Valery Gergjev flitst even langs met zijn Mahler

Tussen de voorstellingen van Verdi's Don Carlo in de Metropolitan Opera in New York door, dirigeerde chef-dirigent Valery Gergjev dit weekeinde de Negende symfonie van Mahler bij zijn Rotterdams Philharmonisch Orkest. Donderdag en vrijdag was het orkest gerepeteerd door assistent Hans Leenders, zaterdagochtend repeteerde Gergjev zelf één keer. 's Middags was de eerste uitvoering in Amsterdam tijdens de Matinee op de Vrije Zaterdag – live op de radio en opgenomen door de tv. Zondagmiddag ging Mahlers Negende in de Rotterdamse Doelen. Vanavond dirigeert Gergjev, de chef van het Mariinski Theater in Sint Petersburg, weer Don Carlo in New York. En eind maart is Gergjev weer terug om deze Mahler in Rotterdam en Brussel te herhalen.

Sommigen kijken vreemd aan tegen zo'n langsflitsende dirigent, maar dankzij zijn charisma kan Valery Gergjev het zich veroorloven. Door en door kent hij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, waar hij al in 1989 vast gastdirigent werd, en het wordt voortreffelijk `ingezeept'. Vroeger was een assistent heel gewoon. Mahler zelf werkte al zo: als hij naar Amsterdam kwam om zijn eigen muziek te dirigeren, was het Concertgebouworkest uitvoerig gerepeteerd door Willem Mengelberg.

En al is een Gergjev-uitvoering niet altijd technisch perfect, de opgevoerde spanning van het moment, wanneer Gergjev en zijn musici onder de ogen en oren van publiek, de microfoons en camera's ècht moeten presteren, geeft een extra voelbare intensiteit aan Gergjevs concerten. Dáár gaat het in de muziek om, en ook in deze verbluffend gespeelde Negende symfonie van Mahler was dat weer het geval.

Gergjevs hoogstpersoonlijke en zeer beeldende interpretatie van Mahlers laatste voltooide werk liet zich beluisteren als een eenzame Weltschmerz-reis naar de dood. Met de horizon van het leven in zicht klinken melancholieke herinneringen aan lief en leed, aan aards genot en existentiële angst. De symfonie begon als een schip, van verre roepend in de mist. En het slotdeel riep reminiscenties op aan de grimmig-verstarde foto van de zieke Mahler op zijn laatste overtocht vanuit New York naar Wenen, waar hij in 1911 op 50-jarige leeftijd overleed.

De Grieks-mythische doodsrivier de Styx is in de Negende verbreed tot de onmetelijke oceaan van de dood, met schril licht en vage flarden, vaalbleek en ijl, luguber en duister, wazig en stil, zich soms plots transformerend tot een woelende chaos van woedende golven. De twee burleske middendelen zijn sardonische dodendansen. Mahler identificeert zich hier met Faust. `Der Teufel tantzt es mit mir', schreef hij boven een soortgelijk deel in het manuscript van zijn onvoltooide Tiende symfonie, een echo van de Negende.

Door Gergjev en zijn Rotterdammers werden die dubbelzinnig opgewekte en macabere middendelen met veel reliëf en in de blazerspartijen met zeer expressief spel gekarakteriseerd. Het slot van het derde deel kreeg zelfs een duivels vliegende vaart, ongehoord virtuoos, verbijsterend fel en flitsend.

Het indrukwekkend gespeelde slotdeel klonk in zeer lange lijnen, intens, zwaarmoedig, sommige noten nog verwijzend naar Das Lied von der Erde. De wanhoop wordt overwonnen door mildheid, ook als het leven alsmaar opnieuw stokt, uiteindelijk met de dood verzoend verglijdend en verstervend, oplossend in het onbestemde licht van de eeuwigheid.

Tijdens het Mahler Feest in 1995 `componeerde' Claudio Abbado na afloop van de gedrukte noten nog meer stilte bij dan Gergjev nu deed. Maar zelfs in de zo aan superlatieven rijke langjarige reeks Gergjevconcerten in ons land, was deze Negende van Mahler uitzonderlijk.

Radio 4 herhaalt de live-uitzending op 8/1 20.30 uur.