Eurosceptici, ze zijn er nog

Eurosceptici blijven onbewogen onder de triomfantelijke intocht van de gemeenschappelijke Europese munt. Een van hen heeft weddenschappen lopen dat de euro over tien jaar al weer verdwenen is. Anderen weten in elk geval zeker dat de munt niet de basis zal leggen voor de verdere politieke eenwording van de EU.

,,Van alle euroforie van vorige week begrijp ik niets. Die euro was er toch allang op de beurs, op bankafschriften, in het denken van politici maar is op 1 januari alleen zichtbaar boven water gekomen. De ronkende retoriek van politici, bankpresidenten en andere euroregenten van vorige week beschouw ik dan ook alleen maar als een uiting van de onmacht om Europa echt aan de man te brengen.''

Eimert van Middelkoop, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie, is en blijft euroscepticus. Ook met euro's op zak gelooft hij niet dat de verdere Europese eenwording nu een onvermijdelijkheid is. De econoom Arjo Klamer, al langere tijd uitgesproken tegenstander van de euro, ging vorige week nog een stapje verder. Aan TV Rijnmond verklapte hij dat hij verscheidene weddenschappen heeft lopen dat de euro het hooguit tien jaar volhoudt. Klamer vindt dat de lidstaten van de Europese Unie met de invoering van de euro een omgekeerde weg bewandelen. In plaats van eerst te `trouwen', dat wil zeggen politiek één te worden, beginnen zij alvast met het inrichten van hun gezamenlijke toekomst, een heilloze weg in de ogen van de Rotterdamse econoom.

De Belgische oud-premier en Europa-believer Mark Eyskens schreef vorige week in De Standaard dat de Europese Unie nu sterke politieke instituties nodig heeft om de euro te schragen. Immers: ,,Op de planeet aarde bestaan er staten zonder munt (bijvoorbeeld het Groothertogdom Luxemburg), maar er bestaan geen munten zonder staat of althans zonder interstatelijke verankering'', schreef hij in een artikel dat vandaag ook op de opiniepagina van deze krant staat afgedrukt.

,,Wat een negentiende-eeuws betoog'', schampert Van Middelkoop. ,,Toen hadden nationale staten de munt nog nodig om hun bestaan te bewijzen. Dat is nu niet meer het geval. De munt is met de invoering van het giraal verkeer en alle plastic geld grotendeels virtueel geworden. Eyskens projecteert een negentiende-eeuwse waarheid op het Europa van de eenentwintigste eeuw.''

Ook Alfred Pijpers, Europa-watcher van Instituut Clingendael in Den Haag, gelooft niet zo in dit verband. Nadat de nieuwigheid van de euro eraf is, gelooft hij dat burgers een tamelijk pragmatische, zakelijke houding tegenover de munt zullen aannemen, ,,in de trant van: handig dat die er is.'' Sterke politieke instituties, zoals een Europese regering en een machtig parlement, vergen veel warmbloediger gevoelens van de Europese burgers. ,,Die vereisen Europese aanhankelijkheidsgevoelens van burgers, loyaliteit, Europese saamhorigheid. Ik ben er zeer sceptisch over dat die gevoelens ooit ontstaan. We blijven immers in een grotendeels nationale context leven. Ook onze jeugd, die met de euro opgroeit, wordt nog steeds nationaal gesocialiseerd.''

Dat de politieke eenwording nog ver weg is, blijkt volgens Pijpers uit het voortdurend geharrewar over de institutionele hervorming, het buitenlands beleid en de gebrekkige resultaten van de top van Laken, enkele weken geleden. Europese regeringsleiders zoals de Italiaanse premier Silvio Berlusconi haalden toen de pers met een knallende ruzie over de vestiging van een voedselveiligheidsbureau. Pijpers: ,,Ik zie in feite de omgekeerde tendens: Veel initiatieven binnen de Europese Unie zijn momenteel intergouvernementeel. De Europese Commissie is volgens mij juist terrein aan het verliezen, een enkel succesvol initiatief als dat van commissaris Antonio Vittorino over het Europees arrestatiebevel daargelaten.''

Van de steeds sterkere roep om een Europees asielbeleid, nu zelfs ook bij vooraanstaande VVD-politici als Hans Dijkstal en Gerrit Zalm, is Pijpers evenmin onder de indruk. ,,Vergist u zich niet, het gaat hierbij om afstemming en coördinatie van nationaal asielbeleid, zeker niet om integratie.'' Van een supranationale, Europese Immigratie- en Naturalisatiedienst, zoals er een supranationale Europese Centrale Bank is, zal het volgens hem nog lange tijd niet komen.

Politici van de Socialistische Partij die zich de laatste jaren ook wantrouwig opstelden tegenover de Europese eenwording, hebben andere redenen om politieke samenwerking af te wijzen. Europarlementariër Erik Meijer wijst erop dat de euro op een ondemocratische manier aan burgers is opgedrongen. Hij vreest dat het met andere Europese besluiten net zo zal gaan. ,,De echte krachtmeting zal moeten komen met de verdere democratisering van Europa, maar ook met de euro zelf'', betoogt hij. Immers: ,,Lidstaten die het even wat minder goed doen in Europa hebben dankzij de euro minder middelen om economisch bij te sturen. De afspraken van het Stabiliteitspact dat ten grondslag ligt aan de gemeenschappelijke munt, kunnen gemakkelijk gaan knellen.''

ChristenUnie-Kamerlid Van Middelkoop meent mede daarom dat een eerlijke beoordeling van de munt pas over ,,tien, twintig jaar'' gegeven kan worden. ,,De invoering van de munt is een gemakkelijk succes, en wel om twee redenen. Ten eerste gebeurde dat in een tijd van economische voorspoed, en ten tweede waren de betrokken lidstaten allemaal al begonnen met de afslanking van hun verzorgingsstaat. De Economische en Monetaire Unie die ten grondslag ligt aan de euro, was in feite een formalisering van die afslanking.''

Hoe snel de politiek-economische stemming kan wisselen blijkt volgens Van Middelkoop uit de huidige gebeurtenissen in een grote Europese lidstaat als Italië. ,,Kortgeleden waren ze daar nog apetrots dat ze, in weerwil van alle vooroordelen, hun begroting op orde hadden en zo de invoering van de euro mogelijk maakten. Nu trappen vooraanstaande politici en ministers tegen diezelfde euro aan. Als dat in Italië gebeurt, waarom zou dat nergens anders kunnen gebeuren?''