Tropische sneeuw

Kester Freriks laat zijn literaire verbeelding wat al te veel de vrije loop in zijn recensie van de tentoonstelling `Race naar de sneeuw' (NRC Handelsblad, 29 december). Hij beschrijft daar de expeditie die drie Nederlanders en acht Dayaks in 1936 ondernamen naar de besneeuwde toppen van het Carstenszgebergte op Nieuw Guinea. Deze stond onder leiding van Anton Colijn (de zoon van premier Colijn).

Het artikel behoeft enkele correcties. Colijn noch een andere Nederlander heeft de top van de Carstenszpiramide destijds bereikt. Hij ondernam samen met Dozy (93 en nog in leven) en Wissel (op 92-jarige leeftijd overleden in 1999) vier pogingen maar die mislukten alle vier door slecht weer. De Oostenrijker Heinrich Harrer (de man van Seven years in Tibet) bereikte in 1962 als eerste de top van de Carstenszpiramide. Colijn, Dozy en Wissel bereikten in 1936 wel de top van de Ngga Poeloe, die Freriks ten onrechte gelijkstelt met de Carstenszpiramide.

In de jaren '70 bleek de Ngga Poeloe in 1936 overigens de hoogste top te zijn. Door het afsmelten van de ijskap daarna is nu de Carstenszpiramide de hoogste. Colijn heeft de top ook niet bereikt met een Dayak-drager, zoals Freriks schrijft. De Dayaks verbleven in een op 3.800 meter hoogte gelegen kamp op de Carstenszweide. Van daaruit bevoorraadden zij de drie Nederlanders, die bivakken hadden opgeslagen bij de hoger gelegen gletsjers. De Dayaks kwamen daar regelmatig en vonden de gletsjers interessant omdat ze nooit sneeuw gezien hadden. Eén Dayak heeft zelfs een conservenblikje met sneeuw gevuld. Hij wilde de sneeuw als souvenir mee naar Borneo nemen. Hoger dan de uiteinden van deze gletsjers zijn de Dayaks niet geweest.

Op de bij het artikel afgedrukte foto heeft Colijn geen `wandelstok met ijzeren punt' in zijn hand, maar een pickel. Freriks verbaast er zich over dat Colijn naar boven klom zonder touwen of stijgijzers. Deze hadden ze wel degelijk bij zich. Want in tegenstelling tot eerdere (mislukte) expedities hadden Colijn, Dozy en Wissel (alle drie ervaren alpinisten) wel een alpiene uitrusting meegenomen. Daarom (en omdat een vliegtuig proviand had afgeworpen zodat zij voor voedsel niet afhankelijk waren van lange aanvoerlijnen) konden ze de top van Ngga Poeloe bereiken. Wie meer over deze expeditie wil weten, kan Colijns `Naar de eeuwige sneeuw van tropisch Nederland' (Amsterdam 1937) erop naslaan.