Stamppot van prei met knoflookworst

Turkse knoflookworstjes gaan per twee stuks over de toonbank. Het zijn kleine, dikke rollen van zo'n tien centimeter lang, in paren omwikkeld met een metalen stripje en met een wit lint getooid waarop `efepasa' staat. De twee worstjes wegen samen 165 gram, althans waar ik ze kocht. En dat was geen Turkse maar een Hindoestaanse winkel. Want zo gaat dat in allochtone nijverheid: de autochtoon vraagt en zij draaien. Het Hindoestaanse meisje dat mij de efepasa verkocht gaf als tip om plakjes van de worst kort in de magnetron te verwarmen en dan knapperig op brood te eten. Haar mannelijke collega zwoer bij het om en om bakken van plakjes in een koekenpan met een ei erbij. Een Turk uit de kennissenkring legt de ontvelde worstjes even op de barbecue of onder de grill. Kortom, u kunt u er alle kanten mee op. Kunt u deze worstjes bij u in de buurt niet krijgen, neem dan andere droge worst met of zonder knoflook, zoals chorizo of bierworstjes.

Kook de aardappels met weinig zout in ongeveer twintig minuten gaar. Snijd intussen het donkergroen van de prei weg. Halveer de rest van de prei overlangs en snijd de helften in smalle halve ringen. U heeft nu ongeveer 300 gram gesneden prei. Was de prei en laat de groente in een vergiet uitlekken. Haal het vel van de worstjes af. Snijd de worstjes overlangs in vieren en die kwarten vervolgens in stukjes. De eventuele paprika of tomaten moeten ook in stukjes worden gesneden. Verhit een klontje boter in een koekenpan en bak hierin de stukjes worst twee minuten lang op matig vuur. Doe er de prei en desgewenst paprika of tomaat bij en bak dit alles drie tot vijf minuten mee tot de gewenste graad van gaarheid. Voeg het kerriepoeder toe. Giet de aardappels af, stamp ze fijn en maak er met een klontje boter en de warme melk een smeuïge puree van. Roer het mengsel van prei en worst door de puree. Verkruimel de kaas boven de stamppot en roer de korrels door de massa. Op smaak brengen met wat zout en peper.