Posters met zuigkracht in het stadsbeeld

Voor wie oplet, is een stad een prentenboek verrijkt met tekst. Ik heb het over de affiches voor theater en andere culturele evenementen die in grote aantallen onderdeel zijn van het stadsbeeld. Een verantwoordelijk bedrijf plakt wekelijks zo'n 2.500 affiches op de zogeheten `driehoeksborden'. Daar komen bovendien bij de `wilde plakkers' die hun culturele aankondigingen achterlaten op kale muren, schuttingen, lantaarnpalen.

In het Theater Instituut Nederland aan de Amsterdamse Herengracht is een fraaie tentoonstelling gewijd aan deze affiches. Sinds de instelling in 1992 van de Theater Affiche Prijs heeft het aanplakbiljet zich een grote reputatie verworven. Niet langer hangt het anoniem te verweren als de voorstellingen allang voorbij zijn, het Theater Instituut beschouwt het affiche als een kunstzinnige uiting die onlosmakelijk met de toneelvoorstelling verbonden is. Sterker: de uitvoering begint al bij het affiche.

Er zijn raadselachtige, grafische, provocerende, lelijke, esthetische en ook verwarrende posters. Sommige zuigen je meteen de voorstelling in, al fiets je nog op straat; andere laten je onverschillig. Dat is een beslissing die je in een flits neemt, afhankelijk van het wervende vermogen van het affiche. Het Theater Instituut heeft een collectie van zo'n 20.000 exemplaren opgebouwd. Nu is op de eerste verdieping de tentoonstelling te zien van de genomineerde en bekroonde oogst uit de afgelopen tien jaar. De laatste winnaar was Anton Beeke met zijn zeefdruk voor Toneelgroep Amsterdam, geheten Affiche Zonder titel. In dit zuiver grafische ontwerp draait het om de felle kleurstelling van de strak vormgegeven letters in rood, groen, blauw en zwart. Marten Jongema, die een verhalende stijl nastreeft, won in 1992 de eerste prijs met een ontwerp voor Sofokles' Elektra. Een ontklede vrouw met een doodshoofd aan haar voeten. Uit de tientallen affiches van het laatste decennium is niet zozeer een ontwikkeling te destilleren als wel een overdaad aan sterk uiteenlopende stijlen. Een gezelschap als De Appel uit Den Haag voert al jarenlang kleurrijke affiches met handgeschreven letters en vaak zwierende lijnen. Ontwerper is Jan Bons. Het zijn zeefdrukken die iets intiems en vrolijks uitstralen. Toneelgroep Amsterdam zet een agressiever toon, waarop Anthon Beeke het patent heeft. Niet alleen ontwierp hij de befaamde, shockerende affiche van een vrouw in voorovergebogen houding met een paardenstaart op haar billen voor Troilus en Cressida (1981), ook deinst hij er niet voor terug een levensgroot ontwerp te maken van een vrouw die een revolver in haar ondergoed heeft gestoken. Op haar buik is met rode lippenstift een kindje getekend. De voorstelling heet Haar leven, haar doden (1998). De passant kan zijn associaties de vrije loop laten. Heeft de vrouw haar eigen kindje vermoord, abortus laten plegen? Vragen die iemand naar de voorstelling kunnen trekken.

De prijs voor het meest bizarre, surrealistische design mag wat mij betreft uitgereikt worden aan Frits van Hartingsveldt, die verbonden is aan Art & Pro. Voor Allegro Barbaro (1994) van Frans Strijards tekende hij een man wiens gezicht als een vogelkop wanstaltig is uitgegroeid. Zijn gezichtshuid is uitgegroeid tot een snavel. Pas na ernstige bestudering blijkt een andere man het hoofd in deze vogelbek te steken. Onmiskenbaar barbaars moest dit affiche zijn, juist zoals de titel wil. Over de voorstelling komen we weinig te weten, daartoe moeten we bij ontwerpers zijn die nauwer aansluiten, zoals Bo Thie, die voor Nachtvlucht (1994) van Theater Terra een jongen tekent rondom wiens hoofd papieren vliegtuigjes buitelen. Dat is duidelijk: de jongen, geïnspireerd door Antoine de Saint Exupéry, droomt van vliegen.

Het eerste theateraffiche dateert uit 1871, zoals te lezen staat in de uitstekende inleiding op de catalogus. De Engelsman Frederick Walker maakte voor The Woman in White een even stijlvolle als geheimzinnige tekening van een vrouw gekleed in het wit, gezien terwijl ze wegloopt. Is zij een verschijning? In Nederland verschenen in het begin van de zeventiende eeuw de eerste aanplakbiljetten, onder andere voor de Nederduytsche Academie. Het oudste affiche uit de collectie van het museum dateert uit 1847. Een viool- en mandolinespeler zijn erop afgebeeld, twee zwarte mensen. De aankondigende tekst luidt: ,,Salon des Variétés in de Nes: Zuid-Amerikaansch Neger- en Mulattengezelschap bestaande uit tien personen.''

Helderheid, zeggingskracht en sfeer zijn de belangrijkste voorwaarden voor een geslaagd affiche. Soms hangen er juwelen in de stad, zoals die van Poetry door Lou Reed en Robert Wilson (2001). De basiskleur is nachtblauw, waarop de schaduw van een raaf is geprojecteerd. Wilson zelf ontwierp het en maakte van de titel een dynamische lijn. Heel esthetisch is het ontwerp van Marten Jongema voor de Winterparade 1999. Er staat een vrouw op afgebeeld met een witte bontkraag om; ze kijkt met wintergrijze ogen de verte in. Sneeuwballen dansen om haar heen. Hier vallen vorm en inhoud prachtig samen. De tentoonstelling in het Theater Instituut leert ons de affichekunst op straat nauwkeurig te bestuderen, want de ontwerpers zijn ongekend rijk in hun inventiviteit om potentiële bezoekers naar de theaters te trekken.

Tentoonstelling: 10 Jaar Theater Affiche Prijs. De genomineerde en bekroonde theateraffiches 1992-2001. Theatermuseum, Herengracht 168, Amsterdam. Catalogus: De voorstelling begint op straat. E 34,50. T/m 31 maart. Inl. (020) 6235104; website: www.theatermuseum.nl.