`Ik had me die hobbits heel anders voorgesteld'

Max Schuchart was in 1957 's werelds eerste vertaler van `The Lord of The Rings', het onlangs verfilmde boek van Tolkien. ,,De regisseur heeft het geweldige verhaal consciëntieus weergegeven.''

Regisseur Peter Jackson van The Lord of The Rings had het eigenlijk maar makkelijk. In de succesvolle boekverfilming hoefde hij het levenswerk van de Britse schrijver J.R.R. Tolkien niet naar de letter te volgen. Zo meet Jackson de ridders van de boze tovenaar Saruman een pantser aan in plaats van de maliënkolders die Tolkien voor ogen had. En verzint hij dat de goede tovenaar Gandalf zijn hoofd stoot bij zijn entree in het hol van de dwergachtige hobbit Bilbo. Dat alles kan zonder vrees voor een terechtwijzing door de in 1973 overleden Britse schrijver.

Het was anders toen Max Schuchart in 1957 het epos van Tolkien voor het eerst vertaalde, in het Nederlands. ,,Als hij nog leefde en de film zou zien, zou ik mijn hart vasthouden,'' zegt Schuchart (81). De vertaler heeft ervaren hoezeer de auteur zich stoorde aan wijzigingen in zijn creatie.

De omdoping van hobbits tot `hobbels' bijvoorbeeld was een Nederlandse vondst waartegen Tolkien bezwaar aantekende. Schuchart (,,die hobbels waren een idee van de uitgever'') heeft boze brieven van Tolkien bewaard in zijn met boeken volgebouwde werkkamer in Den Haag. In zwierig handschrift spreekt Tolkien eerst zijn beleefde waardering uit voor het rappe werktempo van Schuchart, die zijn Nederlandse boeken met vijf pagina's per dag binnen anderhalf jaar voltooide. ,,Maar'', voegt Tolkien eraan toe, ,,die snelle werkwijze is misschien niet de beste manier om met het werk van een kunstenaar om te gaan''.

Het plan van uitgeverij Het Spectrum om woorden en namen te `vernederlandsen' toonde volgens Tolkien aan dat de uitgever het boek niet had begrepen. ,,De veranderingen in de nomenclatuur zijn een vergissing'', schrijft hij. ,,Om niet te zeggen een onbeschaamdheid.''

Niet veel later zou Tolkien een handleiding uitbrengen voor de vertaling van zijn boeken. En na de verschijning van een belabberde Zweedse versie sprak hij alsnog zijn waardering uit voor Schuchart. ,,Die latere jongens hebben het wat makkelijker gehad'', zegt de pionier. ,,Bij de creatie van The Shire, het thuisland van de hobbits, had Tolkien de groene Engelse heuvels voor ogen. Dat beeld ging zijns inziens verloren met de vertaling in het Nederlands. Tolkien was een filoloog. Hij kende precies de achtergrond van elk woord dat hij gebruikte. De plaatsnamen van zijn wereld heeft hij met veel toewijding gecreëerd.''

Uiteindelijk gaf Tolkien ten dele toe. De hobbits bleven hobbits, maar in Schucharts In de Ban van de Ring werd The Shire veranderd in de Gouw en kregen plaatsnamen aldaar een Nederlands equivalent.

Filmregisseur Jackson vond de glooiende groene heuvels van The Shire terug in zijn thuisland Nieuw-Zeeland. ,,Ik ben geen scherpslijper'', zegt Schuchart. ,,De regisseur heeft het geweldige verhaal met die prachtige achtergronden consciëntieus weergegeven. Het is in elk geval veel beter dan een animatiefilm van het boek die ik eind jaren zeventig heb gezien. Toen ben ik na een kwartier weggelopen. Dit keer is er niet geknoeid.''

Schuchart heeft het eerste deel van The Lord of The Rings wegens familieomstandigheden nog niet gezien, maar hij heeft de beelden van Jackson wel uitgebreid kunnen bekijken. Hij vertaalde twee geïllustreerde filmboeken die bij de première zijn uitgebracht.

De bedoeling was dat Schuchart nauw betrokken zou worden bij de ondertiteling van de film, maar wegens tijdsgebrek had hij uiteindelijk alleen een kort telefonisch onderhoud met de eigenlijke vertalers. ,,Ze waren goed ingevoerd'', zegt hij. ,,En ze hebben mijn werk als uitgangspunt genomen.''

Op sommige filmbeelden heeft hij wel kritiek: ,,Ik heb enige moeite met bepaalde personages. De hobbits zijn me bijvoorbeeld te beschaafd. Bilbo [een van de hoofdrolspelers] lijkt wel een keurige notaris met zijn mooie vestje aan. Zo eerbiedwaardig netjes. Ik had me die hobbits heel anders voorgesteld, meer als ruwe houthakkersfiguren.''

En soms legt Jackson, voormalig regisseur van horrorfilms, de griezel er wel erg dik bovenop, vindt Schuchart. Zo heeft hij de angstwekkende orcs (een soort aardmannen) verbeeld als kwaadaardige groene zombies. ,,Het zijn de aardappeleters van de onderwereld'', zegt Schuchart. ,,Ik had ze me niet voorgesteld met die kale koppen en die kettingen door hun gezicht.

Het boek van Tolkien heeft een bijzondere lading dankzij de geheimzinnigheid. Er moet iets te raden overblijven. Anders gaat de verborgen angst die in het boek zit verloren. De weergave van de zwarte ruiters die in het boek voorkomen vind ik wat dat betreft beter geslaagd.''

Schuchart vraagt zich af of Tolkien content zou zijn geweest met de vele special effects die in de film verwerkt zijn. ,,Hij had weinig vertrouwen in technologische vooruitgang'', zegt hij. Maar erg recht in de leer was de Britse auteur gelukkig niet.

Schuchart: ,,De kunsten en het vuurwerk die Gandalf met zijn toverstok creëert zijn eigenlijk technologie van de bovenste plank. Misschien had Tolkien de special effects in de film toch wel mooi gevonden. Zo lang de filmmaker maar niet onthult hoe hij ze tot stand heeft gebracht. De betovering mag niet verbroken worden.''