Twee mannen en een baby

Nu homo's sinds vorig jaar mogen trouwen, groeit ook de kinderwens. Naast Paul de Leeuw adopteerden ook andere homoparen een kind: ,,Ik was bang dat we geen ingebouwd liefdesinstinct hadden.'' Wilfred Takken doet verslag.

Adoptieouder Stefan Oppers (36): ,,Toen Isaac er net was, waren wij vooral Twee Mannen en een Baby. Ik dacht: 'Waarom zijn we hier in Godsnaam aan begonnen?' We wisten helemaal niet hoe het moest, een baby verzorgen, luiers verschonen. Mijn moeder is overgevlogen uit Castricum om ons wegwijs te maken.''

Drie jaar geleden adopteerden Stefan Oppers en zijn Amerikaanse echtgenoot Gary Penn een baby uit Rusland. Na een verblijf van tien jaar in de Verenigde Staten wonen Oppers en Penn in Parijs. Inmiddels zijn er in Nederland ook drie homostellen met een adoptiekind, van wie de bekendste Paul de Leeuw en z'n vriend Stephan Nugter.

De Leeuw adopteerde half oktober een baby uit de Amerikaanse staat Pennsylvania. Kas Marquise Franciscus de Leeuw werd geboren op 29 september. Zijn moeder is een zwarte tiener. De opzienbarende adoptie van de bekende artiest riep veel vragen op. Over de mogelijkheid, de wettigheid en de wenselijkheid ervan. Homostellen mochten toch niet adopteren uit het buitenland? Hoe is dat gegaan?

Oppers, werkzaam bij het Internationale Monetaire Fonds (IMF): ,,Toen ik ooit ontdekte dat ik homoseksueel was, dacht ik meteen: wat jammer dat ik geen vader kan worden. Maar de kinderwens bleef sluimeren, vooral toen ik een relatie kreeg met Gary. We dachten altijd dat het niet kon. Maar Gary's tante, die zelf vier adoptiekinderen en een adoptiebureautje heeft, moedigde ons aan om het toch te proberen.'' Oppers' echtgenoot Gary Penn adopteerde, officieel als alleenstaande, uit een Russisch weeshuis de baby Isaac. De aard van hun relatie kwam niet ter sprake. Inmiddels is Isaac ook door Oppers geadopteerd. Vorig jaar adopteerden ze samen, en openlijk als homo's, een tweede baby uit de Amerikaanse staat Washington: Alex.

Oppers voelt zich een pionier: ,,Ik ben niet verbaasd als ik weer eens een obstakel tegenkom. Bij het IMF ouderverlof als adopterende man krijgen was al een heel gedoe. Ook plaatsing op een Franse school was moeilijk, wat de overheid betrof. De schooldirectrice was juist heel meewerkend. Ze zei: `God, dat dat zomaar kan. Misschien moeten we van moederdag voortaan ouderdag maken.' Ik leid een internationaal leven, en dat is lastig. Iedere keer zijn we bang dat we bij de grens als een stel kidnappers worden opgepakt. Daarom slepen we altijd de dossiers mee. Maar ik wil er niet te zielig over doen. Je moet je er bij neerleggen, dat is sowieso mijn grondhouding sinds het moment dat ik homo bleek te zijn.''

Een obstakel waar Oppers wel mee zit, is dat zijn kinderen, die nu nog Amerikanen zijn, de Nederlandse nationaliteit niet mogen krijgen. De adoptie van Isaac en Alex was een Amerikaanse aangelegenheid, en is buiten de Nederlandse adoptiemolen om gegaan. Als Oppers volgend jaar terug naar Nederland verhuist, heeft hij een probleem. Oppers: ,,De immigratiedienst deed nogal bot en zei: 'Wij erkennen deze adoptie niet, u bent niet de wettige vader van deze kinderen. Ze kunnen dus ook niet de Nederlandse nationaliteit krijgen.''' Volgens Oppers is het verzoek tot naturalisatie afgewezen louter omdat het om twee vaders ging. Hij heeft een bezwaarschrift ingediend. Als dat wordt afgewezen, wil hij een brief aan de Tweede Kamer schrijven.

Burgerlijk getrut

Toen de schrijver Jan de Hartog in 1967 op televisie bij Mies Bouwman verscheen met zijn twee Koreaanse dochters, leidde dit tot een ware adoptiegolf. Zal de adoptie van De Leeuw tot zo'n nieuwe golf leiden, maar dan onder homo's? In de tien dagen nadat De Leeuw zijn zoon ophaalde, kreeg het Bureau Voorlichting Interlandelijke Adoptie (VIA) 30 tot 40 procent meer informatieaanvragen binnen. Een woordvoerder nuanceert dit cijfer: ,,Zo'n piek krijgen we ook als er een overstroming in India is, en de mensen een zielig schattig kindje op tv hebben gezien. Of op de ochtenden nadat Eindelijk thuis, een SBS6-programma over adoptie, werd uitgezonden. Veel aanvragers haken later weer af.''

Toch ziet het er naar uit dat meer homostellen zullen volgen. Op zich zijn homo-ouders niets nieuws. In Nederland groeien naar schatting twintigduizend kinderen op bij homo-ouders, doorgaans bij twee vrouwen. Dat kunnen eigen kinderen uit een eerder heterohuwelijk zijn; of `kinderen uit een rietje', verwekt met de hulp van zaaddonors of co-ouders. Ook bij veel homomannen leeft, ondanks de praktische bezwaren, ongetwijfeld een kinderwens. In de jaren zestig, zeventig en tachtig waren zij vooral bezig zich te emanciperen, en daarom hun ánders zijn te benadrukken. Iedereen kent wel zo'n ouderwetse homo die niets moet hebben van al dat `burgerlijk getrut' met baby's. Nu homo's er mogen zijn, en zelfs kunnen trouwen, zal ook de actieve kinderwens toenemen. Homo's gaan weer steeds meer op hetero's lijken, ook wat `burgerlijkheid' betreft. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek geldt dit ook andersom: wat lossere, andersoortige relaties betreft, gaan hetero's steeds meer op homo's lijken.

Oppers: ,,Totdat ik Gary ontmoette voelde ik me als homoseksueel heel `anders', en dat vaak in negatieve zin. Ik kom uit een huisje-boompje-beestje-omgeving. Ik kan alleen gelukkig zijn in een gezin, met familie om me heen; die waarden heb ik meegekregen. Het feit dat we kinderen hebben, bevestigt onze relatie, ook voor de buitenwereld. Vooral sinds de tweede er is, zijn we echt een gezin.

,,We wonen hier in Parijs midden in de homo-wijk. Nu we kinderen hebben, passen we niet meer zo goed in de homoscene. Als ik volgend jaar terugkeer naar Nederland, hoop ik meer contact te hebben met mijn studievrienden, die overwegend hetero zijn en kleine kinderen hebben.''

Sinds 1 april 2001 kunnen homo's en lesbo's trouwen en kinderen uit eigen land adopteren. Dat is vooral een uitkomst voor lesbische vrouwen die de officiële ouder van het kind van hun partner willen worden. Een afgestaan kind adopteren binnen Nederland is echter moeilijk. Slechts 35 tot 40 kinderen worden jaarlijks voor binnenlandse adoptie aangeboden.

Homomannen zijn dus aangewezen op draagmoeders, op co-ouderschap met een lesbisch stel, of op buitenlandse adoptie. Maar van de wet mogen homoparen niet uit het buitenland adopteren. Het ministerie van Justitie ziet, na onderzoek, geen mogelijkheden in het buitenland en is bang dat bestaande contacten verbroken worden, door landen die niets willen weten van homo-adoptie.

Wat weer wél mag, is in je eentje een adoptie aanvragen, ongeacht je seksuele geaardheid. En ongeacht of je in werkelijkheid met zijn tweeën bent. Dat is wat Paul de Leeuw heeft gedaan. Net als alle aanvragers volgde hij verplichte voorlichtingsbijeenkomsten, onderging een gezinsonderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, en kreeg vervolgens toestemming van het Ministerie van Justitie, de `beginselverklaring.'

Daarna dacht De Leeuw te stranden. In Nederland zijn zes instellingen die bemiddelen bij adopties, de `vergunninghouders'. Alle zes weigeren ze te bemiddelen voor homo's, omdat ze bang zijn contacten in het buitenland te verliezen. Een woordvoerder van Vereniging Wereldkinderen, verreweg de grootste vergunninghouder: ,,Wij zijn bang dat de adoptielanden zeggen: `als jullie met dit soort rare plannen komen, verbreken we de relatie'. We moeten ook om onze belangen, en die van de andere wachtende ouders denken.''

Sjoerd Smits (37) en Richard van der Gronde (35), twee docenten te Zwolle, hoorden Paul de Leeuw op de radio vertellen dat het toch niet doorging. Smits: ,,Wij hebben zelf in juni een jongetje uit de Verenigde Staten geadopteerd: Boaz. Dus we hebben een e-mail aan De Leeuw gestuurd: `je vergist je, het kan wél'. Daarbij speelde ook eigenbelang mee. Doordat Paul de Leeuw steeds zei dat het niet kon, dachten mensen dat onze adoptie illegaal was. Wij dachten: als Paul de Leeuw nou een kind adopteert, krijgt dat veel media-aandacht en wordt het sneller normaal. De kinderwens was bij ons altijd latent aanwezig, maar we hadden ons erbij neergelegd dat hij niet verwezenlijkt kon worden. Toen we hoorden dat adoptie toch mogelijk was, werd die kinderwens meteen verhevigd; het haalde wel van alles overhoop.''

De uitweg voor homo's is het zelf doen, buiten de vergunninghouders om. Dat is volkomen legaal, maar wel omslachtig. Zelfdoeners mogen bijvoorbeeld geen zaken doen met de zesenzestig landen die het Haagse Adoptieverdag hebben ondertekend; een bepaling van het ministerie van Justitie die door de zelfdoeners wordt bestreden. Zelfdoeners moeten zelf een bureau in het buitenland zoeken, dat vervolgens moet worden goedgekeurd door een der vergunninghouders.

In het kielzog van het Zwolse stel kwam De Leeuw in de Verenigde Staten terecht, waar homoadoptie wat normaler is dan hier. Smits: ,,In Amerika kan heel veel, en soms is dat ranzig. We hebben bijvoorbeeld folders gezien waar kinderen te koop werden aangeboden voor ze werden geboren: zwarte kinderen kostten zevenduizend dollar, blanke kinderen waren achttienduizend, en blanke kinderen met universitair geschoolde ouders, waren veertigduizend dollar. Dat was trouwens een niet-erkende makelaar. Daarmee doet Nederland geen zaken''

In Pennsylvania troffen de twee een betrouwbaar bureau. Smits: ,,We wilden een `open adoptie', waarbij de afstandsouders ons uitzoeken en ons ook ontmoeten. Met dat doel moesten we een foto van onszelf opsturen. We kregen het advies op de foto niet te roken, te drinken, of teveel bloot te laten zien. Ook moesten we een brief bijsluiten met gegevens van onszelf, ons merk auto enzo. Maar uiteindelijk koos niemand ons en werd het toch een gewone adoptie.''

Zowel De Leeuw, Smits, als Oppers kregen na een geringe wachttijd een pasgeboren baby. Het `zelf doen' biedt daarmee grote voordelen boven het werken via een vergunningshouder. De vergunninghouder regelt alles, maar de ouders krijgen na doorgaans langer wachten een ouder kind. Toch had Smits liever via een vergunninghouder gewerkt: ,,We hebben er ontzettend voor moeten knokken. Ik had liever net als een heterostel rustig thuis op de bank gewacht tot ik gebeld werd dat mijn afhaal-Chineesje er was.'' Het allerergste vond Smits de bedenktijd van vier maanden. In veel landen heeft de afstandsmoeder enige maanden de tijd om zich te bedenken. Doorgaans merken de adoptieouders daar niets van, omdat de wachttijd voorbij is voordat zij in beeld komen. Omdat Smits en Van der Gronde hun kind Boaz meekregen vlak nadat de moeder hem had afgestaan, zaten ze in Zwolle nog maandenlang in de zenuwen. Over drie jaar is de adoptie pas echt rond. Dan kan Van der Gronde het kind ook mee-adopteren.

Twee papa's

Hoewel uit enquêtes blijkt dat meer dan de helft van de Nederlanders adoptie door homo's goedkeurt, bestaan er ook sterke bezwaren tegen. Moet je een geadopteerd kind - dat mogelijk reeds schade heeft opgelopen in zijn thuisland - met nóg een handicap opzadelen? Zal het kind, dat wellicht door zijn huidskleur gediscrimineerd wordt, niet extra gepest worden met twee papa's? En mist zo'n kind geen moeder? Volgens prof dr. F. Juffer, hoogleraar Adoptie aan de Universiteit van Leiden, berusten de meeste van deze bezwaren op vooroordelen: ,,Uit onderzoek blijkt dat kinderen die opgroeien bij homo-ouders zich niet anders ontwikkelen dan kinderen van hetero-ouders. Ze spelen met hetzelfde speelgoed, kiezen geen andere beroepen, en worden later ook niet vaker zelf homo. Een moederfiguur is niet strikt noodzakelijk. Kinderen hebben rolmodellen nodig, maar ook vrienden en familieleden kunnen die bieden. Het belangrijkste is dat de ouders voldoende ouderschapskwaliteiten hebben, en dat heeft niets met seksuele voorkeur te maken.'' Over het extra pesten is niets bekend, maar wel is bekend dat adoptiekinderen niet vaker gepest worden dan gewone kinderen. Juffer: ,,Ze hebben een andere kleur maar ze zijn verder volledig Nederlands, ze komen vaak uit meer dan gemiddeld goede gezinnen, dus ze kunnen doorgaans goed meekomen.''

Stefan Oppers: ,,Aanvankelijk had ik veel twijfels omdat ik niet vanaf de eerste dag zielsveel van Isaac hield. Ik dacht: `dat is omdat hij geadopteerd is, en omdat wij als twee mannen geen ingebouwd liefdesinstinct voor baby's hebben.' Maar door te praten met andere echtparen, bleek dat ook zij enige tijd nodig hadden voordat ze echt van het nieuwe kind hielden. Het is zeker mogelijk dat onze kinderen het er moeilijk mee krijgen dat ze twee vaders hebben. Wij moeten ervoor zorgen dat we dat goed opvangen. Belangrijk voor kinderen is dat ze opgroeien in een veilige omgeving met stabiliteit en liefde. Dat is wat ze nodig hebben en dat kunnen we bieden.''

Inlichtingen: Bureau VIA 030-2321640