Het woordje eer

`Eer' is een lastig begrip. Je kunt het niet zien, je kunt het niet meten, je kunt het niet vastleggen in een mensenrecht. En toch is het buitengewoon goed schendbaar. Eer bestaat al heel lang, nog voor er echte beschaving was, was het er al. Talloze oorlogen zijn erom gevoerd, talloze doden zijn erom gevallen. Mensen zijn bereid ervoor te sterven, niet alleen vroeger, maar ook nu. De historicus Benedict Anderson zei eens dat vaderlandsliefde het enige abstracte idee is waarvoor mensen bereid zijn te sterven. Maar het is geen liefde, het is eer, 's lands eer. Want liefde kun je niet schenden, eer wel. En na die schending volgt zoete wraak.

Toch wordt het woord `eer' tegenwoordig hardnekkig vermeden. Waarom heeft Bush zoveel bewondering geoogst over zijn optreden na 11 september? Omdat hij het woordje `eer' er buiten hield. Even verloor hij zijn zelfbeheersing, een paar uren na de aanslag, maar direct daarna benadrukte hij dat het ging om de `nationale veiligheid'.

Bin Laden en de zijnen zien het anders. Het ging hun misschien niet zozeer om het vermoorden van duizenden mensen, maar om het schenden van de `eer' van het Westen. De Twin Towers zagen zij als een symbool, een symbool van trots en eer, en als je die laat instorten, heb je iets bereikt.

Zo ook de aanslag op het parlementsgebouw in Delhi op 13 december. De terroristen die het parlementsterrein binnendrongen, waren slecht voorbereid en matig bewapend, maar het ging hun om het schenden van de eer van de Indiase natie. Premier Vajpayee van India was minstens zo bewonderenswaardig als Bush door het niet meteen over de boeg van geschonden eer te gooien.Want dan zou wraak zijn vereist, en dus onmiddellijke oorlog.

Maar Vajpayee wordt langzaam in het nauw gedreven. Het is nota bene de Indiase pers die het tot een erekwestie wil maken. De Indiase pers is doorgaans weldenkend en analytisch. Maar nu schijnt elk analytisch vermogen verdwenen te zijn. 's Lands eer is geschonden en heel India roept om wraak.

Een heilige oorlog, hoe primitief het ook klinkt.

Wat weerhoudt Vajpayee ervan die oorlog te beginnen? Bush kon zich veroorloven de `ere-kaart' niet uit te spelen. Hij had de verkiezingen net gewonnen en zat vrij ontspannen in het zadel. Vajpayee daarentegen heeft gevaarlijke verkiezingen voor zich, in de grootste deelstaat Uttar Pradesh.

Als zijn partij die verliest, is het met zijn regering gedaan. Toch blijft hij tamelijk geduldig, hoewel hij zegt dat zijn geduld opraakt. Dat nu maakt van Vajpayee een staatsman, althans voorlopig. Want de bal rolt nog en overmorgen kan hij alsnog de totale oorlog aan Pakistan verklaren.

Het verschil tussen een politicus en een staatsman is dat de politicus alleen op de verkiezingen let, terwijl de staatsman kijkt naar de geschiedenis. Het denkvermogen van de politicus gaat niet verder dan vier jaar, terwijl de staatsman meer aan zijn hoofd heeft. De staatsman denkt namelijk ook aan de eer van de andere staatsman. En die heet in dit geval Musharraf.

Musharraf is al helemaal geen politicus. Hij is een couppleger en hij heeft niet eens een eigen politieke partij. Toch is hij geen klassieke dictator, al was het maar omdat hij zijn tegenstanders niet pardoes liet neerknallen.

Hij bevroor slechts hun banktegoeden. En hij zocht van begin af aan een plek in het midden.

Het midden van Pakistan bevindt zich ergens tussen de arme massa, die in de ban is van fundamentalisten, en een opkomende middenklasse die werelds en kosmopolitisch is ingesteld. Musharrafs balanceeract is indrukwekkend. Hij is een moderne man die een premoderne samenleving bestuurt. En hij is een charmeur. Afgelopen zomer, toen hij naar India kwam voor vredesbesprekingen (die mislukten), kon de pers niet ophouden over zijn kleding, zijn goede smaak, zijn welbespraaktheid en zijn spontaniteit. Hij is bepaald geen harkerige generaal. Ook tijdens de bijeenkomst van staatshoofden, afgelopen week in Nepal, verraste hij vriend en vijand door plotseling naar Vajpayee te lopen en hem de hand te schudden. Vajpayee wist zich even geen raad met zijn houding en het was weer 1-0 voor Musharraf.

Alsof `eer' Musharraf niets kan schelen. De Indiase regering heeft Pakistan de laatste weken meedogenloos getart, het Indiase leger is naar de grens met Pakistan opgerukt, er worden dreigementen geuit en absurde eisen gesteld, Musharraf mocht niet eens over Indiaas grondgebied vliegen om in Nepal te komen. En toch stapt de man op zijn tegenstander af en schudt hem de hand.

Door deze simpele handeling schakelde Musharraf de erekwestie in een klap uit. Natuurlijk voelt hij zich gekwetst, hij heeft zich het afgelopen jaar nogal wat kwetsuren op de hals gehaald. Door roekeloos naar aartsvijand India af te reizen en onverrichter zake terug te keren. Door onder druk van de Verenigde Staten de steun aan de Talibaan op te geven. En door nu de steun aan moslimextremisten die in India aanslagen plegen op te heffen. Maar hoeveel gezichtsverlies kan de man nog hebben?

Dat is dus precies wat Vajpayee weet. Op korte termijn heeft Vajpayee baat bij een oorlog tegen Pakistan, tegen moslims dus, omdat hij daardoor verkiezingswinst boekt in februari. Maar Vajpayee heeft een grotere zorg: wat er volgt als India de oorlog wint.

Want natuurlijk wint India de oorlog tegen Pakistan, dat is al drie keer gebeurd. Pakistan verslaan is voor India geen kunst en India heeft nu zelfs de wereldopinie achter zich, omdat iedereen vindt dat terroristen hard moeten worden aangepakt. Maar we hebben nu de typische situatie van een geslaagde operatie en een bezweken patiënt.

Want Musharraf zal een verloren oorlog tegen India niet overleven. Het zal de laatste druppel zijn, die de mullahs in zijn land zullen aangrijpen om hem af te laten zetten. Dan zit India hoogstwaarschijnlijk met een echte dictator, een moslimextremist wellicht, die niet met uitgestoken hand naar de Indiase premier toestapt, maar die de jihad predikt en de terreur in Kashmir opvoert. India heeft Musharraf nodig. En India kan Musharrafs eer dus beter niet schenden. Zo hangt alles aan elkaar via het achterlijke woordje `eer'.

ramdas@nrc.nl