Acht uur kijken naar een duiventil

Honderdzeventig jaar geleden zette Nicéphore Niépce zijn camera in een Franse vensterbank. En maakte de eerste foto ter wereld.

Het kan niet missen: volg de Autoroute du Soleil naar het zuiden en sla af zodra u een bruin bord met de afbeelding van een fototoestel ziet. U bent aangekomen bij Chalon-sur-Saône, in de Bourgogne, waar Joseph Nicéphore Niépce in 1765 ter wereld kwam. De enige, echte, eerste uitvinder van de fotografie en niemand anders: het was niet Daguerre, noch de Brit Talbot, noch de vele andere figuren die pionierden met de camera obscura.

Niet dat Chalon daardoor een heel bijzonder oord is geworden. Chalon is een provinciestadje comme toutes les autres, met een Boulevard de la République als centrale verkeersader, met wat pleintjes, wat standbeelden voor deze en gene, de nodige oorlogsmonumenten en een overdosis platanen. Je vindt er dezelfde knipperende uithangborden boven de apotheken en kiosken als elders, en dezelfde Place Général de Gaulle, Avenue Jean Jaurès en Rue Général Leclerc. Alleen een gespitst oog ontdekt het bijzondere verleden: de antieke foto-apparaten die in de ruiten van de plaatselijke MacDonald's zijn gegraveerd, de fotoclub die zich naar Niépce heeft vernoemd, de gelijknamige brasserie en avenue, het museum en het standbeeld van de uitvinder die met fototoestel en al uitkijkt over de Saône.

Chalon mag zich Niépce dan een beetje hebben toegeëigend, voor de enige echte historische plek moet je langs de N6 naar het zuiden, naar het gehucht St-Loup de Varennes. Hier, 8 kilometer van Chalon, staat het huis waar Niépce er in 1824 in slaagde de allereerste gefixeerde foto ter wereld te maken. Na een belichtingstijd van maar liefst acht uur had Niépce een niet al te scherpe foto in handen waarop de duiventil, de perenboom en het dak van de schuur in zijn tuin zichtbaar waren. Op het enige bewaarde exemplaar – dat uit 1826 dateert – is links nog net het raam te zien van de kamer waaruit Niépce de foto nam, want met zo'n lange belichtingstijd was het, met het oog op veranderende weersomstandigheden, niet handig om buiten te fotograferen.

Jaren van experimenteren waren er aan vooraf gegaan. Al in 1816 lukte het Niépce om een papieren afdruk te maken van zijn duiventil, maar onder invloed van daglicht verdween de afbeelding snel. In de daarop volgende acht jaar zocht Niépce, die gezien het vereiste zonlicht alleen 's zomers kon werken, tevergeefs naar een methode om een blijvend beeld te krijgen. De combinatie van bitumen (asfalt), lavendelolie, jodium en zilver leverde uiteindelijk in september 1824 het gewenste resultaat op: de afbeelding bleef bestaan, ook buiten de zelfgebouwde houten camera obscura van Niépce.

De uitvinder was al 59 toen hij de ontdekking van zijn leven deed en van het eens forse familiekapitaal, onder meer bestaande uit wijngaarden en boerderijen, was toen bijna niets meer over. Samen met zijn broer Claude had de rentenierende Niépce het geld gestoken in uitvindingen: ze experimenteerden namelijk niet alleen met fotografie, maar ook met een verbrandingsmotor en de loopfiets. Hun passie ging zo ver dat Claude emigreerde naar Engeland waar het uitvindersklimaat veel gunstiger was en de verbrandingsmotor wellicht geld zou opleveren.

Nicéphore werkte in St-Loup de Varennes intussen verder aan de fotografie en verbaasde zijn omgeving door met zijn loopfiets met verstelbaar zadel door het dorp te racen (in een van de zevenhonderd brieven die hij nagelaten heeft, valt te lezen dat hij op zijn fiets eens een diligence inhaalde). Hij liep zelfs rond met het plan om zijn fiets te voorzien van een verbrandingsmotor, waardoor hij tevens de geschiedenis zou zijn ingegaan als de uitvinder van de brommer.

Wie gedacht had dat het huis in St-Loup de Varennes, met de grijs gestuukte muren en de lichtblauwe luiken, een bedevaartsoord is geworden voor fotofanaten, komt bedrogen uit. Het doodlopende straatje, vernoemd naar zijn beroemdste bewoner, is nog net zo stil als in de tijd dat Niépce vanuit een kamer aan de achterzijde van het huis zijn tuin fotografeerde. Slechts een klein koperen plaatje naast de deur zegt dat dit het Maison Nicéphore Niépce is. Een plastic archiefdoos op de grond, met daarop de uitnodiging Servez-vous/Help yourself bevat documentatie voor geïnteresseerden, want het huis is slechts enkele dagen per jaar geopend.

Maar houd vol: weliswaar tolereert de buurman, ook na een vriendelijke verzoek, geen nieuwsgierigen op zijn erf die even een blik op de achterkant van Niépce's huis willen werpen, maar wie het nabijgelegen spoor oversteekt en het tweede tunneltje onder de spoordijk ingaat, ziet links een hek. Je mag er officieel niet in, maar het staat open. Dan zie je bij benadering de plek waar ooit de duiventil moet hebben gestaan. Nu grazen er pony's en zwemmen er eenden, zich niet bewust van de cultuurhistorische waarde van hun weilandje.

Bijna twee eeuwen lang liet het St-Loup de Varennes nagenoeg koud dat hier van 1801 tot 1833 de man had gewoond die grote invloed zou krijgen op de wereldgeschiedenis, of in elk geval de vastlegging daarvan. St-Loup had een straat naar Niépce vernoemd alsmede een onbeduidend plantsoentje, langs de N6 staat een monument en langs het spoor, alleen leesbaar vanuit de trein, hangt een plaquette waarop wordt gememoreerd dat hier in 1822 (!) de fotografie werd uitgevonden.

Maar sinds kort is het dorpje in de Côte Chalonnaise een prachtige, maar enigszins vergeten streek die ingeklemd ligt tussen de Côte de Nuits met zijn wereldberoemde wijnen en de al even vermaarde Beaujolais – bevangen door de Niépce-koorts, veroorzaakt door een Parijse fotograaf die het atelier in oude glorie wil herstellen. Pierre-Yves Mahe kreeg tijdens een reis naar de Verenigde Staten toevallig het origineel van die eerste foto ter wereld onder ogen. De foto bevindt zich tegenwoordig in de collectie van de University of Texas, in Austin. Mahe, die nooit eerder van zijn landgenoot Niépce had gehoord, was zo onder de indruk dat hij in 1997 naar St-Loup reisde, contact legde met de eigenaresse van het huis en erin slaagde om de vleugel waarin Niépce zijn atelier had, te huren.

Hij kreeg toestemming om samen met Jean-Louis Marignier, werkzaam bij het Centre National de Recherches Scientifiques en Niépce-kenner, `archeologisch' onderzoek te verrichten in de kamer van waaruit Niépce zijn foto's had gemaakt. De vloer werd opengebroken in de hoop sporen te vinden van de chemicaliën die de fotograaf had gebruikt. Zelfs op zolder en in de oude beerput achter het huis wordt gezocht naar chemische en fysieke sporen van Niépce's werk. Met behulp van kadastrale tekeningen en de lichtval op Niépce's enig overgebleven foto ontdekten de twee onderzoekers dat het raam in de kamer in later tijden 70 cm naar links werd verplaatst om plaats te maken voor een schouw. Op basis van Niépce's nagelaten geschriften bouwden de twee de apparatuur van de fotograaf na en maakten volgens zijn procédé foto's van de tuin.

Ooit hopen de beide Niépce-fanaten een museum annex scholingscentrum te kunnen huisvesten in het huis. De meeste dorpsbewoners hebben al een kijkje mogen nemen in het atelier en iedereen is op het hart gedrukt om op zolder te gaan zoeken naar voorwerpen uit de tijd van Niépce of, liever nog, foto's van zijn hand. Mahe: ,,Uit zijn brieven aan zijn broer Claude en aan Daguerre, met wie hij vanaf 1827 samenwerkte, weten we dat Niépce circa 150 foto's heeft gemaakt. Daarvan is er nog maar één bekend, die in Texas. Mogelijk heeft hij wel eens afdrukken aan de tuinman gegeven, of aan de dienstbode. Het zou kunnen dat die nog in het dorp zijn.''

En hoe zit het nu met Daguerre, die de geschiedenis inging als degene die in 1839 de fotografie uitvond? Niépce kwam in 1827 in contact met Daguerre via een Parijse opticien, die lenzen leverde aan beide fotografen. Na de dood van Claude had Niépce behoefte om zijn ervaringen te delen met een ander. Zes jaar lang, tot aan Niépce's overlijden in 1833, schreven ze elkaar en werkten ze af en toe samen, nu eens in Parijs, dan weer in St-Loup de Varennes. Is Daguerre aan de haal gegaan met de eer? ,,Nee, zo moet je het niet zien'', zegt Pierre-Yves Mahe. ,,Maar Daguerre was een Parijzenaar, hij was decorateur geweest bij de Opéra en een man van de wereld. Hij had veel meer contacten dan de solitair opererende provinciaal Niépce. Bovendien dacht hij veel zakelijker.'' Mahe: ,,Aan ons de taak om Niépce de plaats in de geschiedenis te geven die hem toekomt.''

Afspraak

Het huis van Niépce in St-Loup de Varennes kan slechts enkele dagen per jaar worden bezocht: tijdens de Journées Européennes du Patrimoine (open monumentendagen) in september (toegang: E3) en, na afspraak, elke eerste zaterdag van de maand (toegang: E45).

Geïnteresseerden kunnen ook een aparte afspraak maken. Kosten: E152 + E76 p.p., incl. lunch.

Voor fotografen wordt verschillende keren per jaar een cursus georganiseerd in het huis, tijdens welke wordt gewerkt volgens het procédé van Niépce.

Voor meer informatie: Pierre-Yves Mahe, 00331.

40091858 en www.niepce.com

Musée Nicéphore Niépce, 28 Quai des Messageries, 71100 Chalon-sur-Saône. Dagelijks open, behalve dinsdag, van 9u30-11u30 en van 14u30-17u30. Tel 00333.85.48.

41.98. E-mail: contact@museeniepce.com.

Website: www.museeniepce.com.