De vier verdachten in de zaak-Fireworks

Ruim anderhalf jaar geleden ontplofte het Enschedese vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks en nog altijd is de rechtbank niet tot een inhoudelijke behandeling van de zaak gekomen. Vier verdachten telt het strafproces inmiddels: de S.E. Fireworks-eigenaren Rudi Bakker en Willy Pater, klusjesman Hennie Kloppenborg en de van brandstichting verdachte André de V. Aanstaande donderdag beslist de rechtbank hoe de zaak tegen drie van hen verder gaat. Een tussenstand.

André de V.

André de V., een 34-jarige werkloze Enschedeër, wordt door zijn vrienden getypeerd als ,,een vrije jongen, maar geen crimineel''. Iemand die het zwart bijklussen in de bouw en de autohandel prefereert boven een vaste baan. De V. werd als tiener veroordeeld voor een serie inbraken. Een maand na de vuurwerkramp is hij betrapt bij een poging zijn auto in brand te steken om zodoende de verzekering op te lichten. De V. staat bekend als een fantast, iemand die graag opschept en stoere verhalen vertelt. Volgens een gedragsdeskundige die De V. heeft onderzocht, lijdt hij vermoedelijk aan een chronische psychische stoornis.

De tenlastelegging

De V. heeft volgens justitie bij S.E. Fireworks het brandje aangestoken dat tot de ramp leidde. Na zijn aanhouding, op 24 januari 2001, is hij viermaal voor de Almelose rechtbank verschenen maar tot een inhoudelijke behandeling is het nog niet gekomen. Justitie had meer tijd nodig om het onderzoek af te ronden.

Het bewijs van justitie

Eventuele sporen van brandstichting op het terrein van S.E. Fireworks zijn door de explosie weggevaagd. Justitie moet het doen met indirect bewijs, zoals sporen van evenementenvuurwerk die op een sportbroekje van De V. zijn aangetroffen. Ook de mobiele telefoon van De V., waarmee kort na de ramp vanuit de omgeving van de Tollensstraat gebeld is, is voor justitie een aanwijzing voor de betrokkenheid van De V.

Justitie beschikt daarnaast over belastende getuigenverklaringen, onder andere van twee medegedetineerden uit het huis van bewaring in Almelo, tegen wie De V. de brandstichting zou hebben bekend. ,,Ik heb het aangestoken maar kan het nooit meer bekennen'', zou De V. gezegd hebben. Later verklaarde De V. min of meer hetzelfde tegen twee undercoveragenten die zich voordeden als medegedetineerden.

Het verweer

Terwijl J. Stegeman, de piketadvocaat die De V. eerst vertegenwoordigde, op verzoek van zijn cliënt moest zwijgen, kiest zijn opvolger A. Moszkowicz, volop voor de aanval. Politie en justitie hebben bij het onderzoek zoveel fouten gemaakt dat het openbaar ministerie in deze zaak niet ontvankelijk verklaard moet worden, luidt zijn betoog. ,,Elementaire beginselen van het strafrecht zijn geschonden. Dit raakt de rechtsstaat'', stelt de strafpleiter. Moszkowicz hekelt met name de inzet van undercoveragenten, op een moment dat De V. al was aangehouden.

De V. zelf ontkent alle betrokkenheid. Op het moment van de ramp verbleef hij bij een recreatieplas, de vuurwerksporen op de sportbroek zijn afkomstig van een vuurwerkshow in Griekenland en de mobiele telefoon was in mei 2000 niet meer zijn eigendom, aldus De V.

Willy Pater

Werknemer Willy Pater (50) werd in april 1998 vrij plotseling mededirecteur van S.E. Fireworks. ,,Ik wilde een betere toekomst.'' Zijn rol op het bedrijf veranderde daardoor overigens niet wezenlijk. Pater hield zich vooral bezig met de opslag, het voorbereiden van shows en de reparatie van vuurwerk dat bij de shows niet was ontploft. Zijn vriendin was werkzaam op de administratie van het bedrijf. Zij kondigde kort voor 13 mei 2000, de rampdag, haar ontslag aan, omdat ze een trimsalon voor honden wilde opzetten. Willy Pater, ook wel `Stille Willie' genoemd, heeft tot dusver éénmaal, als getuige, zijn verhaal gedaan. Na de vuurwerkramp was hij maanden psychisch van de kaart, daarna bleef hij voornamelijk zwijgen.

De tenlastelegging

Justitie houdt Pater medeverantwoordelijk voor het verspreiden van de brand bij het bedrijf en het overtreden van diverse milieuregels.

Volgens justitie lag er tijdens het uitbreken van de brand te veel en te zwaar vuurwerk opgeslagen. De brand kon zich verspreiden doordat de opslag in containers en zogeheten MAVO-boxen niet voldeed aan de wettelijke eisen. Zo lag er vuurwerk in de zogeheten ompakruimte, waar de brand begon, terwijl dat niet is toegestaan. De veiligheidsmaatregelen op het terrein waren onvoldoende, er was bijvoorbeeld geen goed werkende sprinklerinstallatie. Pater wordt ook illegale verkoop van vuurwerk ten laste gelegd.

Het bewijs van justitie

Hoewel bij de explosies op 13 mei 2000 nagenoeg al het vuurwerk is ontploft of weggeslingerd, heeft justitie na contacten met leveranciers en afnemers geconcludeerd dat er ruim 170 ton vuurwerk op het terrein lag. S.E. Fireworks mocht volgens de vergunning 158 ton hebben. Uit testen en een gedeeltelijke reconstructie is gebleken dat een deel van het vuurwerk uit de zwaarste gevarenklasse 1.1 was. Het bedrijf mocht dit massa-explosieve vuurwerk niet hebben. Het had een vergunning voor vuurwerk uit de lichtere klassen 1.4 en 1.3.

Het verweer

Willy Pater stelt ten eerste dat de overheid het recht op vervolging heeft verspeeld, door telefoongesprekken tussen hem en zijn advocaat G. Meijers af te luisteren. Justitie heeft, op zoek naar informatie over het ontstaan van de brand, ook microfoons in Paters woning geplaatst en gebruik gemaakt van een undercoveragent. Dit alles, voor zover bekend, zonder resultaat.

Pater verzet zich niet zozeer tegen de conclusie dat de ramp is veroorzaakt door vuurwerk. Het vuurwerk van S.E. Fireworks voldeed volgens hem aan alle vergunningseisen. Dat dit vuurwerk dan toch zo'n grote explosie kon veroorzaken, wijt hij aan de gebrekkige kennis die er in Nederland over vuurwerk(classificatie) bestaat. Maar dit, stelt Pater, mag je niet zozeer de individuele ondernemers kwalijk nemen als wel de overheid, die moet toezien op de juiste classificatie en opslag.

Advocaat Meijers probeert daarom uit alle macht om de overheid bij het proces te betrekken. Bij het gerechtshof in Arnhem heeft hij bezwaar gemaakt tegen de beslissing van het openbaar ministerie in Almelo om de overheid niet te vervolgen voor haar rol bij de vuurwerkramp. Het hof doet hierover eind januari uitspraak. Ook heeft Meijers aangifte gedaan van vernietiging van documenten door de gemeente Enschede en het ministerie van Defensie.

Rudi Bakker

Rudi Bakker, 39 jaar en geschoold timmerman/metselaar, begon een kwart eeuw geleden als uitzendkracht bij S.E. Fireworks. Toen oud-eigenaar Harm Smallenbroek hem in 1998 de mogelijkheid bood om samen met Pater voor 1,2 miljoen gulden het bedrijf te kopen, ging er een `jongensdroom' in vervulling. ,,Van de ene op de andere dag werd ik ondernemer. Gewoon onvoorbereid.'' Bakker ontpopte zich als de commerciële man van het bedrijf, belast met de verkoop en de contacten met de overheid. Met de gemeente Enschede was hij in onderhandeling over uitbreiding en verhuizing van zijn bedrijf.

Anders dan zijn voormalig compagnon Pater mijdt Bakker tijdens het proces de publiciteit niet. Hij heeft verschillende interviews gegeven. En hij is bij elke rechtszitting (ook die tegen De V.) en getuigenverhoor aanwezig en heeft via internet delen van zijn strafdossier openbaar gemaakt.

De tenlastelegging

Evenals zijn compagnon wordt Bakker brand door schuld en het overtreden van de milieuregels ten laste gelegd. Op brand door schuld staat een maximale gevangenisstraf van een jaar, overtreding van de milieuregels kan met maximaal zes jaar gevangenisstraf worden bestraft. Bakker wordt ook illegale verkoop van vuurwerk ten laste gelegd.

Het bewijs van justitie

Voor de zaak tegen Bakker hanteert het openbaar ministerie dezelfde bewijzen als tegen Pater.

Het verweer

In tegenstelling tot Pater gelooft Bakker niet dat de explosies zijn veroorzaakt door het bij zijn bedrijf opgeslagen vuurwerk. Rapporten van TNO en het Nederlands Forensisch Instituut die dit wel aantonen, zijn door advocaat P. Plasman als `broddelwerk' betiteld. Volgens Bakker moet de ramp veroorzaakt zijn door een andere explosieve stof, die buiten zijn medeweten op het terrein was opgeslagen. Willie Pater, klusjesman Kloppenborg en oud-eigenaar Smallenbroek weten er volgens hem mogelijk meer van.

Met Smallenbroek waren de verhoudingen na de verkoop van het bedrijf bekoeld. Smallenbroek, die nog altijd eigenaar was van het Fireworks-terrein, claimde nog geld van zijn opvolgers, terwijl Bakker en Pater hun voormalige baas ervan beschuldigden het concurrentiebeding te overtreden door nog altijd in vuurwerk te handelen. ,,Ik heb na de verkoop niets dan ellende gehad met de beide heren'', aldus Smallenbroek.

H. Kloppenborg

Kloppenborg was klusjesman bij S.E. Fireworks. Samen met Willy Pater en diens broer Jan Pater hield hij zich bezig met de opslag en onderhoud. In de eerste dagen na de ramp bekende hij tegenover de politie dat er vuurwerk in de ompakruimte lag en dat het bedrijf zich ook schuldig had gemaakt aan het `zwart' verkopen van vuurwerk.

De tenlastelegging

Justitie beschuldigt hem van meineed. Kloppenborg legde tegenstrijdige verklaringen af over zijn aanwezigheid op het bedrijfsterrein, op de zaterdag van de ramp. Eerst verklaarde hij er niet te zijn geweest, later weer wel. Enkele uren voor de brand heeft hij een waterspuit gehaald om zijn tuin te besproeien. In eerste instantie verklaarde hij toen ook een zwerver van het terrein te hebben verjaagd, maar dit had hij verzonnen ,,om interessant te doen''.

Het bewijs van justitie

Over het bewijs voor de meineed bestaat geen discussie, toch zal de strafzaak-Kloppenborg pas beginnen nadat de rechtbank in Almelo het strafproces tegen Bakker en Pater heeft afgerond. Justitie noemt het `zuiverder' dat eerst de rechtbank de precieze gang van zaken op 13 mei 2000 vaststelt.

Advocaat P. Plasman, raadsman van Rudi Bakker, is het daar niet mee eens. Hij wil dat de zaak tegen Kloppenborg eerder wordt behandeld of geseponeerd. Zolang Kloppenborg verdachte is, hoeft hij namelijk geen belastende verklaringen over zichzelf af te leggen. Tijdens zijn verhoor, als getuige in het strafproces tegen de directeuren, maakte hij tegenover de Almelose rechtbank veelvuldig gebruik van dit verschoningsrecht.

Het verweer

,,Ik heb met de ramp niets te maken'', luidt het simpele commentaar van Kloppenborg. Zijn advocaat, W.F. de Haan, denkt dat zijn cliënt door Rudi Bakker gebruikt wordt als bliksemafleider.