Haute couture: kroniek van een aangekondigde, zachte dood

De jaren zestig en zeventig, dat waren de hoogtijdagen van de Franse modekoning Yves Saint Laurent. Nu is de beurt aan de generatie van Ford, Gaultier en Galliano. Zo krijgt elke periode in de geschiedenis z'n ontwerpers.

Eigenlijk heeft de modewereld al veel eerder afscheid genomen van Yves Saint Laurent. Vanaf het moment dat zijn stijl van zachte, Franse elegantie in de jaren tachtig links en rechts werd ingehaald door de harde en op louter effect beluste Dynasty-stijl, de sombere doem-collecties van Japanners als Comme des Garçons en de shockerende corsetten van Jean-Paul Gaultier, raakte de Franse modekoning op de achtergrond. Zijn collecties werden nog wel besproken, maar waren voor het trendy, op de commercie beluste modebeeld niet meer van doorslaggevend belang. Je kon zijn collecties immers van tevoren al uittekenen, omdat hij er varianten op al zijn klassiekers in stopte. De smoking, het krijtstreeppak, de doorschijnende blouse, de felle kleurcombinaties, het safari-jasje, het leren jack en heel veel zwart.

Het siert de ontwerper dat hij bij zijn eigen stijl bleef en zich niet gek liet maken door wat nu in de mode was of niet. Hij had immers alles al gedaan en niemand kon hem dat nog nadoen. Shockeren deed Yves Saint Laurent immers al in de jaren zestig met zijn getailleerde smokings en doorkijkblouses. En trendy was hij in de jaren zeventig toen hij, gevoed door de emancipatiegolf, vrouwen kleding gaf waarin ze zich vrij konden bewegen en er tegelijkertijd representatief uit zagen. In plaats van tuinbroeken gaf hij ze scherpgesneden krijtstreeppakken, een smalle pantalon met daarop een sweater en een stoer, zwartleren motorjack. Bovendien hoefde je hem niets te vertellen over commercie. Hij was een van de eersten die zijn prêt-à-porter collectie in een winkelketen Yves Saint Laurent Rive Gauche verkocht en die zijn geld verder verdiende met parfums, cosmetica en accessoires. Als je vrouwen al alles hebt gegeven, waarom zou je dan opnieuw het wiel uitvinden?

Eva Mennes, kunsthistorica en woonachtig in Wassenaar, draagt al dertig jaar kleding van Yves Saint Laurent. Maar ze heeft ook creaties van Chanel, Frans Molenaar en Georges Rech in de kast hangen. Genoeg vergelijkingsmateriaal dus. ,,Zijn kleding heeft een bepaalde klasse, is in staat de persoonlijkheid van vrouwen te onderstrepen. Je valt er mee op, maar altijd in positieve zin. En wat ook belangrijk is, je kunt zijn kleding op je eigen manier dragen en combineren. En sommige details, zoals zwarte kwastjes aan een jasje, zijn zo typisch Frans en frivool. Dat vind je bij een Duits merk niet.'' Ze viel in de jaren zestig al voor zijn speciale kleurcombinaties en broekpakken. Goede herinneringen bewaart ze aan een combinatie van een lange jas over een kostuum. ,,Het was mannelijk, met heel veel stof, maar toch ook op een bepaalde manier sexy.'' Tegenwoordig is haar stijl minder zakelijk. ,,Zijn jurken draag ik nog wel, de lossere stijl ervan bevalt me beter.''

In de jaren negentig deed het modehuis nog een poging de prêt-à-porter collecties nieuw leven in te blazen door jonge ontwerpers en protégés als Alber Elbaz in te schakelen. Het resulteerde alleen maar in sterkere geruchten dat de modekoning ziek was en niet meer in staat was zijn werk te doen. Dat het tegendeel waar was, bewees hij keer op keer met zijn haute couture-collecties waar het vakmanschap vanaf spatte en waar hij aan het einde meestal wankelend maar altijd met een ontroerende moedigheid de meterslange catwalk opliep om het applaus in ontvangst te nemen. De modekoning leek op die momenten ongebroken, maar wel moe. Moe van het geroddel, maar vooral moe van dat eeuwigdurende modemechanisme waarmee je elk seizoen weer opnieuw moest scoren.

Dat een ander nu onder zijn naam maar zonder zijn supervisie de prêt-à-porter collectie ontwerpt, moet hem pijn doen. Aan de andere kant is hij wellicht blij dat de druk van zijn schouders is. Die rust nu op die van Tom Ford, de Amerikaanse ontwerper die sinds Gucci het modehuis in 1999 heeft overgenomen de prêt-à-porter collecties ontwerpt. Zijn allereerste creaties, varianten op de smoking, werden door de internationale modepers de grond ingeboord, omdat ze zo dramatisch slecht in elkaar zaten en absoluut niets weg had van de Franse elegantie die men van de meester zelf gewend was. De modegevoelige consument dacht en denkt er echter anders over. De nieuwe collecties verkopen als een trein. Dat de naam Yves Saint Laurent hipper is dan ooit, is toch te danken aan Ford, die niet alleen de typische YSL-iconen durft aan te pakken, maar ook een goed gevoel voor trends heeft.

En laten we wel wezen: er is nu eenmaal een nieuwe generatie vrouwen die het klassieke YSL-mantelpak verafschuwt, maar in katzwijm valt voor de variant die Ford erop heeft gemaakt. Het heeft net die elementen die een jonge zelfverzekerde vrouw van nu wil: uitdagender, krachtiger, moderner. Als Ford op deze weg doorgaat, kan hij hetzelfde bereiken als wat Karl Lagerfeld in de jaren tachtig heeft gedaan voor het modehuis Chanel. Ook hier hield men krampachtig vast aan de stijl van Coco Chanel. De Duitse ontwerper liet zich inspireren door de recalcitrante en speelse trekjes van zijn voorgangster en varieerde, meedeinend op de straattrends, eindeloos op haar oeuvre. Hetzelfde gebeurt nu bij de van oorspong traditionele modehuizen als Christian Dior, Balenciaga en Givenchy.

Overal werken jonge talentvolle ontwerpers die in de spirit van het huis ontwerpen, maar met hun volle verstand in deze tijd staan. De oude cliëntèle moet soms wel slikken, de jonge klanten ontvangen het met open armen. En zo krijgt elke periode in de geschiedenis z'n ontwerpers. Maar eerlijk is eerlijk niemand kan een vrouw meer dat gevoel van bevrijding geven als Yves Saint Laurent dat deed in de jaren zestig. Deze week nemen wij geen afscheid van Yves Saint Laurent. Hij neemt afscheid van ons.