Elektronica

,,Een viool is eigenlijk niet meer dan een plank met snaren; het is een vrij ongedefinieerd object dat hoogstens uit historisch perspectief dwingt tot een bepaalde speelwijze. Met de piano is dat al anders, daar zit je vast aan die 88 toetsen. En elektronica is helemaal lastig, want Yahama of Casio hebben er al allerlei handigheidjes ingestopt die bepalend zijn voor hoe het kastje wordt bespeeld. Maar je moet als elektronica-componist juist loskomen van die voorgekookte klanken, door de hardware te saboteren met een soldeerbout of de machine op hol te jagen met extra data. Ook dat zijn nog reacties op wat er is. Toeëigenen gaat verder.''

Sinds de aanschaf van zijn eerste Atari-computer in 1985 verkent saxofonist Luc Houtkamp de grenzen tussen digitaal componeren en improviseren. De tikken, krasjes, bromtonen, sisklanken en flarden white noise op zijn nieuwste album Exercise in Swing zijn opgewekt met een zelfgeschreven computerprogramma, zonder toevoeging van samples of akoestische geluiden. In die ruisbrij herkent de aandachtige luisteraar al snel de streng structurerende hand van Houtkamp, die eerder een improvisatierobot bouwde: een vleugel met Vorsetzer, aangestuurd door een computer die reageert op Houtkamps saxofoon.

,,Het is een zoektocht in een chaotische klankenjungle, gecreëerd door een blanco rekenaar. De klanken die ik uitkies hebben gemeen dat ze een spanning in zich dragen: ze staan op het punt van een extreem naar een ander extreem door te slaan, verenigen bepaalde mathematische waarden. Maar ik kies ook voor geluiden die weer ergens naar klinken. Het titelstuk Exercise in Swing is eigenlijk een modaal jazzstukje. En in Gugelhupf Stomp herkende ik tijdens het componeren de korte attack en de geïsoleerde loopjes van Thelonious Monk. Het toevoegen van een 32-matenschema met bridge was een logische volgende stap.

,,Kunst hoeft niet waar te zijn maar moet wel consequentie hebben, conflict in zich dragen. Toen ik de computer leerde improviseren, dacht ik weer na over wat improviseren eigenlijk inhoudt. Ik werd me bewust van handigheidjes als het aanhouden van een neutrale noot zolang je niet weet wat je medespelers gaan doen. Of het paraat hebben van verschillende scenario's waarmee je kan reageren op wat er op je afkomt.

,,Dat strategische spel maakt improvisatie interessant. De meeste improvisators kijken je vreemd aan als je heel direct reageert met een vulgaire honk of onbetamelijk gejank. Voor hen is improvisatie vooral een langs elkaar heen spelen. Of erger nog: klankonderzoek! Maar klanken kunnen het eindstation niet zijn; ze zijn vanzelfsprekend en het gaat erom wat je ermee doet.

,,Het is nu allemaal een stuk gestroomlijnder dan in de jaren zeventig, toen ik begon met elektronische muziek. Maar de gebruiksvriendelijkheid van samplers en synthesizers leidt tot vervlakking. Misschien ben ik conservatief, maar ik vind dat je een instrument niet alleen moet gebruiken omdat het er zo leuk uitziet of zo lekker klinkt. Er moet een reden zijn om het te gebruiken.

,,We hebben eeuwenlang op één bepaalde manier geïmproviseerd en elektronica kan dat doorbreken. Nu spelen improvisators bijvoorbeeld nog parallel, iedereen zijn eigen lijn in een meerstemmig geheel. Maar je kan ze ook in serie zetten. De eerste produceert een klank, een tweede en derde bewerken die klank en de vierde doet de eindregie: een productielijn waaraan meerdere muzikanten samen een klank maken. Een andere mogelijkheid is ook de apparatuur interactief maken. Een deel van de controle is dan in handen van de computer.''

Luc Houtkamp: Exercise in Swing (X-OR, CD011); Luc Houtkamp in Chicago (Entropy, 007); FOURinONE: Stelen (Random Acoustics, RA026); F.I. Quartet: Live at Free Music XXVII (X-OR, fr11). Cd's via (070)3632801 of xorluc@xs4all.nl.