Gasten uit het hoge noorden

In het landelijke gebied klinkt op vele plaatsen het nerveuze gesnater van slordige formaties ganzen op die van hun leiders willen weten wat nu eigenlijk de bedoeling is. De laatste maanden kwamen ze aanvliegen uit verre noordelijke gebieden, uit Spitsbergen, Nova Zembla en Siberië. In de korte arctische zomer brachten ze er hun jongen groot. Daarna vluchten ze weg voor de lange poolwinter. Het verlangen naar luilekkerland – een grazige weide aan de rand van een plas – dreef ze voort.

,,Nooit zal ik vergeten hoe ik er op een winterdag een grooten troep rotganzen heb zien neerstrijken, kleine zwarte gansjes met hoogen achtersteven'', schrijft Jac.P. Thijsse in zijn beroemde album over Texel.

Hij was niet alleen gecharmeerd van strand en duin maar ook van het vlakke polderland dat een groot deel van Texel beslaat. In Zeeburg, het noordelijke deel van polder De Eendracht, is het tafeltje voor de rotganzen gedekt. Dit honderd hectare grote gebied werd in 1975 door de overheid aangekocht. Tot dan toe deden boeren en jagers hun uiterste best de wintergasten van het land te verdrijven. Vooral de veeboeren klaagden steen en been over de vraat van de rotgans, die tot ver in het voorjaar in het zuiden blijft bivakkeren. In een mum van tijd wisten zij het gras door een keutelzee te vervangen.

Vanaf de dijk hebben we goed zicht op de vluchten ganzen die tussen land en zee heen en weer trekken. `Rot, rot' klinkt het ongeveer, als ze boven ons hoofd overvliegen.

Voor Willem Barentsz en de zijnen was het een hele verrassing om in de zomer van 1596 het gebrom van rotganzen op Spitsbergen te horen. In Barentsz' woonplaats Terschelling had men zich altijd afgevraagd waar de vogels, die 's winters op de kwelders graasden, hun jongen vandaan haalden. Vielen die in Schotland soms van de bomen? De vondst van de nesten maakte aan alle raadsels een einde. ,,We gooiden een gans met een steen dood, kookten hem en aten hem op en namen wel zestig eieren mee aan boord'', schrijft Gerrit de Veer in zijn beroemde scheepsjournaal.

Op dit moment drommen duizenden brandganzen samen in de Noord-Friese Bantpolder, vlak bij het Lauwersmeergebied. De broedgebieden van de ganzen bevinden zich op Nova Zembla, een eiland waar je, zoals bekend, beter niet kunt overwinteren. De lucht is vervuld van hun melodieuze gesnater.

Als de grondmist tegen de avond omhoog kruipt, heeft de Bantpolder een mooi slottafereel te bieden. Dan steken alleen de zwarte nekken van de ganzen boven een witte donsdeken uit. Het lijkt alsof een humeurige reus met één krachtige zwaai van zijn zeis het hele ganzenvolk heeft onthoofd.

De Gelderse Poort biedt 's winters onderdak aan ongeveer 100.000 ganzen (in heel Nederland gaat het om ongeveer een miljoen). In geografische zin is de Gelderse Poort de plek waar de Rijn Nederland binnenkomt. In ruimere zin wordt er de landstreek tussen Arnhem, Nijmegen en het Duitse Emmerich mee bedoeld. De Poort is het paradepaardje van de natuurbeschermers; Waal en Nederrijn horen weer als vanouds hun gang te gaan en hun weg door een ongetemde wildernis te zoeken. Voordat de ganzen weer terugvliegen naar hun nestelgebied in Siberië en op Spitsbergen, leggen zij in de uiterwaarden een vetreserve aan.

De eerste gans die in ons blikveld verschijnt is de grauwe gans. Een groot beest, roze snavel, veel wit onder de staart, je kunt hem niet missen. Hij is de stamvader van de tamme gans op het boerenerf. Het gaat niet om een echte wintergast; de grauwe gans broedt van nature in onze gewesten. De kolgans, met zijn witte kol (bles) op het voorhoofd, is eveneens zeer talrijk.

Het is een mooi gezicht: een akker die met een bewegend tapijt van ganzen bedekt is.

Een toevallige voorbijganger zou de donkere rietganzen, die nauwelijks afsteken tegen de zwartbruine aarde, niet eens opgemerkt hebben. Hij is een vogel van de toendra en de taiga. Verschijnt er een kleiner exemplaar met roze poten in uw kijker, dan dient zich de kleine rietgans aan. Deze soort kennen wij uit het binnenland van IJsland, waar hij aan de voet van gletsjers broedt.

Hier en daar waggelen paartjes lichtbruine vogels met de andere mee: dat zijn nijlganzen die het leven in tuin en park niet boeiend genoeg vonden.

In het Lauwersmeergebied worden geregeld ganzenexcursies gehouden: 19 jan. en 2 febr. (0519345145). In de Gelderse Poort zijn speciale vaarexcursies: 13, 20, 27 jan. (0481 434182). Ganzenexcursies van het Natuurmuseum Nijmegen (024 3297070) op 13, 20 en 27 jan.