Zwijgzaamheid niet met thee op te lossen

Verbijsterd kijken moslimvaders naar wat hun zonen op 11 september hebben aangericht. Er is te lang gezwegen in de huiskamer, er zijn in de islamitische wereld veel muren die nog moeten worden geslecht, vindt Abdelkader Benali.

De moslimvader heeft een probleem met zijn zoon, zoveel is sinds 11 september wel duidelijk geworden. Achter zijn rug om zijn de meeste verschrikkelijke plannen uitgedokterd, maar hij heeft geen moment geweten wat er speelde. Heeft hij zo'n slecht inzicht in zijn zoon dat hem de voortekenen ontgingen die tijdig ingrijpen misschien mogelijk hadden gemaakt? Of staat de relatie vader-zoon in de Arabische wereld al zolang onder druk, zijn er zoveel onzichtbare diepe kloven geslagen, dat het onmogelijk zou zijn geweest en onmogelijk zal zijn om die twee op tijd met elkaar te verzoenen en zo erger te voorkomen? Is er sprake van een impasse tussen de generaties? Een impasse die ten grondslag ligt aan de situatie waarin de wereld zich nu bevindt?

Traditiegetrouw bemiddelt de moeder als er een fikse discussie is ontstaan tussen de generaties, door op het uitgekiende tijdstip met een dienblad de huiskamer binnen te komen en met een kopje thee de gemoederen tot bedaren te brengen. De meest uitlopende meningen en vooroordelen worden bedekt met de mantel der liefde. Maar het lijkt alsof vader en zoon op een gegeven moment uitgepraat waren en er alleen nog maar gezwegen kon worden. Voor de moeder bleef er niks over om aan te horen. Daardoor kon ze de dreiging niet meer zien aankomen.

Toen na 11 september de rook was opgetrokken en het stof was gaan liggen, beseften we dat we in een wereld kwamen te leven waarin een vader er niet meer zeker van kon zijn wat voor zoon hij in huis had gehad. Was het een monster of een genie, een vredesstichter of een zelfmoord-terrorist, een Al-Qaeda-aanhanger of een verward individu? Plotseling verliezen ze hun gezicht en veranderen vaders in onzekere wezens, die er rekening mee moeten houden dat ze de balans van hun opvoeding pas kunnen opmaken als de terdoodveroordeling op de mat is gevallen, als het vliegtuig zich in het gebouw heeft geboord.

Het zat me niet lekker, de dagen na 11 september. Iemand zei dat moslims dit aan zichzelf te danken hadden. Hij sprak met een instemmend koor van achtergrondzangers, en ik hoorde hem spreken over een stroming in de islamitische cultuur die dit soort van aanvallen tegen de mensheid afdwingt, zelfs aanmoedigt.

Zelfs de gevangen genomen Al-Qaedastrijder Walker, een jonge Amerikaan uit een liberale gemeenschap iets ten noorden van San Francisco, antwoordde op de vraag of hij jahid, martelaar wilde worden, dat elke moslim dat doel wil bereiken, om daarna onder een overdosis morfine alsnog het loodje te leggen.

De raison d'être van het moslim-zijn was hier meteen vastgelegd. Ertegen ageren was vechten tegen de bierkaai. Zeggen dat de islam het geloof van vrede en liefde is, leek een verontschuldiging achteraf, een smoes waarmee je je verdacht maakt: elke verdediging van de eigen verbale huid leek, middels een sluipweg, een verdediging van de mondiale agressieve godsdienst te worden.

Sindsdien is er sprake van een impasse. Het Westen zal zijn wantrouwen schuine streep onverschilligheid schuine streep achterdocht pas opgeven, verklaart het binnensmonds, als er daadwerkelijk iets gebeurt op de Arabische zoden. Een burgermaatschappij die haar dictatoriale regime omverwerpt bijvoorbeeld. Een samenleving die opgehitst door media en staat ophoudt de joden van alles de schuld te geven. Vrijlating van politieke dissidenten, een genadeloos dichter die op een zeepkist gaat staan om het volk op te roepen richting de extremisten te marcheren, een middenklasse die er niet voor kiest om het eigen onderdrukte land te ontvluchten, maar met demonstraties en sit-ins terugvecht tot het voordeel in haar voordeel is beslecht.

Er staat in de Arabische wereld niet één concrete muur zoals vroeger tussen Oost- en West-Berlijn, maar er zijn vele onzichtbare, strenge muren. De muur tussen man en vrouw bijvoorbeeld, een muur waar het Westen kritisch en sceptisch naar kijkt. Een muur tussen dictatuur en democratie, de wil van het volk. Een muur tussen rechtvaardigheid en willekeur. Een muur tussen trots en vooroordeel. Een muur tussen traditie en moderniteit (die strijd wordt in de huiskamer uitgevochten, niet alleen in Tunis, Amman en Damascus, maar ook in Rotterdam, Edinbrugh en New York).

Wat overheerst, zowel aan de liberale kanten van de volksgemeenschappen als aan de strikt religieuze en fundamentalistische, is een drang naar vrijheid en rechtvaardigheid - en met de voorrang die de islamitische doctrine geeft aan rechtvaardigheid zijn ook dit twee zaken die bijna noodzakelijkerwijs met elkaar in conflict zijn, dus is er ook hier een muur.

De aanslagen op het WTC, de daaruit voortvloeiende bombardementen op Afghanistan, de installering van een nieuwe orde in Afghanistan: het zijn allemaal handelingen die zijn verricht vanuit het idee dat een rigoureuze actie iets kan veranderen aan de loop der geschiedenis. Dat men door te doen iets voor elkaar zal krijgen: gerechtigheid, het monster verslaan dat kwaad en ellende heet, de blinde kracht mores leven die ons het leven moeilijk maakt, en ga zo maar door. Maar uit al het wapengekletter klinkt eerder onmacht om de wereldse aangelegenheden nog via de politieke of diplomatieke weg tot een goed einde te brengen. De Talibaan kenden geen diplomaten. De terroristen die op eigen houtje ergens in Florida bivakkeerden, hielden geen receptie aan de vooravond van hun vliegtuigkaping, zo de wereld nog een kans biedend hen van hun diabolische plan af te houden. Echt slechte mensen communiceren niet.

Ik loop al dagen met het woord impasse in mijn hoofd. Alle goede bedoelingen ten spijt (Osama Ben Laden nog voor het knallen van de champagne-kurken achter slot en grendel krijgen, Arafat een vrije doorgang verlenen naar Bethlehem, de eerste vergadering van het nieuwe Afghaanse parlement) blijft dat gevoel van een impasse overheersen.

En intussen kruipt de stille wanhoop door de aderen van een vader, omdat hij zijn zoon nooit heeft leren kennen. Onrustige, woedende, op hol geslagen zonen, die zich in het heetst van de strijd kunnen mengen en verschrikkelijke dingen kunnen doen zonder ook maar een seconde te beseffen wie ze hiermee in het verderf storten: hun moeder, vader, broers en zussen, vrienden en kennissen. In naam van Allah wordt de rest van de wereld vergeten. Betekent dat, dat er zonen zijn die zich binnenskamers afwenden van de discussie over wat er in de wereld gebeurt? Die zich binnenskamers tekortgedaan voelen en daarom openstaan voor wat er buiten bedacht en bekokstoofd wordt om al die heilige huisjes, de onzichtbare muren, naar beneden te halen? Wat als de moeder de zaak niet meer kan sussen, omdat je moeilijk kunt sussen wanneer niemand zijn mond opendoet?

Een ding moet je de jongens die het vliegtuig instapten nageven: ze wisten hun mond te houden. Een ding moet je de ouders misschien kwalijk nemen: waarom hebben ze de monden nooit opengekregen? Maar, zo dringt zich onmiddellijk een reactie op: ook de ouders die de mond van hun zoon wel openkregen (in dit geval de jonge Walker die zich bij Al-Qaeda aansloot), moesten met lede ogen toezien hoe hij zijn eigen weg ging.

Het macabare vuurwerk van ineenstortende flatgebouwen is de omgekeerd evenredige weerslag van een net zo gruwelijke impasse. Zij die hier het meest boos om waren, hebben de impasse alleen maar dieper verstevigd en sterkere fundamenten gegeven. Niks doen! Niets aanraken! Afblijven! Hou je afzijdig! Anders breek je nog iets, laat het aan hen die het beter afkunnen!

Zij die handelen in naam van Allah achten zichzelf de meest gematigden ter wereld, omdat ze ervan overtuigd zijn dat ze de waarheid dienen. Ze vinden dat anderen radicaal zijn. Ze wijzen het spreken van hun vaders af omdat dat voor hen de meest radicale vorm van nietsdoenerij is, ze zien daarin een spirituele impasse. Alleen Allahs woord op aarde kan iets veranderen.

Het waren jonge jongens. Nog niet gecorrumpeerd door de maatschappij, veelbelovend maar nog niet gepokt en gemazeld. Ze hadden nog niet meegemaakt hoe ambitie de nagels van succes aanvreet, ze waren nog niet in staat geweest om de volle vrucht van de liefde aan te raken, nog niet uitgekauwd. Ze waren in de watten gelegd en nog niet in staat om te relativeren, maar op zoek naar absolute waarheden waaraan zij een steentje konden bijdragen.

Ze leken, uiteindelijk, geen spat op hun vaders. Misschien dat dit de Arabische wereld nog steeds het meest zal gaan voelen, misschien dat dit de Arabische wereld het meest choqueert: dat de zonen in woord en daad anders zijn geworden dan de vaders ooit hadden kunnen denken. Ten prooi gevallen aan de zalvende en quasi-vaderlijke stemmen van ophitsers en demagogen en niemand die ze daartegen kon beschermen.

Ik heb hun namen alweer bijna vergeten, maar zal blijven onthouden dat ze bier dronken, een stripteasebar bezochten, aan technische universiteiten studeerden; opvallend detail is dat een geliefde of vrouw opvallend afwezig is. Dit waren de zonen van liberale, een westers-georienteerde levensstijl erop nahoudende ouders; niet de zonen van omhooggevallen schapenherders of verstokte schriftgeleerden. Dit waren de zonen van het westen die vanuit het oosten naar westen vlogen om de wereld op zijn kop te zetten.

Zoon Walker ging van de West Coast naar het oosten om opnieuw uit te vinden dat de wereld plat is. De discussies die pa Walker met zijn zoon hield over de rol van Amerika in het Midden-Oosten, deden hem denken aan de discussies die hij als jongeman had ten tijde van de Vietnam-oorlog. De zwijgzaamheid die zoon Walker erop liet volgen, is begrepen door de sprekers van de Waarheid die denken dat de wereld van hen is.

Iemand kwam op het lumineuze idee om de zonen zelf de schuld te geven: niet de maatschappij, of het westen of het oosten had schuld aan wie ze waren geworden, aan wat ze hadden gedaan, maar ze waren het zelf. In een vacuüm groot geworden, zich lavend en likkend aan de geneugten van de rijke, wereldwijze opvoeding, maar toch ongelukkig en zonder idealen, ontstond het zaad van geloof dat uiteindelijk vernietiging en verderf zou brengen.

Dat de bloemen van het kwaad in New York werden neergelegd, is een ondankbare klap voor de plek die wereldwijd als voorbeeld is gezien van vrijheid, luxe en mogelijkheden. Een vrijheid waar de daders van de aanslagen nota bene het produkt van waren.

Geen vader die dit had kunnen bedenken, dat er een woede zou zijn die, ongeuit in de woonkamer, eenmaal geuit zo'n fataal gevolg zou hebben. De moeder van Walker en de moeders van de zelfmoordenaars zijn nog niet in beeld gekomen. De schok is te groot. Alleen zij weten wat er in de woonkamer mis is gegaan. Alleen zij weten waarom ze geen thee konden schenken: omdat er niks was om over te praten. Zwijgzaamheid valt niet met een theeglas te vangen.

Abdelkader Benali is schrijver