Gewikt en gewogen

Kleine onvolkomenheden aan munten kunnen de automatenbranche geld kosten. En de euromunten verschillen. De euro wordt gewikt en gewogen.

De eerste niet-Nederlandse Europese munten zijn inmiddels in het betalingsverkeer opgedoken. Die hebben het bewijs geleverd dat Griekse eurocenten, afgezien van het Griekse plaatje, niet merkbaar van de Nederlandse verschillen op punten als diameter, dikte, gewicht en kleur.

Of de verschillende Europese muntbedrijven er werkelijk in geslaagd zijn hun nieuwe munten voldoende op elkaar te laten lijken zal pas over een paar weken duidelijk worden.

Geen branche die gevoeliger is voor kleine tekortkomingen aan de munten dan de automatenbrache. Voorlopig heeft die geen ernstige klachten, zegt Rob Dirksen van Smart Consultant. Dirksen onderhield de verbinding tussen de automatenbranche met De Nederlandsche Bank en de ministeries van Economische Zaken en Financiën. ,,Maar', voegt hij eraan toe, ,,ik denk niet dat ik het zeggen zou als het wel zo zou zijn.' Het gedonder met de Thaise baht was al erg genoeg.

Op het eerste gezicht lijken de diameters, diktes en gewichten van de acht nieuwe munten zeer secuur vastgelegd in EU-verordening 2866/98 en wijziging 423/1999 (beide op internet te vinden). Wat daar niet bij staat is hoe groot de toleranties in het productieproces zijn, dus welke maximale afwijkingen van de voorgeschreven maten zijn toegestaan. De toleranties zijn geheim. Ook wordt niet bekendgemaakt welke Europese muntbedrijven de meeste moeite hebben zich aan de specificaties te houden. Dat is niet hoffelijk. Verder wordt gezwegen over de vraag of de nationale imprints op de munten (het hoofd van Beatrix) de muntherkenning niet ongunstig beïnvloeden.

Hoe controleert een moderne muntautomaat munten eigenlijk op echtheid en juistheid? Welke eigenschappen van de munt test hij? De Nederlandse Munt in Utrecht beheerde een van de Europese `Testcentra' waar de automatenhandel zijn automaten kon laten wennen aan de nieuwe munten. Maar meer dan een globale indruk van de automatenwerking heeft de Munt er niet aan overgehouden. De taak van het bedrijf bestond eruit grote `samples' (steekproeven) uit de acht nieuwe munten aan te bieden. Men verwijst naar Dirksen als de man die weet hoe een automaat werkt.

Dirksen wéét het ook, maar wil er niet veel over zeggen. Er is de branche veel aan gelegen de werking van de automaten geheim te houden. Het eigenlijke muntsysteem (de `muntproever') binnen een automaat is tegenwoordig een min of meer autonoom, uitwisselbaar kastje ter grootte van een flink boek. Van de ongeveer 200.000 automaten die Nederland in gebruik heeft zal ruim driekwart inmiddels elektronisch werken. Mechanische muntproevers zijn nog te vinden in automaten die het zonder elektriciteit moeten stellen of in heel eenvoudige toepassingen zoals het biljart en het tafelvoetbal. De voornaamste producenten van munttesters zijn het Amerikaanse MEI (Mars Electronic International) en Coinco en het Duitse NRI (National Rejectors Inc.). Ze leveren tegenwoordig uitsluitend nog elektronische muntsystemen. Hoe ze werken vertellen ze niet, de strijd tegen valsemunters en andere oplichters is immers de raison d'être van de branche.

Verrassend genoeg blijkt op internet inderdaad niets inhoudelijks over de werking van de coin validators of coin mechanisms in het hart van de vending machines of slot machines te vinden. Tot een beroep wordt gedaan op het reusachtige bestand van het Amerikaanse octrooibureau (www.uspto.gov via de search collection `patents' en verder langs `advanced search'). Tientallen munttestsystemen worden daar in extenso beschreven. Vele blijken in handen van Mars Incorporated, maar er zijn ook tal van zelfstandige uitvinders die ideeën lieten beschermen. Vooral de beknopte paragraaf `Background of the invention', waarin de zogenoemde Prior Art wordt beschreven, geeft steeds een aardige kijk op de stand van de techniek.

Tot begin jaren zeventig werden voornamelijk mechanische muntsystemen geproduceerd en tot ver in de jaren tachtig ziet men nog nieuwe vindingen op dit gebied gepatenteerd worden. Patent 4.544.058 beschrijft wat er allemaal in mechanische systemen te vinden was: balansen die het gewicht meten, palletjes die diameters voelen, magneten, ringenvangers en een aambeeld waarop de munten moesten vallen opdat de elasticiteit van de botsing onderzocht kon worden. Vaak waren er ook fotocellen die controleerden of er geen gaten in valse munten waren geboord om het gewicht te verminderen.

Het voornaamste bezwaar van de mechanische systemen is dat ze traag zijn en dat precies bekend is op welke eigenschappen munten worden getest: dikte, diameter, gewicht, valkarakteristiek en vaak ook magnetisme. Dat speelt de `counterfeiter' in de kaart.

Halverwege de jaren zestig introduceert Mars de eerste elektronische munttesters. Daarin komt nog veel mechanische muntherkenning voor, maar essentieel is dat men voor het eerst munten laat vallen door het hart van een elektrische spoel. Die geeft in reactie daarop een puls af aan een elektrisch circuit. Later zijn er systemen gekomen waarbij munten langs een spoel vielen of moesten rollen tussen twee gekoppelde spoelen (waarover een hoogfrequente wisselspanning was gelegd). Als de waarneming niet bedriegt werd in de oudste apparaten het signaal dat een passerende munt opwekte uitsluitend vergeleken met een vooraf ingestelde drempelwaarde. Heel vaak werd er gecombineerd met fotocellen die de grootte of snelheid van de munten maten.

Nog steeds vormen de `spoelen' de kern van de elektronische muntherkenning. Maar de moderne apparaten zijn veel kritischer geworden, vaak worden meerdere spoelen gecombineerd en/of analyseren ze de vorm van de puls die bij het passeren wordt opgewekt. Daarbij kan de ontwerper van de munttester geheel proefondervindelijk te werk gaan: hij laat een grote hoeveelheid 1 euro-munten uit een representatieve steekproef (die de Nederlandse Munt hem ter beschikking stelde) door zijn machine lopen en registreert vorm en aard van de pulsen die dat oplevert.

Een statistische verwerking van die pulsen, het `profiel' van de munt, laat hij in een computergeheugen opslaan. Desgewenst vernauwt hij het opgeslagen profiel handmatig om te verhinderen dat andere munten binnen hetzelfde profiel gaan passen. Een klein percentage onterechte verwerping moet dan voor lief worden genomen.

Het systeem is uiterst gevoelig, goede muntproevers kunnen zelfs de verschillende nationale imprints op de munten van elkaar onderscheiden. De komende weken wordt duidelijk wat dat aan storingen gaat opleveren.