Punctualiteit

De recente gebeurtenissen bij de NS doen vragen rijzen omtrent het begrip punctualiteit. Tachtig procent van de treinen rijdt op tijd, dat weten we nu wel. Maar het gaat natuurlijk om de resterende 20 procent. De indruk bestaat (versterkt door opmerkingen van de heer Noten in Buitenhof van 23 december) dat één minuut te laat al fout is. Alhoewel een dergelijke vertraging door de reiziger niet als zodanig zal worden ervaren (en in veel gevallen nog wel eens goed uitkomt).

Het gaat dus om de verdeling van de resterende 20 procent. Hoeveel treinen zijn minder dan vijf minuten te laat, hoeveel 5-10 minuten, enz. Daaruit zal ook de invloed blijken van enkele grote `rampen' in 2001, zoals twee computerstoringen in Amsterdam en een botsing tussen goederentreinen in Utrecht (alle buiten verantwoordelijkheid van NS). Een beetje statisticus kan zo uitrekenen hoeveel moeite het kost om dat weer goed te maken.

Los hiervan: hoe wordt punctualiteit eigenlijk gemeten? Er zijn per jaar ongeveer 30 miljoen vertrek- en aankomsttijden op ongeveer 400 stations van NS. Het is duidelijk dat deze niet allemaal worden gecontroleerd. We hebben het dus over het resultaat van steekproeven (met de daarbij behorende onzekerheidsmarges), of van een beperkt aantal peilstations. In beide gevallen is het trekken van consequenties uit 0.1 procent verschil een farce. De kreet ,,80 procent van de treinen op tijd'' is naar mijn mening een grove simplificatie, die schreeuwt om nadere toelichting.