Kinderen hebben zachte, ronde, opgezette buikjes. Wanneer de maagpijn ondraaglijk wordt, binden hun moeders er lappen omheen om te pijn enigszins te verzachten. Eén man is zo verzwakt dat hij zich niet meer kan bewegen. Vorige week werd hij blind.

,,We wachten op de dood. Als er niet snel voedsel komt, als de situatie niet verbetert, moeten we gras blijven eten... Tot we doodgaan'', zegt een 42-jarige man al hoestend. Hij heeft maagpijn en zijn darmen bloeden.

Bonavash is nog het meest toegankelijke dorp in het afgelegen berggebied Abdullah Gan, in het noorden van Afghanistan. In de regio wonen ongeveer 10.000 mensen. Veel van hen eten brood gemaakt uit gras en de paar gerstekorrels die er nog te vinden zijn. Bewoners van verder gelegen dorpen zijn er volgens hulpverleners nog veel ernstiger aan toe.

Ze beschrijven mensen die geen gerst meer hebben, maar louter gras eten. Hun buiken zijn hard als steen. Voor hun ogen sterven familieleden. ,,Als we niet binnen een maand hulp krijgen, dan zijn wij er ook zo slecht aan toe'', zegt Dawood, de bevelhebber van Bonavash.

Een humanitaire crisis speelt zich af in de regio. Voor duizenden Afghanen is het leven uitzichtloos. Een samenloop van natuurrampen en oorlogen heeft ervoor gezorgd dat de bewoners van Abdullah Gan afhankelijk zijn van regenwater en gras. De dorpen zijn te ver van een weg verwijderd, zodat hulpgoederen de mensen niet bereiken. Zakken tarwe bestemd voor Abdullah Gan zijn bovendien in het stadje Zari blijven steken. Per ezel zou het vierenhalf uur duren voor de tarwe Bonavash bereikt, nog langer voordat ook de andere dorpen worden bereikt.

Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties bracht eerder deze maand 1.000 ton voedsel naar Zari, maar vergat hulpverleners te vertellen dat de zakken waren aangekomen. Die kwamen er bij toeval achter, en proberen nu te bedenken hoe het voedsel kan worden verdeeld. Als dat niet snel gebeurt, zal het meel door regen of sneeuw bederven.

,,De hulporganisaties hebben in recordtijd voedsel naar Afghanistan gebracht, maar de distributie is een probleem'', bevestigt VN-woordvoerder Fred Eckhard. ,,Het is moeilijk het voedsel van de opslagplaatsen naar de dorpen te krijgen die het het meest nodig hebben.''

Daarbij komt dat verschillende wegen in handen zijn van krijgsheren. ,,Er zijn wegen waar we gewoon niet kunnen komen'', aldus Abby Spring, woordvoerster van het Wereldvoedselprogramma. ,,We hebben het eten, het geld, de vrachtwagens, maar niet de garantie dat we het veilig kunnen vervoeren.''

Iedere familie in Abdullah Gan heeft recht op drie zakken meel – goed voor drie maanden eten. Het kost bijna tien dollar om ezels te huren die de zakken over de bergen naar de dichtbijgelegen dorpen kunnen brengen. Om verder weg gelegen dorpen te bereiken, is meer geld nodig. ,,Om die dorpen van voedsel te voorzien, zijn voedseldroppings nodig'', zegt Ahmed Indrees Rahmani, een lokale hulpverlener.

Fatima zit voor haar huis en kookt gras. Als het zacht is geworden, mengt ze het met een kleine hand gerstekorrels en kneedt ze het geheel tot een deegje. Haar familie eet al bijna een jaar brood van gras en gerst. Twee van de kinderen zijn dood. ,,Dit is alles wat we hebben. We hebben geen olie, geen rijst, geen thee'', vertelt haar man Mir Hossin.

Hij was vóór de droogte boer en kon in goede jaren voor iedere 7 gram tarwe die hij plantte, 20 gram oogstten. De sneeuw van deze winter geeft hem een beetje hoop, maar hij wacht nu op zaad.

Khadabaksh heeft in de afgelopen maanden zijn drie geiten en ezel moeten verkopen. Toen het geld op was, is ook zijn familie gras gaan eten. Drie weken geleden stierven zijn vrouw en zijn jongste dochtertje. De twaalf overgebleven kinderen kauwen langzaam op groenbruine brokken. ,,Als het gras zachter is, in de zomer, gaat het iets beter met ons'', zegt Khadabaksh terwijl hij bezorgd naar zijn negen jaar oude dochtertje kijkt. Ze is misselijk. Maar verhuizen is geen optie. Het huis in Bonavesh is het enige bezit dat de familie nog heeft en bovendien, zegt Khadabaksh: ,,Het is beter om in ons eigen huis te sterven.''