`VERANDEREN IN STAPJES'

Hoe gaat het met het Nederlandse onder-

wijs? Volgens prof. Roel Bosker is het `saai, verplicht en vervelend'. Deel 1 in een serie interviews met onderwijs-

kundigen.

`Grote verschillen zie je in kleine dingen. Toen Roel Bosker twaalf was, in 1968, werd op zijn school de Mammoetwet ingevoerd. Vanaf die tijd bestond het voortgezet onderwijs uit mavo, havo en vwo. Bosker (nu 46): ``Het was een enorme verandering. Toch heb ik me geen moment proefkonijn gevoeld.'' Nu zijn twee kinderen van hem aan de beurt, met het Studiehuis. ``Zij en hun klasgenoten hebben het idee dat er met ze geëxperimenteerd wordt. Leerlingen voelen dat aan. Kennelijk is over de Mammoetwet destijds beter nagedacht dan over dit Studiehuis.''

Sinds 1998 is Bosker hoogleraar Onderwijsorganisatie en -management aan de Universiteit Twente. Daar doet hij vooral onderzoek naar het effect van leermethoden. Hij is voorstander van het minutieus meten van de prestaties van scholen in het basis- en voortgezet onderwijs en adviseert de Onderwijsinspectie bij het opstellen van de zogeheten kwaliteitskaart.

In 1999 berekende hij voor de Volkskrant aan de hand van de Cito-scores welke scholen goed werk verrichten en of de school het maximale uit een kind haalt. Hierop ontstond rumoer over een te getalsmatige meting van het onderwijs.

Dezelfde kritiek krijgt hij nog regelmatig als hij pleit voor het testen van de kennis en kunde van leerlingen, vanaf hun vierde jaar. ``Die kritiek wordt ook wel gebruikt om maar niets te hoeven veranderen. Testen en vervolgens bijhouden van de prestaties van kleuters vind ik goed, dan hebben we tenminste een startsituatie. De weerstand bij sommige ouders en scholen is echt onterecht. Alsof er kleuters in de collegebanken worden gezet met een rekenmachine.''

Wat is de toestand van het onderwijs in Nederland?

Bosker: ``Daar zijn twee antwoorden op, omdat die zich op twee manieren laat meten. De eerste, meest voor de hand liggende manier is om het Nederlandse onderwijs internationaal te vergelijken. Als je dat doet, zie je dat we er wat betreft rekenen en taal- en leesvaardigheid behoorlijk goed van afkomen. Als je dus de kwaliteit meet aan de hand van de opbrengst, ziet het er heel mooi uit.

``Maar loop eens een school binnen, dan zie je een heel andere werkelijkheid. Leerlingen balen, en de leraren ook. Vooral in het voortgezet onderwijs is school voor leerlingen saai, verplicht en vervelend. Docenten verzuipen in ordeproblemen en drukke lesroosters, dat is al jaren zo. Maar bovenal: ze voelen zich steeds minder gewaardeerd. De magere bekostiging in Nederland is voor hen een blijk van onderwaardering. Hoe vaak komt het niet voor dat ze zelf hun lokalen schoon staan te maken? Ik moet de eerste chirurg nog tegenkomen die zijn operatiekamer afstoft. Al met al wordt het prachtige beeld van zojuist dus ineens een stuk minder positief.''

Hoe verklaart u de paradox tussen de goede internationale cijfers en de werkelijkheid van alledag?

``Ik heb dat wel eens onderzocht. Het bleek dat er geen direct verband bestaat tussen geld en prestatie. Onder weinig florissante omstandigheden zijn leraren en leerlingen vaak best tot mooie dingen in staat. Bovendien draaien ze hier overuren: 28 lesuren per week gemiddeld. Vrijwel nergens in de wereld wordt zo veel lesgegeven als hier.''

Waar komt die onderwaardering vandaan?

``Dat ligt eerst en vooral aan de mager ontwikkelde professionaliteit van de beroepsgroep zelf. In de gezondheidszorg zie je dat medisch personeel heel nauwlettend de kwaliteit van het vak bewaakt door alle nieuwe ontwikkelingen te volgen. Dat gebeurt in het onderwijs veel minder, uit zichzelf doen ze het gewoon niet. De beroepsgroep let er niet op of leraren zich genoeg laten bijscholen, of zij eens bij collega's achterin de klas zitten, of zich laten informeren over andere lesmethoden. Als ze willen dat de waardering voor het vak beter wordt, zal dat echt beter moeten. De buitenwereld, zowel de politici als de scholieren die met de gedachte spelen om leraar te worden, voelt dat aan.''

Hoe is dat er ingeslopen?

``Ze werken keihard voor de klas, maar hier zijn ze toch een beetje lui in. Maar hier zie je ook een ander probleem opspelen. Er is in Nederland een tweedeling aan het ontstaan. Niet tussen rijke en arme scholen, maar tussen scholen mét en scholen zonder beleid. De slimme scholen reserveren uren in het rooster voor nascholing, voor een goed gesprek, die nemen initiatief. De beleidsarme scholen doen niets en wachten af. Het wordt ze door de overheid immers niet opgelegd.''

Maar de scholen roepen om het hardst dat ze af willen van al die beknellende regels uit Zoetermeer. Pleit u er juist voor om de teugels strak aan te trekken?

``Ik pleit voor ingrijpen als scholen deze belangrijke zaken nalaten. Nascholen gebeurt nu vrijwel alleen als er grote onderwijsvernieuwingen worden doorgevoerd. Maar waarom verdiepen zij zich er niet in hoe hun gewone lessen anders kunnen geven? Leraren hangen erg aan hun boekjes en zijn als de dood dat het aan het einde van het jaar niet uit is.''

De leraren zeggen vanaf de invoering van de basisvorming en het Studiehuis dat het lesprogramma overladen is. Waar halen ze de tijd vandaan om zich te verdiepen in onderwijskundige kwesties?

``Ook zoiets: toen het Studiehuis in 1998 werd ingevoerd, was de grootste zorg van de leraren aanvankelijk dat de nieuwe boekjes niet op tijd zouden komen. Het is ze toch niet opgelegd niet meer creatief te zijn? Natuurlijk is dat Studiehuis overladen, maar die overladenheid hebben ze deels ook over zichzelf afgeroepen. Ze zijn onzeker, te methodetrouw en doen meer dan van hen verlangd wordt.''

Is het onderwijs er dan wel klaar voor dat de overheid nog verder terugtreedt, zoals de scholen én Hermans graag willen?

``Er valt nog heel wat te verbeteren. Vanzelfsprekende managementmethoden, zoals de resultaten vergelijken met gestelde doelen, zijn in het onderwijs nauwelijks doorgedrongen. We hebben onderzoek gedaan naar de vraag hoe scholen omgaan met klassenverkleining, dat is af en toe echt schrikken. Hoe vaak zie je niet een klas met dertig vierjarigen zitten? In plaats van doordacht of creatief beleid doen ze maar wat. En zetten ze beste leraar op de beste plek? Nee hoor, juf Miep had groep 4, dus is ze nu aan de beurt bij groep 8.

``Scholen moeten meer op hun beleid worden aangesproken. Als zij daar een goed verhaal bij hebben, zullen zij dat zelf ook vinden. Ik merk dat ze allemaal zelf het wiel zitten uit te vinden, terwijl algemeen bekend is dat bepaalde methoden en een bepaalde aanpak gewoon wérken. Niet dat ze allemaal hetzelfde moeten doen, maar reken ze erop af als ze geen goed verhaal hebben bij hun beleid. De inspectie moet daar een rol in krijgen en niet alleen maar aan het einde van de rit de resultaten bekijken.''

De basisvorming wordt, als de plannen van staatssecretaris Adelmund doorgaan, geminimaliseerd. Ook het Studiehuis wordt grondig herzien. Is de tijd van de grote onderwijshervormingen voorbij?

``Ik hoop het. Het onderwijs heeft te veel last van goeroes die vinden dat alles weer anders moet. Wel vind ik dat de basisvorming nooit een eerlijke kans heeft gehad. De gedachte van de middenschool, alle leerlingen tot hun vijftiende ongeselecteerd bij elkaar, is doorgevoerd in het bestaande onderwijsstelsel mét alle verschillende schooltypes. Het liep helemaal uit de hand toen ouders en scholen zich hevig verzet hebben. Ouders willen alleen maar gymnasium voor hun kind en scholen deden er gewoon niet aan.

``De gedachte van de basisvorming, kinderen van verschillende niveaus langer bij elkaar houden, is echt niet slecht. Het voorkomt het ontstaan van een onderstroom in het onderwijs, waar je bijna niet meer uitkomt. Kinderen kunnen langer van elkaar leren. Het idee van het Studiehuis is ook wel leuk, kinderen voorbereiden op het hoger onderwijs door zelfstandig te leren werken. Maar de leerlingen kregen een soepzooi van verschillende vakken opgelegd. De politiek had van tevoren moeten bedenken dat dat nooit uitvoerbaar was. Bovendien kregen scholen de indruk dat een gewone les niet meer mocht. De politiek heeft het veel te grootscheeps aangepakt en de leraren pikten dat op door de klas alleen maar opdrachtjes te laten maken in plaats van aan de bel te trekken.''

Waar is het onderwijs wel mee geholpen? Helemaal geen vernieuwingen meer?

``De scholen zijn toe aan rust. Ik houd niet van die grote visies. Het onderwijs heeft last van mensen die totaal nieuwe inzichten met een goeroe-achtige stelligheid willen doorvoeren. Ik ben meer iemand van de filosofie van Karl Popper: verander dingen door kleine stapjes. In het onderwijs verander je dingen alleen kleinschalig, leraar voor leraar.''