Vuile was in boekvorm

Vroeger of later rekenen vrouwen af met hun schrijvende echtgenoot. Per boek. In Nederland bloeit het genre nog niet erg, constateert Joost Zwagerman in zijn tweewekelijkse column.

Ergens in Voer voor psychologen heeft Harry Mulisch het over zijn neiging om zich in gesprekken op te stellen als iemand die in alles het tegendeel is van zijn gesprekspartner. Oog in oog met een katholiek verandert Mulisch naar eigen zeggen in een voorstander van in zakken naaien en roosteren, en tegenover een terrorist der verdraagzaamheid is hij ter plekke een aanhanger van het despotisme. ,,En steeds meen ik het'', voegt Mulisch eraan toe, waarna hij verzucht: ,,Mijn vrouwen hebben het hiermee wat moeilijk.''

Er is geen meervoud voor nodig om erachter te komen dat de echtgenote of minnares van een schrijver het wel vaker wat moeilijk met haar man heeft. Als de schrijver doodgaat of haar verlaat, slaat zo'n vrouw opvallend vaak zelf aan het schrijven. Meestal hebben ze niet veel goeds over de schrijver te vertellen. Raar is dat: mannen van schrijfsters zijn in de regel veel minder mededeelzaam over hun privé-leven dan vrouwen van schrijvers. Leonard Woolf heeft over zijn echtgenote Virginia gepubliceerd zonder ooit te zijn vervallen in onthullingen die de lezer ongemakkelijk stemmen. Jean-Paul Sartre was meer dan zijn halve leven samen met Simone de Beauvoir. Bijzonderheden over hun relatie zijn terug te vinden in De Beauvoirs vierdelige autobiografie. Ik geloof niet dat Sartre zich op zijn beurt heeft gewaagd aan een dergelijke literaire inkijkoperatie. Geen confidenties van hem over De Bever, zoals haar mannen haar schijnen te hebben genoemd - want de man Mulisch heeft niet het alleenrecht op een verkwikkend meervoud, zoveel heeft De Beauvoir ons wel duidelijk gemaakt.

De vrouwen-van doen het anders. Vroeg of laat hangen schrijversvrouwen de vuile was buiten. Dat was vroeger zo, dat is nu zo. Enkele jaren nadat Gustave Flaubert haar de bons had gegeven, publiceerde Louise Colet een roman waarin zij Flaubert herkenbaar opvoerde, met de bedoeling haar ex te vereeuwigen als, in haar eigen woorden, een monsterlijke persoonlijkheid. De minnaars van Claire Goll, echtgenote van dichter Ivan Goll, gingen in haar memoires vrijwel allemaal voor schut. In de eerste zin van die memoires somt zij de grote mannen op die zij heeft gekend: Joyce, Malraux, Rilke, Picasso, Chagall en nog zo tien anderen. Zal het toeval zijn dat Claire Goll het hatelijkst is over degenen onder hen met wie ze ooit in bed belandde? Rainer Maria Rilke, van wie Goll zwanger raakte en op wiens aandringen zij abortus pleegde, wordt bijvoorbeeld door haar getypeerd als een gehaaide jongen die slechts oog had voor vrouwen wier persoonlijkheid in geld wordt uitgedrukt. Met plezier memoreert Goll de miezerigheid van haar grote mannen. Zo was Rilke vanwege geldgebrek korte tijd de secretaris van Auguste Rodin. Maar Rodin ontsloeg hem omdat Rilke op een elementair punt tekortschoot. De brieven die de befaamde dichter namens Rodin schreef, wemelden altijd van de spelfouten.

Tegenwoordig worden er vooral in de VS door schrijversvrouwen rekeningen vereffend. Norman Mailer is vijf keer getrouwd geweest; twee van de vijf ex-echtgenoten schreven een boek over hun huwelijksjaren. In beide boeken krijgt Mailer er van langs. Actrice Claire Bloom, die jarenlang getrouwd is geweest met Philip Roth, publiceerde in 1996 haar autobiografie, Leaving a Dolls House. Bloom is ruimhartig over haar eerste jaren met Roth, maar tegen het einde van het boek is de schrijver veranderd in een paranoïde en hebzuchtige sadist. Roths literaire vijanden sponnen natuurlijk garen bij de memoires van Bloom. Roths collega en rivaal Gore Vidal schoot meteen met scherp: ,,Claire Bloom even makes Philip Roth into something he himself has failed to do: interesting to the last.'' Die quote kwam achterop de tweede druk van Leaving a Dolls House terecht.

Ook in 1996 publiceerde Merry McInerney, de ex van schrijver Jay, haar debuutroman Burning Down the House. Voor in de roman staat keurig vermeld dat de hoofdfiguur, een parasitaire gluiperd met schrijversambities, een product van de verbeelding is. Maar in interviews beweerde Merry McInerney: ,,De jurist die dit in opdracht van mijn uitgever schreef, had duidelijk nog nooit Jay McInerney ontmoet, want voor dit boek hoefde ik niets te verzinnen.'' Overigens was Merry blijkbaar ook ná haar huwelijk met Jay McInerney nog erg gehecht aan zijn achternaam.

In Nederland heeft het genre van de afrekening-met-de-schrijvende-echtgenoot vooralsnog geen hoge vlucht genomen. Integendeel zelfs. Enige tijd na de dood van Ischa Meijer publiceerde Connie Palmen I.M. Het is één lange glorificatie van hun liefde. Maar de bereidheid tot het openbaar maken van allerlei bijzonders uit het privé-leven van haar partner heeft de rouwende Palmen onmiskenbaar gemeen met boze exen als Louise Colet en Merry McInerney. Sterker: door I.M. kwamen wij bij vlagen méér te weten dan van onze eigen partner. Ik neem tenminste aan dat niet iedereen bekend zal zijn met het darmenstelsel van zijn geliefde, maar al in het begin van I.M. nam Connie Palmen ons bij de hand teneinde een afdaling te maken in Ischa's ingewanden.

In de recent verschenen memoires van Liesbeth List, opgetekend door Alex Verburg, blijft de inwendige mens op afstand. Nu heeft List natuurlijk in eerste instantie genoeg over haar eigen carrière te melden. Toch zit ergens halverwege Het voorlopige leven van Liesbeth List een verhaal verscholen over haar relatie met Cees Nooteboom. Anders dan Claire Bloom of Merry McInerney is List er niet voor gaan zitten om haar ex-man te beschadigen. Los uit de pols vertelt zij nu en dan eens iets over hem - altijd iets blamerends, dat wel. List mocht van Nooteboom bijvoorbeeld onder geen beding zonder make-up de deur uit, want onopgemaakt was ze volgens hem lelijk. Vakantiebestemmingen werden niet overlegd, maar medegedeeld. Over zijn gedichten mocht ze niet spreken, want daarvoor was ze te dom. Nooteboom prentte haar in dat zij zonder hem haar carrière wel kon vergeten. En zo verder.

Het is voor Nooteboom te hopen dat hij in de loop van de jaren geen vijanden à la Gore Vidal heeft gemaakt, want die beschikken sinds Het voorlopige leven van Liesbeth List over dodelijke ammunitie.

De vraag blijft: waarom voelen zoveel vrouwen-van zich ertoe geroepen hun grieven tegen hun (ex-)man te publiceren, terwijl de mannen-van doorgaans beduidend minder openhartig zijn? Er zijn twee antwoorden mogelijk. Eén: mannen, ook de mannen-van, zijn van nature discreter dan vrouwen. Twee: vrouwen van schrijvende mannen hebben meer te klagen dan mannen van schrijvende vrouwen, omdat schrijvers per definitie hufteriger zijn dan schrijfsters.

Ik neig naar antwoord één. Mijn vrouwen hebben het hiermee wat moeilijk.