Beter horen met een halsband

De gehoorhalsband is een oplossing voor slechthorenden in een lawaaierige omgeving.

Het ouderwetse gehoorapparaat dat hinderlijk gaat rondzingen, zachte geluiden onvoldoende versterkt, en harde geluiden juist weer niet afzwakt, is op zijn retour.

Dankzij moderne chiptechnologie kunnen de diverse frequentiebanden – laag, midden en hoog – tegenwoordig veel beter worden geanalyseerd.

Ook is er een ruimere keuze aan toestellen: naast de bekende achter-het-oor modellen zijn er modellen onder noemers als digitaal in het oor en CIC (Completely-In-the-Canal), toestellen die in het oorkanaal zelf verdwijnen.

De keuze hangt af van de mate van gehoorverlies, maar ook of er voldoende ruimte is in de gehoorgang. Als deze erg nauw is, kan het in-het-oor-toestel bijvoorbeeld niet diep in de gehoorgang worden geplaatst.

Het merendeel van deze toestellen wordt verkocht aan slechthorenden. Mensen die zeer slechthorend of doof zijn kunnen tegenwoordig geholpen worden met een cochleair implantaat, een elektronisch binnenoorprothese. De chirurg schuift een dun draadje in het slakkenhuis en plaatst een ontvangertje onder de huid vlak achter het oor. Op het draadje zitten elektroden die elektrische stroompjes afgeven. De gehoorzenuw reageert op deze stroompjes alsof het normaal geluid is. Uitwendig krijgt de patiënt een microfoontje achter het oor, een zendspoel die met een inwendig magneetje op het hoofd wordt vastgehouden en een spraakprocessor.

Niet iedereen komt echter in aanmerking voor een implantaat. De gehoorzenuw mag niet beschadigd zijn en het slakkenhuis mag geen afwijkingen vertonen die plaatsing van de elektrodes onmogelijk maken.

Zowel slechthorenden als zeer slechthorenden kunnen echter ook op andere manieren geholpen worden. Natuurkundig ingenieur Ivo Merks van de Technische Universiteit Delft promoveerde vorig jaar op een zogenoemde hoorbril, die vooral bedoeld is voor slechthorenden in lawaaiige omgevingen. De bril corrigeert voor het feit dat de oren aan de zijkant van het hoofd zitten, terwijl een gesprekspartner zich meestal vóór iemand opstelt.

In de brillenpoot is daarom een viertal minuscule microfoons geplaatst. Speciaal ontwikkelde elektronica zorgt ervoor dat het geluid van voren wordt versterkt en uit andere richtingen juist wordt onderdrukt.

Merks was niet de eerste met zo'n bril. Twintig jaar geleden kreeg hoogleraar Bernard Widrow van de Stanford Universiteit al eens bezoek van een slechthorende collega van de Universiteit van Melbourne die een bril had ontwikkeld met twee richtmicrofoons. De collega was verrast door het goede geluid, maar had daar geen verklaring voor en dus vroeg hij Widrow of die misschien wist hoe het zat. Widrow moest het antwoord in eerste instantie schuldig blijven, maar omdat hij ervaring had met radar en sonartechnieken, begreep hij dat door twee microfoons te combineren het geluid direct voor hem kon worden versterkt, terwijl het van de zijkant of achter hem werd afgezwakt doordat frequenties elkaar uitsluiten.

Helemaal goed werkte het apparaat ook weer niet, zeker niet bij sommige frequenties, en dus stelde Widrow een aantal verbeteringen voor door halverwege de twee bestaande microfoons een derde aan te brengen.

De vinding werd gepatenteerd, maar omdat Widrow geen afgewerkt prototype kon tonen hadden maar weinig fabrikanten interesse. Daarop besloot de hoogleraar zijn lopende onderzoek naar kunstmatige neurale netwerken maar weer te hervatten.

Toch liet het idee hem niet los. Om een groter frequentiebereik te realiseren en met name lage frequenties goed weer te kunnen geven, was het noodzakelijk om de afstand tussen de microfoons te vergroten, dit in verband met de golflengte van deze frequenties. Zo ontstond het idee om microfoons niet aan de bril, maar ergens ter hoogte van de borstkast op te hangen. Uiteindelijk werd een gehoorhalsband ontwikkeld, die signalen draadloos doorgeeft aan bestaande gehoorapparaten.

Het huidige model, dat zes microfoons telt en een groot frequentiegebied bestrijkt, wordt sinds kort in opdracht van Widrow geproduceerd door Starkey Laboratories.

Het apparaat telt een aantal knoppen waarmee het volume en de frequentierespons kunnen worden ingesteld. Een patiënt die met haar huidige gehoorapparaat hooguit 25 procent van de gesprekken om haar heen verstaat, zegt met de halsband ongeveer 95 procent van de gesprekken op te kunnen vangen.

Goedkoop zijn de apparaten niet: 2.500 dollar, maar ze zijn dan ook bedoeld voor zeer slechthorenden die de kosten van het apparaat vergoed kunnen krijgen.

Het systeem blijkt in elk geval zeer goed te werken bij cochleaire implantaten. De microfoon van het implantaat kan worden uitgeschakeld en de halsband worden ingeplugd. ,,Ik heb iemand bij me gehad die zijn eigen pianospel niet meer herkende, omdat ze plotseling veel meer frequenties kon horen.''

Widrow, zelf niet slechthorend, gebruikt het apparaat als hij naar de opera of een toneelvoorstelling gaat.