Carmen Linares tilt De Falla heel ver op

De Roemeense Hongaar Béla Bartók was natuurlijk niet de enige componist die zich door volksmuziek liet inspireren. Zo schreef de Spanjaard Manuel de Falla onder de titel El Amor Brujo in 1915 met het oog op danseres Pastora Imperio het allereerste flamencoballet. Via het gezelschap van La Argentina werd het stuk vervolgens naar andere landen geëxporteerd.

Het cello octet Conjunto Ibérico o.l.v. van de in Nederland woonachtige Elias Arizcuren, voert het op met als trekpleister een andere heldin: Carmen Linares. Een goed idee, want deze veelgeprezen flamencozangeres, die vorig jaar de Nationale Spaanse Muziekprijs kreeg, deed precies wat zij moest doen: het stuk uittillen boven wat het is. Want hoe vaardig en betrokken de Conjunto ook speelde in deze bewerking voor acht cello's, de Amor Brujo kwam pas echt tot bloei als Linares zich ermee bemoeide. Reciterend in El Circo mágico en zingend met een hees en broeïerig geluid in Canción del fuego fatuo, bij sommigen bekend als Will O' the Wisp door de versie die trompettist Miles Davis er in 1960 van gaf in zijn prachtige Sketches of Spain.

Ook in de na de pauze gespeelde Zeven Populaire Spaanse Liedjes, eveneens van Falla (1876-1946), is het Linares die de show steelt, lieflijk in het zo bedoelde Nana en heftig in het slotstuk Polo.

Vanaf dat moment – het programma is kundig opgebouwd – wordt de teugel steeds meer gevierd. In Nómadas van Armin Robleda (1917) blijkt er tussen flamenco en klassiek nauwelijks meer verschil te bestaan. En in een paar liederen van Garcia Lorca, die je volgens de dirigent eigenlijk half dronken moet zingen, wordt het vervolgens helemaal feest, ook zonder sherry of Soberano.

Dat die liederen door Lorca's latere carrière als literator totaal zijn vergeten, zoals leider Arizcuren de zaal ook meedeelt, is niet helemaal waar. Zo staat er van Café de Chinitas bijvoorbeeld een mooie versie op de plaat van flamencogitarist Carlos Montoya.

Het vestigt de aandacht op een detail dat in de prachtige maar wollige schouwburg de Meerse in Hoofddorp op sommige momenten toch werd gemist. Het symbool dat voor velen naast de stier en de sherry synoniem voor Spanje is: de pregnante akoestische gitaar. Met dezelfde inzet van de Conjunto en iets meer nagalm in de zaal zal dit gemis zich bij de komende concerten mogelijk minder doen gevoelen. Aan Carmen Linares zal het zeker niet liggen: die schuurt zelfs je oren als ze zucht.

Concert: Conjunto Ibérico & Carmen Linares. Gehoord: 6/1 De Meerse, Hoofddorp. Verder: 8/1 Concertzaal Tilburg, 9/1 Carré, Amsterdam, 10/1 Stadsgehoorzaal, Leiden.