Spaanse bedrijven grote verliezers

De Spaanse premier José María Aznar heeft in verschillende telefoongesprekken met de nieuwe Argentijnse president Eduardo Duhalde zijn verontrusting uitgesproken over de gevolgen die het noodpakket kan hebben voor de Spaanse multinationals die in Argentinië hebben geïnvesteerd. Bedrijven als de oliemaatschappij Repsol YPF, de grootbanken SCH en BBVA, de energiebedrijven Gas Natural en Endesa, en het telecombedrijf Telefónica dreigen grote verliezen te lijden. Wat de gevolgen zullen zijn voor de (al gedaalde) koersen op de beurs in Madrid zal morgen duidelijk worden; vandaag is een feestdag en is de beurs dicht.

In Spanje bestaat grote zorg over de situatie in Argentinië omdat de tien grootste Spaanse multinationals, die een ruime meerderheid van de beurswaarde vertegenwoordigen, het afgelopen decennium stevig in Zuid-Amerika hebben geïnvesteerd. Zij namen daarbij vaak ondernemingen over van Amerikaanse bedrijven, die het Latijns-Amerikaanse continent verlieten. Aznar zou volgens berichten in de Argentijnse pers in vijf gesprekken dagen vergaande toezeggingen van Duhalde hebben gevraagd, zoals het handhaven van de betalingen in dollars van de telefoonrekeningen van Telefónica. Dit is niet bevestigd in regeringskringen in Madrid, die zeggen dat er vooral aan de Argentijnen is gevraagd om de Spaanse bedrijven te ontvangen voor overleg.

Repsol, dat de helft van de Argentijnse olie-export in handen heeft, zou vooral te lijden hebben onder de exportheffing die wordt ingevoerd. Opgeteld bij het effect van de devaluatie zou de oliemaatschappij daarbij 15 procent minder winst maken. Telefónica is de grootste telefoonmaatschappij in Argentinië en haalt zo'n 12 procent van zijn omzet uit het land. Het bedrijf kampt met een toenemend aantal klanten dat hun rekeningen niet meer kan betalen.