Agenda in Pakistan

Ze hebben elkaar in Nepal de hand geschud: premier Vajpayee van India en president Musharraf van Pakistan. Dat was een stap vooruit. Kort voor de regionale Azië-top in Katmandu leek het er nog op dat de grootste landen van het subcontinent elkaar ostentatief zouden negeren en een oorlog alleen zo al dichterbij zou komen. Maar de directe spanning mag in de handdruk van Vajpayee en Musharraf enigszins zijn weggelekt, de verhoudingen tussen India en Pakistan zijn niet in rustiger vaarwater gekomen. Een dag na de ontmoeting heeft de Indiase minister van Buitenlandse Zaken reeds laten weten dat een dialoog zinloos was, is en blijft zolang Pakistan geen korte metten maakte met het terrorisme in eigen land. Volgens India is Pakistan namelijk verantwoordelijk voor de aanslag op het parlement in Delhi medio december.

De Verenigde Staten en Groot-Brittannië voeren de druk op de twee kernmachten daarom verder op. De regering in Washington gokt op telefoondiplomatie. Dagelijks bellen president Bush en zijn ministers naar beide landen om de autoriteiten op het hart te binden dat het conflict niet om het betwiste Kashmir draait maar om de vraag of India en Pakistan zich adequaat voegen in de coalitie tegen Al-Qaeda en andere terroristen. De Britse premier Blair reist dezer dagen persoonlijk door de regio met een vergelijkbare boodschap.

Bush en Blair spreken tegen beter weten in. De schermutselingen tussen India en Pakistan gaan wel degelijk om Kashmir. Sinds beider onafhankelijkheid in 1948 is Kashmir een kruitvat. De oorlog om Afghanistan heeft de pretenties van Pakistan bovendien verder gestimuleerd. Achter de rug van Musharraf, die na 11 september eieren voor zijn geld koos en de VS daarmee een dienst bewees, zijn verschillende krachten binnen de geheime dienst bezig met hun eigen agenda. India op zijn beurt beseft dat het op hogere toon moet spreken om te voorkomen dat het immense land in de schaduw van Afghanistan verzeild raakt. Met name de kwalificatie van Bush dat in Kashmir `statenloze' terroristen actief zijn, heeft de toorn van de regering-Vajpayee opgewekt.

Het gevaar van een grootschalige oorlog is sinds de top in Katmandu iets geweken. Pakistan weet dat het een echte oorlog niet met conventionele middelen kan winnen. India durft het risico niet aan dat het zich met een oorlog isoleert van het westen. Maar beide landen hebben wel belang bij een voortslepend conflict – zo blijven de handen van alle partijen gebonden. De bemiddelingspogingen van Bush en Blair illustreren dat ook zij geen andere strategie hebben dan pappen en nathouden. Alternatieven zijn er niet in dit gebied, waar meer dan een miljard mensen wonen.