Pro-Europese façade Italië stort in

Renato Ruggiero, de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, is afgetreden. Zijn stap legt de anti-Europese gevoelens in de centrum-rechtse coalitie van premier Berlusconi bloot.

Gianni Agnelli, als ere-president van Fiat en senator voor het leven een grand old man in Italië, zag er gisteren somber uit. Ik ben bang, zei hij tegen de Italiaanse tv, dat het kabinet nog niet goed in de gaten heeft wat een klap dit is voor ons land.

Met het aftreden van Renato Ruggiero is het grootste deel van de internationale façade van de regering van Silvio Berlusconi ingestort. Zonder het gezag van de 71-jarige Ruggiero, zonder diens diplomatieke gladstrijkerij van de blunders en uitglijers in Rome, komt onverbiddelijk de euroscepsis in het Italiaanse regeringskamp bloot te liggen.

Ruggiero was boos geworden om de twijfels en onverschilligheid over de invoering van de euro bij zeker drie collega-ministers. Binnen het kabinet bestaan uitgesproken meningsverschillen over Europa, vertelde Ruggiero donderdag in een interview. Berlusconi antwoordde een dag later dat hij zelf verantwoordelijk is voor het buitenlandse beleid en ,,niet deze of gene minister''. Die schoffering en de ontkenning van de meningsverschillen zijn Ruggiero in het verkeerde keelgat geschoten.

Na zijn beëdiging gistermiddag als interim-minister van Buitenlandse Zaken verklaarde Berlusconi zich overtuigd Europeaan. Hij beloofde continuïteit in het buitenlandse beleid. Maar nu Ruggiero de sluier heeft weggetrokken over anti-Europese gevoelens binnen de centrum-rechtse coalitie, zal Berlusconi tekst en uitleg moeten geven over wat zichtbaar is geworden.

Decennia hebben de machthebbers in Rome hun koers op Brussel gericht. Eerst de christen-democraten en hun bondgenoten, na hen de centrum-linkse coalitie die in 1996 aan de macht kwam. Italië moest worden vastgeklonken aan de Alpen om te voorkomen dat het afgleed naar Afrika. De meeste kiezers steunden dat beleid, want de Europese regels en verordeningen moesten de liberalisering en modernisering mogelijk maken waartoe de Italiaanse politici alleen niet in staat bleken.

Voor het eerst in decennia is in Rome duidelijke kritiek te horen op Brussel. Sommigen keren zich openlijk van Europa af. ,,Het Italië van Berlusconi drijft weer in de Middellandse Zee, zonder kompas en zonder de enige poolster die mogelijk is, die van Europa'', schreef dagblad La Repubblica gisteren in een bitter commentaar.

De kritiek in het Berlusconi-kamp kan worden samengevat in de verzuchting: we hebben toch de verkiezingen gewonnen, waarom laten ze ons niet gewoon onze gang gaan? Europa staat in die optiek niet voor kansen en mogelijkheden, maar voor knellende beperkingen. Zo heeft Berlusconi zelf weinig op met Europese regels en afspraken. Zijn verzet tegen het Europese arrestatiebevel, dat hem zelf en zijn vrienden zou kunnen raken in onderzoeken naar corruptie en financiële fraude, is daarvan het beste voorbeeld. Maar ook de wet die de internationale uitwisseling van justitiële informatie bemoeilijkt past in die categorie – ook al omdat hier opnieuw sprake is van een persoonlijk belang. [Vervolg ITALIË: pagina 4]

ITALIË

Berlusconi heeft 'een neiging naar Europa'

[Vervolg van pagina 1] Ook leeft binnen de huidige coalitie het idee van een Europa dat Italië wil knechten, in een ondergeschikte rol wil duwen. Mede daarom wil Italië niet deelnemen in het gezamenlijke Europese militaire transportvliegtuig, de Airbus A400M – een besluit dat duidelijk maakt hoe ver het idee van een gezamenlijke Europese defensie nog weg is.

De kritiek op de belangenverstrengeling van mediamagnaat, ondernemer en politicus Berlusconi en op de manier waarop Lega-leider Umberto Bossi buitenlanderhaat aanwakkert, hebben het enthousiasme voor Brussel niet vergroot in Rome. Hier en daar wordt zelfs gesuggereerd dat Europa in handen is van linkse politici. Dat was een extra reden voor Berlusconi om te onderstrepen dat hij een speciale band nastreeft met Washington.

De trage start bij de invoering van de euro was niet de reden voor de uitbarsting van Ruggiero. De problemen bij de geldautomaten en het feit dat in bijna alle kleine winkels in Rome nog met lires wordt betaald, bevestigen hooguit de reputatie van Italianen als slechte planners.

Ruggiero was vooral geïrriteerd over de toon. Minister van Defensie, Antonio Martino, riep dat de euro best op een mislukking zou kunnen uitdraaien. Minister van Bestuurlijke Vernieuwing, Umberto Bossi, zei dat de euro hem niets interesseert. ,,Terwijl alle regeringen de grote politieke en ethische waarde van de geboorte van de euro onderstreepten, heeft men er in Italië alles aan gedaan om het te bagatelliseren'', zei Ruggiero donderdag in het dagblad Corriere della Sera. ,,Er kwamen weinig commentaren vanuit het kabinet, en die weinige stemmen waren allemaal hoogst sceptisch, zo niet openlijk kritisch over wat er gebeurde. En daarna werd het simpelweg stil.''

In Ruggiero's ogen loopt de Italiaanse positie binnen Europa groot gevaar. ,,Ik ontken niet dat ik erg bezorgd ben'', zei hij. Hij vertelde dat Berlusconi hem had gevraagd om te werken binnen de traditie van integratie in Europa. Maar gevraagd naar de opstelling van de premier zelf, antwoordde Ruggiero diplomatiek dat Berlusconi ,,een neiging naar Europa'' vertoont.

Ruggiero was al met aarzelingen in het kabinet gestapt. President Carlo Azeglio Ciampi en Gianni Agnelli, met wie hij begin jaren negentig in de raad van bestuur van Fiat heeft gezeten, hadden hem overgehaald om minister te worden. Zij hoopten dat zo'n ervaren minister een garantie zou zijn voor het internationale imago van Italië.

Ruggiero, oud-voorzitter van de Wereldhandelsorganisatie, heeft zijn aanzien gebruikt om zijn eigen plan te trekken – meestal tot voordeel van Berlusconi, die hem zaterdagavond bedankte voor zijn rol in het internationaal presentabel maken van zijn kabinet. Maar dat eigenzinnige optreden wekte ook irritatie. Bossi, een van zijn felste tegenstanders en nu de winnaar van de politieke machtsstrijd met Ruggiero, zei gisteren: ,,We moeten een persoon hebben die de aanwijzingen van de regering volgt, niet iemand die denkt dat hij wel op eigen houtje minister kan spelen.''

Overigens had een andere regeringspartij, de Nationale Alliantie, voortgekomen uit de neofascistische partij, veel minder moeite met Ruggiero. NA-minister Tremaglia protesteerde gisteren dat zijn partij nauwelijks is geconsulteerd in deze affaire.

De linkse oppositie heeft om een spoeddebat gevraagd. Oppositieleider Francesco Rutelli waarschuwde voor ,,zeer ernstige schade voor Italië en zijn internationale gezag''. Piero Fassino, leider van de Linkse Democraten, zei dat het aftreden van Ruggiero ,,een zeer grote slag voor het prestige en de geloofwaardigheid van Italië'' betekent.

Voorlopig geeft Berlusconi zelf vorm aan de internationale oriëntatie van Italië. Dat zal niet meevallen, ook in eigen land niet. Volgens opiniepeilingen was Ruggiero Italië's populairste minister. En Berlusconi kan niet vergeten dat zijn verkiezingsoverwinning vorig jaar mede mogelijk was doordat de machtige Agnelli, die zich in 1994 en 1996 afzijdig had gehouden, zijn kant koos. Als Agnelli zich zorgen maakt, moet Berlusconi dat ook gaan doen.

hoofdartikel: pagina 7