Werklozen in Duitsland de dupe

De Duitse kanselier, Gerhard Schröder, heeft beloofd een `beleid van de vaste hand' te zullen voeren met het oog op de recessie die zijn land heeft getroffen. Dat klinkt prettig en geruststellend, nu de productie in het laatste kwartaal waarschijnlijk met 0,5 procent is gedaald en er alweer bijna 4 miljoen werklozen zijn. Maar het is niet genoeg om het Duitse volk in deze magere tijden slechts een hart onder de riem te steken. Het nationale schip zit vol met gaten die niet verdwenen zullen zijn als het economisch tij is gekeerd.

Een gat dat nooit meer gedicht kan worden is de monetaire unie tussen de beide Duitslanden. Het land lijdt onder de gevolgen van de beslissing om Oostduitse marken dezelfde waarde te geven als Westduitse. In relatie tot de arbeidsproductiviteit kwam deze maatregel voor de Oostduitsers neer op een revaluatie van 400 procent. Bovenop deze enorme aanslag op de concurrentiekracht van het oosten kwamen nieuwe regels voor salarisonderhandelingen en minimumlonen. Als gevolg daarvan liep de werkgelegenheid in de industrie binnen een jaar met een derde terug. Tegen het jaar 2000 was het gemiddelde inkomen op 80 procent van het westerse niveau gekomen, terwijl de productiviteit nog altijd 40 procent lager lag dan in het westen.

Het Duitse systeem voor loononderhandelingen moet worden afgeschaft. Dat kostte al banen lang voordat de hereniging een feit was: sinds 1971 zijn de lonen met gemiddeld 1 procent per jaar méér toegenomen dan de productiviteit. Werklozen kunnen ook aan een baan geholpen worden door het voor bedrijven goedkoper te maken mensen in dienst te nemen. De arbeidskosten in de Duitse industrie liggen 39 procent boven die in andere geïndustrialiseerde landen en het grootste deel van het verschil bestaat uit buitensalariële kosten. In de banksector zijn deze kosten hoger dan het salaris zelf. En toch is het waarschijnlijk dat deze kosten nog verder zullen stijgen, want Duitsland stevent af op een demografische crisis tengevolge van zijn pensioenregeling, waarbij je pas premie hoeft te betalen als je uit het arbeidsproces treedt. Het obstakel dat verandering in de weg staat ligt voor de hand: de 39 miljoen Duitsers die werk of een pensioen hebben zijn veruit in de meerderheid.

Economen noemen dit een `insider-probleem'. Ook een andere veronachtzaamde groep in de samenleving, de aandeelhouders, lijdt onder de gevolgen daarvan voor de winstgevendheid van bedrijven. Maar die aandeelhouders hebben ook te kampen met een ander `insider-probleem': het Duitse kapitalisme heeft nog steeds niet ten volle het belang van een aandeelhouderscultuur onderkend. In een recessie, als het er werkelijk toe doet om je crediteuren goed te kennen, neemt de gehechtheid van bedrijven aan een stelsel van bevriende bankrelaties waarschijnlijk toe. Maar het is een slechte manier om kapitaal uit te zetten: de negatieve samenhang tussen dit soort bankrelaties en de winstgevendheid is alom bekend. De dit jaar door te voeren hervorming van de vermogenswinstbelasting kan het percentage vrij verhandelbare aandelen van Duitse bedrijven wellicht verhogen. Maar het zal nog lang duren voor Duitse beleggers de greep van bestuurders op de bedrijfsprioriteiten kunnen breken.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld