Thuis zing ik nog wel

Jeannette van Zutphen: ,,We zagen op de televisie allerlei terugblikken. Ook van de Corry Brokken Show. `Daar heb ik ook nog in gezeten', zei ik tegen mijn man, maar ik kwam niet in beeld. Toen kwam Het Gulden Schot met Lou van Burg. `Let op!' zeg ik, maar ik sta er nèt weer niet op. Toch moet ik er nog zijn. Het moet! Toen een opname uit Nieuwe Oogst met André van Duyn. Het jaar daarvoor had ik gewonnen. Ageeth Scherphuis had me nog aangekondigd. Maar dat stukje werd niet uitgezonden. Mijn zoon heeft naar die omroep geschreven en dat heeft een fragment opgeleverd waarop ik sta te zingen. In een op-artjurk met op-artkousen. We zijn er blij mee hoor, maar er moet nog veel meer zijn.

Mijn ouders hadden een zomerhuisje aan de Wilgenplas in Utrecht. 's Zomers werden `gondelvaarten' georganiseerd: iedereen moest zijn boot versieren en dan 'savonds rondvaren met al die lichtjes. Ik was nog heel jong maar ik wilde in ons bootje eigenlijk wel een liedje zingen, iets van Caterina Valente of zo. En er stond me toch een volk aan de kant, dat wist ik helemaal niet! Toen ik was uitgezongen kreeg ik een applaus van al die mensen!

Later heeft de eigenaar van muziekwinkel Staffhorst mij muziekles gegeven, zangles, uitspraak en een beetje presentatie. Eens in de week moest ik komen en dat vond ik een feestdag! Hij ging ook vaak mee om me te begeleiden. Ik zong in bejaardentehuizen, voor blinden, je kan het zo gek niet opnoemen.

Op de `Marcel Talentenjacht' in Amsterdam won ik een grote beker. Ik werd nummer één uit 165 deelnemers. Daar waren ook mensen van Phonogram en die kwamen naar mijn ouders toe: `Die meid moet verder hoor! Daar gaan we mee werken...' Zo kreeg ik de kans om met het televisieprogramma Nieuwe Oogst mee te doen. Ik was pas vijftien en om mee te doen moest je eigenlijk zestien zijn. `Denk erom', zei de organisator, `mondje dicht.' Ik zong `Ik heb 'n wonder gezien'. Het liedje was speciaal op mij geschreven. Ronnie Tober zat in de jury. `Alsof een engeltje stond te zingen', zei hij over mij. Ik maakte zoiets geweldigs mee, dat is niet te beschrijven. Nadat ik daar had gewonnen, is het allemaal gaan lopen. Vanaf mijn vijftiende was ik fulltime zangeres. Ik had alles mee. Mooie ogen, een zuivere stem.

Ik heb tientallen plaatjes gemaakt. `Michel', `Stoplicht Idylle', `Waarom kan ik jou niet vergeten'. Phonogram had een eigen management. Het waren alleraardigste mensen, maar ze deden niet hun best om me wat werk te bezorgen. Het ging allemaal van: `Nou ja, het komt wel.' Heel jammer. Ik streefde naar een eigen repertoire en had altijd de hoop dat iemand liedjes voor me zou gaan schrijven.

In 1964 kwam mijn carrière in een stroomversnelling. Ik sta in het boek: `Het Beste van 1964'. Op de voorkant staat Kennedy. Als mijn man zo'n boek tegen komt voor minder dan vijf gulden koopt hij er een om cadeau te doen. Hij zegt dan: `Kijken of Jeannette er nog in staat.' Ik sta er altijd in natuurlijk! Mijn foto stond zelfs op luciferdoosjes.

Ik had best wel veel belangstelling van de mannelijke kant, zeg maar. Als ik voor het leger optrad trokken die soldaten tijdens het optreden allemaal hun riem uit de broek (ze hielden hun broek wel aan hoor!) en dan vormden ze daar een hartje van. Mijn man werd gek van al die kerels. Allemaal huwelijksaanzoeken en maar vertellen hoeveel geld ze op de bank hadden. En die brieven, hele vuilniszakken vol!

Mijn populariteit werd gebruikt voor de bloemenzaak van mijn ouders. Ik was het `Zingende Bloemenmeisje met de gouden keel'. Ik denk dat zij het altijd belangrijker vonden dat ik in de zaak stond dan dat ik zong.

Toen ik getrouwd ben heeft mijn man wat promotiefoto's rondgestuurd en hebben we toch weer aardig wat werk opgetrommeld. Ik heb twee jaar met de `Gert en Hermien Show' meegedaan. Dag en nacht zijn we met ze opgetrokken, honderden optredens. Geen verkeerd woord over die mensen! Gert Timmermans verkocht met `Ik heb eerbied voor jouw grijze haren' meer plaatjes dan de Beatles en de Rolling Stones bij elkaar.

Er werd mij beloofd dat ik in de volgende `Willeke Show' als gast mocht optreden en een liedje zingen dat voor speciaal mij geschreven was. Er was een producer, een nare man. Laat-ie nou alles op alles zetten om het niet door te laten gaan. Ik mocht dat liedje niet zingen en waarom? Ik ben er nooit achter gekomen, terwijl iedereen het zo'n leuk liedje vond en ik zo blij was dat ik eindelijk iets had van mezelf. Ik had een heel leuk japonnetje uitgezocht, maar het ging niet door.

In de top veertig heb ik helaas nooit gestaan, ik heb er wel voor gevochten maar als het management er niet aan werkt, dan red je het niet. `Waarheen, waarvoor' had ik veel eerder opgenomen dan Mieke Telkamp, weliswaar à capella maar als ik het met een koortje had uitgebracht, was het voor mij een tophit geworden.

Van alles had ik gedaan, televisie, radio, tournees en plotseling was het over. Ik wilde ontzettend graag een baby. Na de geboorte van mijn zoon werd ik ernstig ziek.

Ik heb nooit meer geprobeerd de draad weer op te pakken, maar dat ging ook niet vanwege mijn ziekte. Al die operaties, die nare onderzoeken. Ik hik tegen de datum aan dat ik voor de zoveelste keer geopereerd moet worden. Ik zie van een hoop dingen de betrekkelijkheid, maar vaak zit ik in een dip.

Thuis zing ik nog wel. Twee jaar geleden werd ik gevraagd door een paar oud-artiesten om tegen een kleine vergoeding iets te gaan doen voor bejaarden. Er zou geen druk op staan, als ik een keer niet kon was dat geen probleem. Ik ging daar gewoon een beetje naar toe leven. Ik was zo lang ziek geweest. Ik kreeg weer een doel. Ik was blij joh! Nou ja, het is nu twee jaar verder, ze hebben nooit meer iets van zich laten horen. Zo is dat met artiesten: uit het oog, uit het hart.

De fotoalbums zijn mijn herinnering. Ik was toen eigenlijk te nuchter en te jong. Nu denk ik: als er een goede begeleiding was geweest... Dat ene zetje.

Ronnie Tober heeft me nog een keer opgezocht. `We willen je weer op de bühne krijgen', zei hij. Nou, vergeet het maar. Ik heb zitten janken.''