Interpol zoekt oud-minister `Mo' Sacirbey

Muhamed (`Mo') Sacirbey, oud-ambassadeur van Bosnië bij de VN en oud-minister van Buitenlandse Zaken van Bosnië, wordt gezocht wegens verduistering van 600.000 dollar en mogelijk zelfs 2,5 miljoen dollar.

De Bosnische autoriteiten vroegen zaterdag Interpol om een internationaal arrestatiebevel tegen Sacirbey, die tijdens de oorlog en de langdurige belegering van Sarajevo als VN-ambassadeur in hoge mate de stem en het gezicht van Bosnië naar buiten toe was. Een onderzoek van financiële controleurs van het Bosnische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft volgens de regering in Sarajevo uitgewezen dat Sacirbey in het jaar 2000 als ambassadeur van Bosnië bij de VN 610.980 dollar heeft verduisterd. In totaal is bij de Bosnische VN-missie in New York 2,5 miljoen dollar zoekgeraakt. Nadat Sacirbey tot twee keer toe had geweigerd gevolg te geven aan een bevel zich voor een rechtbank in Sarajevo te verantwoorden, verzocht zaterdag het ministerie van Binnenlandse Zaken van de moslim-Kroatische federatie aan Interpol hem aan te houden.

Sacirbey was VN-ambassadeur tot 1996, diende daarna twee jaar als minister van Buitenlandse Zaken en vervolgens opnieuw als VN-ambassadeur tot hij in december 2000 werd ontslagen. Hij woont in de VS en heeft berichten over malversaties – die al de ronde deden toen hij werd ontslagen – steeds tegengesproken. Veel financiële transacties, zei hij eerder dit jaar in Amerikaanse media, zijn wegens de chaotische oorlogsomstandigheden zonder formele toestemming verricht; hij zou nooit persoonlijk hebben geprofiteerd.

Een onzer redacteuren voegt hieraan toe: De familie van de nu 44-jarige Sacirbey verliet Bosnië in 1963 (zijn vader was hoogleraar psychiatrie en een van de leermeesters van Radovan Karadzic, de latere leider van de Bosnische Serviërs) en kwam via onder andere Libië in 1967 in de VS terecht. Sacirbey studeerde in Ohio rechten en geschiedenis, speelde American football en verwierf naast de Joegoslavische (later de Bosnische) ook de Amerikaanse nationaliteit en een New Yorks accent. Hij was, toen de Bosnische oorlog uitbrak, investment banker aan Wall Street.

Na het begin van de oorlog trad Sacirbey, wiens familie connecties had met de toenmalige Bosnische president Izetbegovic, als ambassadeur bij de VN in dienst van de Bosnische regering, die hem, een welbespraakt man met goede connecties in de zakenwereld en in de internationale diplomatie, als haar belangrijkste woordvoerder in het buitenland goed kon gebruiken. Hij reisde de wereld rond om de internationale media op uiterst gedreven wijze opmerkzaam te maken op het lijden van de Bosnische bevolking en viel daarbij op als een ongenadig en vaak ook weinig diplomatiek criticus van de volgens hem veel te passieve internationale gemeenschap; die nam volgens hem veel halve, maar nooit een hele maatregel om de oorlog in Bosnië te beëindigen. Sacirbey was in die tijd de lieveling van de internationale media: makkelijk in de omgang, toegankelijk en altijd goed voor originele of harde uitspraken (,,De grootste slachtoffers van de oorlog zijn de Serviërs: door het verlies van hun reputatie''). Zijn scherpe aanvallen stonden bekend als `Sac-attacks' – een onvriendelijk bedoelde kwalificatie. Op de vraag of hem die kritiek stoorde zei hij eens tegen deze krant: ,,Het is moeilijk te beoordelen of je te ver gaat. Voor mij zijn vijf doden per dag geen kille cijfers, maar vaders, moeders, zoons, dochters. Als iemand me van Sac-attacks beschuldigt, heb ik daar maling aan.''