Paskamermoord

Dat de politie o zo feilbaar is, en dat de rechter dat nooit uit het oog mag verliezen, blijkt uit de zaak van `de paskamermoord'. Daarin is een onschuldig man, Rob van Zaane, de dupe geworden van onthutsende incompetentie bij politie en de rechterlijke macht (justitie en de Haarlemse rechtbank).

Het is een zaak die me altijd gefascineerd heeft. Ik schreef er in 1987 een reportage over toen de zaak in hoger beroep voor het gerechtshof in Amsterdam diende. Van Zaane, die altijd ontkend heeft, was eerder door de Haarlemse rechtbank tot twaalf jaar gevangenis veroordeeld. De zittingen bij het hof waren zeldzaam dramatisch. Als toehoorder was je de speelbal van razende twijfels. Daar zat een zachtaardig ogende, melancholieke man die een gruwelijke moord op een vriendin gepleegd zou hebben. Was hij een gevangene in een kafkaiaanse hel, of was hij het monster waarvoor politie, justitie en rechters hem hielden?

Het staat nu vast: hij wás Josef K. En hij bleef dat, ook na zijn vrijspraak door het hof, want autoriteiten bij justitie en politie hielden nadien vol dat hij zo'n dader was, die bij gebrek aan bewijs de dans kon ontspringen. Een half jaar na de vrijspraak sprak ik Henk Munting, toen hoofdinspecteur van de recherche van Zaanstad en een van de hoofdonderzoekers in deze zaak. Hij zei openlijk: ,,Wat ons en ook wat justitie betreft is er uit die zaak gehaald wat er in zat. Er valt verder niets meer te onderzoeken. Advocaat Doedens (van Rob van Zaane) is niet met nieuw materiaal gekomen. Die Haarlemse rechtbank wist tot in detail wat in het dossier stond. Ik heb de indruk dat dat bij het gerechtshof minder het geval was. Het hof heeft zich sterk laten leiden door de verwarring die Doedens op een aantal punten heeft gezaaid.''

Er valt verder niets meer te onderzoeken. Nee, dat gebeurde pas veertien jaar later, en nota bene alleen op verzoek van de moeder van het slachtoffer.

Die combinatie van vooringenomenheid en gemakzucht bij de politie is achteraf het meest schokkend. Iedereen kan en mag fouten maken, ook de politie. Maar in deze zaak was de politie al uitvoerig op haar fouten gewezen en weigerde ze hardnekkig daar lering uit te trekken. Cruciaal is in dit verband het verhaal van Sjoerd Bos, een ex-rechercheur uit Zaanstad, die de eerste maand de leiding over het onderzoek had gehad. ,,Die zaak stinkt aan alle kanten'', liet hij aan de plaatselijke krant weten nog vóór de zaak bij het hof diende. Hij vond dat zijn opvolgers te weinig de gangen waren nagegaan van de Turk Kemal E., die al vaker kledingzaken beroofd had en op de dag van de moord met bebloed gezicht op het station van Zaandam gesignaleerd zou zijn. Bos had volkomen gelijk: Kemal E. was inderdaad de dader.

Ik moest de afgelopen dagen ook veel denken aan Annette K., de ex-vrouw van Van Zaane. Zij legde zeer belastende verklaringen voor haar ex-man af, op een toon alsof ze het nét goed vond dat hij zo in de penarie zat. Ik heb nog even opgezocht wat Van Zaane tegen haar zei aan het einde van die eerste geladen zittingsdag. Hij keek haar rechtstreeks aan. ,,Nou zit ik hier'', zei hij, ,,en ik ben onschuldig.''