Ruimtetekort 1

René Hoksbergen pleit in zijn bijdrage (NRC Handelsblad, 31 december) voor driedimensionaal denken aangaande de ruimtelijke ordening en inrichting van Nederland. De uitwerking die hij aan driedimensionaal denken geeft, laat op drie punten te wensen over.

1. De bijdrage van Hoksbergen is polariserend. Hij vergelijkt Nederland met de rest van Europa, plaatst de stad tegenover het platteland en zet de allochtonen af tegen autochtonen. Dit zijn stereotiepe polarisaties en het wordt al snel een `goed en fout'-verhaaI dat op mij doemdenkerig overkomt. Dat spreekt ook uit de kop: `Ruimtetekort dreigt ons land te verstikken'.

2. De onderliggende opvatting over ruimte is erg ouderwets. Nederland wordt voorgesteld als een bepaalde ruimte die, als alles wordt weggedacht, leeg achterblijft. Juist door inrichting wordt ruimte gecreëerd. Een huis op 100 m² geeft veel meer ruimte, dan geen huis op dezelfde plek.

3. Driedimensionaal denken komt vervolgens uit de lucht vallen en wordt niet verankerd in het betoog. Wat overblijft is een schrale notie van vooral onder de grond bouwen. Het aardige is dat hij hiermee verraadt ook een creatie-opvatting van ruimte te hanteren.

Ruimte wordt inderdaad door mensen gecreëerd en is daarmee primair een sociaal geconstrueerde werkelijkheid. En de files waarover Hoksbergen het heeft, zijn een teken dat er iets in dat constructieproces niet helemaal goed is gegaan. Maar wat heeft dat te maken met een hoger geboortecijfer onder allochtonen of het aantal asielzoekers? Vervolgens worden technologische oplossingen voorgesteld, zoals tunnels en ondergrondse parkeergarages. De combinatie van suggestieve verbanden en voorbarige oplossingen, ondermijnt het creatieve vermogen van onze samenleving. Niks nieuws overigens, want reeds Vico (1668-1744) in zijn New Science (Penguin Books) beklaagt zich hierover. Maar Vico wijst ons tevens een weg, namelijk dat de mens kent wat hij maakt. We moeten het vooral anders gaan doen, maar dat anders doen moet wel opnieuw worden geleerd.

Onze samenleving is slecht voorbereid op en geëquipeerd voor een gezamenlijk constructieproces. Ik stel daarom voor het driedimensionaal denken op te rekken tot driedimensionaal Ieren over de ruimte. De drie dimensies kunnen bovengenoemde kanttekeningen als volgt anticiperen: een continue poging om tegenstellingen in de samenleving te verzoenen, meer disciplines toelaten bij het ordenen en inrichten van de ruimte, meer aandacht voor en ondersteuning van sociale leerprocessen.

Op die manier kan het creatieve vermogen van onze samenleving weer worden versterkt en benut. Natuurlijk krijgen ook innovatieve technologieën daar een plaats.