Exit Ruggiero

De euro heeft een eerste politiek slachtoffer gemaakt: in Italië heeft minister van Buitenlandse Zaken Renato Ruggiero ontslag genomen omdat hij de Europese gezindheid van de regering van premier Berlusconi in twijfel trok. Italië hobbelt achteraan met de invoering van de euro en afgelopen week gaven drie ministers openlijk blijk van hun euroscepsis. De minister van Defensie (Martino) meende dat de euro kon mislukken, de minister van Financiën (Tremonti) zei dat de euro een gevaar voor de Europese economie kon betekenen en de minister van Institutionele Hervorming (Bossi) verklaarde dat de euro hem niets kon schelen. Dat was Ruggiero, een voorstander van de Europese integratie, te gortig. Het traditionele Italiaanse pro-Europa-standpunt was in gevaar, waarschuwde hij vorige week. Die waarschuwing kostte hem zijn kop.

De gebeurtenissen in Rome illustreren een opmerkelijk politiek patroon: de grootste scepsis over de euro komt op het ogenblik niet van linkse eurocritici, maar uit rechts-nationalistische hoek. Daar en niet alleen in Italië zijn de weerzin tegen Europese integratie en de nostalgie over het verdwijnen van de eigen munt het heftigst.

Dit is een reden te meer om het ontslag van Ruggiero, een partijloos politicus, serieus te nemen. De eurokwestie staat namelijk niet op zichzelf.Sinds Berlusconi zeven maanden geleden aan de macht kwam, stapelen de irritaties tussen Italië en de EU zich op. Het begon er al mee dat minister van Financiën Tremonti aankondigde dat Italië zich niet aan de begrotingsafspraken van de monetaire unie zou houden. Hij herriep dit, maar de toon was gezet. Vervolgens lobbyde premier Berlusconi – tevergeefs – tegen de invoering van een Europees arrestatiebevel in de nadagen van de aanslagen op 11 september. Op defensiegebied haalde Italië een project voor een Europees militair transporttoestel onderuit. Eind vorig jaar, op de Europese top in Laken, blokkeerde Italië de toewijzing van Europese instellingen omdat de Italianen het Europese voedselagentschap niet aan Finland wilden gunnen. Waarbij Berlusconi uitriep dat Italië synoniem is voor de goede keuken en dat de Finnen niet eens weten wat Parma-ham is.

Het was nodig mijn stem te verheffen, zei Berlusconi naderhand en dat lijkt het nieuwe Italiaanse Europabeleid te zijn: luidruchtig nationalisme. Ruggiero was hiervan een ongemakkelijke tegenstander. De voormalige secretaris-generaal van de Wereldhandelsorganisatie WTO stond bekend als een internationaal gerespecteerde diplomaat en hij was als minister van Buitenlandse Zaken aangesteld om het kabinet van Berlusconi naar de bondgenoten een Europees profiel te geven. Het leidde tot steeds heviger botsingen. Ondanks sussende woorden van Berlusconi in het weekeinde kan Ruggiero's vertrek moeilijk anders worden uitgelegd dan als een overwinning van de eurofoben in de Italiaanse regering. Ook al is de euro sterk genoeg om de grilligheid van Berlusconi en zijn kabinetsleden te doorstaan, Italië, het land dat vier jaar geleden nog hemel en aarde bewoog om tot de eerste groep eurolanden te worden toegelaten, heeft zichzelf een slechte dienst bewezen.