Hij

Wat ik niet zou willen is dat dit stukje door perfide geesten in de verkeerde categorie gerangschikt zou worden. Als de zoveelste bijdrage die de man die mijn onderwerp vormt aan een gedenksteen helpt. Daarom ook zal ik vermijden zijn naam hier breeduit te vermelden. Zodat geen enkele zoekmachine bij machte is dit stukje op te vissen om het aan de grote hoop toe te voegen. Ik sta perplex aan de zijlijn en kijk hoofdschuddend hoe de kudde voorbij trekt. Ondanks deze zelfopgelegde beperking hoop ik in mijn missie te slagen. Dat wil zeggen de morbide fascinatie, die de man al te lang genereert, aan de kaak stellen. Evenals de slaafse onderwerping van zijn criticasters die ondanks hun soms geafficheerde haat jegens zijn persoon maar geen afscheid van hem kunnen nemen. Voor alle duidelijkheid: ik heb geen gruwelijke hekel aan de man. Hooguit een lichte afkeer. Heb naar mijn weten nooit een hele column aan hem gewijd. Hij verdient het niet. Hij is een onaangename figuur met boerse manieren en overslaande stem. Autoritair tot op het bot om zijn gebreken te maskeren, ongekend schofterig om zijn structurele aarzelingen te verdoezelen, permanent in de aanval om te doen vergeten dat hij door zijn talloze misrekeningen zich voortdurend moet verdedigen. Om concreter te zijn, laat ik hier vermelden dat hij per slot van rekening een van de grootste mislukkingen belichaamt die de populairste sport van Nederland ooit heeft voortgebracht.

Anderhalf jaar geleden kreeg hij zijn heilige opdracht op een presenteerblaadje. Hij hoefde alleen het land soepel te loodsen naar daar waar het hoort te zijn. Ondanks de zeer gunstige omstandigheden en het uitzonderlijke materiaal dat hij tot zijn beschikking kreeg, faalde hij op spectaculaire manier. Zijn verkeerde beoordeling en de talrijke technische uitglijders die hij beging, mondden uit in een nationale catastrofe. Deze zwarte bladzijde had natuurlijk onmiddellijk omgeslagen kunnen worden door de verantwoordelijkheden helder vast te stellen en de man de laan uit te sturen. Maar zo ging het niet. Nederland heeft traditioneel een zwak voor antihelden, brekebenen en schlemielen. Maar wanneer de loser als een dwaas zonder relativeringsvermogen om zich heen begin te slaan, ontstaat de morbide fascinatie. Min-min is plus. Hij sloeg vooral de pers en de geslagen pers registreerde slaafs. Tussen beide bloeide een gewelddadig soort van SM-relatie op. Hij de S, zij de M. Het geheel surrealistisch culminerend in een afscheidspersconferentie die rechtstreeks werd uitgezonden. De psychopathische schlemiel kreeg een presidentiële behandeling. En tussen al die geschoffeerden met notitieblokjes niemand die opmerkte dat de enige plek waar hij nog thuis hoorde, de dwangbuis was.

Ik dacht dat wij er eindelijk waren, maar nee. Sinds zijn weinig glorieuze aftocht is hij niet meer van het scherm weg te slaan. Hij kan niet zonder de door hem gehate media en de verslaafde media niet zonder hem. Vlak voor kerst zag ik hem, tot mijn immense verwondering, de prijs voor de beste sportman van het jaar uitreiken. Alsof Sharon in feestelijke smoking de Nobelprijs voor de vrede moest overhandigen. Vlak voor oud en nieuw zat hij weer in een tv-studio tegenover een onnozel moedertypetje zijn anathema's uit te spreken. Er lijkt geen einde aan te komen. Laat toch de doden rusten en roep geen spoken meer op. In dit programma probeerde hij alsnog zijn gelijk van mislukkeling te halen. Aan de neus zitten, min-min is plus, vijf aanbiedingen op zak en een uitnodiging om als verslagen korporaal toch aan de aanstaande veldslag der groten te mogen deelnemen. Wat een absurde brutaliteit. En al die leugens en halve waarheden zonder bronvermelding werden twee dagen later keurig in de krant afgedrukt. Tijd voor bezinning en psychotherapie. Nodig hem niet meer uit, noem zijn naam niet meer, breek met de ziekelijke verderfelijkheid. Kijk resoluut naar een gezonde toekomst en laat het schimmenrijk zijn heilzame werk doen.