Bush, Benjamin en de HEMA-rookworsten

Als je de 98 miljoen rookworsten die de HEMA sinds 1936 heeft verkocht achter elkaar legt, kun je erover van Amsterdam naar Peking lopen. En terug, over een nieuw pad van verse worsten. Per minuut worden er achtenvijftig rookworsten geconsumeerd. Dit soort opwekkende worstweetjes verscheen de afgelopen tijd overal, in alle kranten en tijdschriften, ter gelegenheid van de tentoonstelling Tussen trend en tompouce over 75 jaar HEMA in de Beurs van Berlage.

Het Filosofie Magazine brengt ze nu ook, maar het is waarschijnlijk de eerste publicatie die een parallel trekt met de ideeënleer van Plato. ,,De idee is blijvend (–). De concrete, empirische dingen bestaan slechts voor zover ze daaraan participeren. Elke afzonderlijke rookworst wordt geconsumeerd (–), maar de idee van de rookworst (–) blijft bestaan (–)'', schrijft Jan Vorstenbosch.

Ook Walter Benjamin weet Vorstenbosch met de HEMA te verbinden. Benjamin schreef aan het begin van de jaren twintig: ,,Voor de eerste keer in de geschiedenis beginnen, met het ontstaan van de warenhuizen, de consumenten zich als massa te voelen. In vroeger tijden leerden ze dat alleen in tijden van gebrek.'' Benjamin vestigde de aandacht op het inmiddels zo doodgewone winkelen om het winkelen, niet omdat er iets op is, dat weer gekocht moet worden. Zo brengt Filosofie Magazine de denkers (weer) onder ons.

Filosofie Magazine pretendeert `25 eeuwen verbeelding en inzicht binnen handbereik' te brengen. Dat is wel wat overdreven, maar het is een prettig blad, vooral voor wie slechts allerlei klokken heeft horen luiden op het gebied van de filosofie. Niet alle stukken zijn vlot leesbaar, maar even doorbijten loont over het algemeen de moeite.

In het laatste nummer staan interessante interviews met de eigenzinnige Iraanse filosoof en dichter Afshin Ellian over de islam (,,De VS is het enige land dat perfect voldoet aan wat de profeet Mohammed voor ogen stond''), en met de jonge Vlaamse schrijver Yves Petry die door Spinoza op het voor hem juiste pad geraakte. Daarnaast is er ruimschoots aandacht voor de deconstructie van Jacques Derrida, vaak afgedaan als `charlatanerie' en `obscurantisme'. Er is een handige pagina met feiten over Derrida, met zijn naam (eigenlijk Jackie, niet Jacques), geboortedatum, opleiding, bekende uitspraken, en een artikel dat een en ander (voor zover mogelijk) toelicht.

Daarop volgt een interview met Jan van Luxemburg, literatuurwetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam, die nog altijd veel ziet in een deconstructivistische benadering van literatuur, mits het geen `foefje' is waarbij alles `lekker tegen de draad in' gelezen wordt.

Op een heldere manier legt hij uit dat het de lezer een heilzaam wantrouwen jegens zijn boek meegeeft. Ook buitenliteraire zaken, zoals president Bush, noemt hij `goed te deconstrueren'. Sterker nog, Bush lijkt volgens Van Luxemburg `wel de deconstructie zelf': ,,`We moeten gematigd zijn en we roken ze uit hun holen', zegt hij in één adem. Bush is een prachtig voorbeeld van iemand die vredelievend probeert over te komen en alleen maar agressief taalgebruik bezigt.''

Filosofie Magazine nr.10, jan. 2002, euro 5,67 (ƒ 12,50)