Triomf van het faillissement

Steeds vaker schudden bedrijven problemen van zich af door na faillissement een doorstart te maken. Toch is de prijs voor de maatschappij hoog.

Faalt de reorganisatie, dan resteert een laatste vluchtweg. De doorstart. Een term die associaties oproept met de luchtvaart, maar die is bedacht door de advocatuur. Een doorstart staat voor de juridische constructie waarbij een bedrijf failliet gaat, maar waarvan de activiteiten direct worden voortgezet door een andere onderneming.

Ooit, nog niet eens zo lang geleden, was een doorstart een beladen term. Een vlucht naar voren die riekte naar onbetaalde schulden, gedupeerde aandeelhouders en werknemers die thuis bibberen of zij gebeld zullen worden dat hún baan behouden blijft. Goed, een deel van de werkgelegenheid was met een doorstart gered, maar het had wél zijn prijs aan onbetaalde rekeningen voor leveranciers en een kostenpost voor de samenleving van bijstand en WW-uitkeringen.

Nu gaat er nauwelijks een week voorbij of een doorstart wordt triomfantelijk gepresenteerd aan de buitenwereld. Is het geen hele, dan is het zeker een halve overwinning.

Ja, NBBS start door, hoewel de nieuwe eigenaar van de reisorganisatie niet meer doet dan de huurcontracten van de winkelpanden overnemen, plus de naam (alweer geschrapt) en een deel van de werknemers. Ja, technologiebedrijf LCI beleeft een doorstart, nadat de voornaamse financier (ING) na een fraudeaffaire in Oostenrijk niet meer verder wilde. Ja, de Zwitserse en Belgische zakenelite steken, samen met hun overheden, geld in de doorstart van hun respectievelijke failliete nationale luchtvaartmaatschappijen, Swissair en Sabena. En als het aan het Internationaal Monetair Fonds ligt, kunnen straks ook nationale staten, na een surseance en een succesvolle schuldsanering, een doorstart maken.

De doorstart is geen beladen term meer, maar een internationaal geaccepteerde oplossing voor een financiële reorganisatie, waarin een nieuwe onderneming als een kleine feniks opstijgt uit de as die het bankroet van de oude onderneming achterlaat.

Essentieel voor een doorstart is dat een bedrijf met één pennenstreek een einde kan maken aan zoveel mogelijk schulden en verplichtingen. `Afgeslankt' gaat het bedrijf vervolgens verder, met minder activiteiten en minder werknemers. Wie mag blijven moet vaak een lager salaris accepteren; voor wie geen plaats meer is rest slechts de WW of een bijstandsuitkering. Soms is ook hun pensioenuitkering in gevaar, omdat het bedrijf uit financiële nood te weinig geld heeft gestort in het pensioenfonds of doordat het pensioengeld (groten)deels is belegd in aandelen van hun failliete werkgever.

Elk land heeft zijn eigen oplossingen en zijn trucs voor het overleven van een faillissement, afhankelijk van de juridische macht en de onderhandelingscapaciteiten van financiers, werknemers, schuldeisers, directie en bewindvoerders. Elk land heeft ook zijn eigen wetgeving en zijn eigen mores.

In Duitsland moeten bedrijven die meer schulden dan bezittingen hebben dat melden bij de rechtbank. Doorstarten is er in Duitsland niet bij. Nederlandse bedrijven die met Duitse probleemdochters te maken hebben, zoals bouwbedrijf HBG, kunnen de financiële sores van hun lokale dochters niet (gedeeltelijk) afwentelen op schuldeisers.

In de Verenigde Staten moeten bedrijven die het niet langer kunnen bolwerken uitstel van betaling aanvragen op basis van hoofdstuk elf van de faillissementswet: zij gaan chapter eleven. Een onderneming in chapter eleven kan zijn activiteiten gewoon voortzetten in afwachting van een financiële reorganisatie, waarvoor de rechtbank uiteindelijk toestemming moet geven. Het einde van een chapter eleven staat bij voorbaat vast: faillissement (zelden) of doorstart, waarbij de schuldeisers gezamenlijk de bulk van de nieuwe aandelen krijgen die een onderneming moet uitgeven om weer financieel gezond te worden.

In Nederland is het beeld bepaald door twee woorden: sterfhuis en doorstart. Zij bedoelen hetzelfde, maar het uitgangspunt verschilt hemelsbreed. De een is een kind uit de donkere economie van begin jaren tachtig. Doorstart is kenmerkend voor de juichende economie van de jaren negentig.

De sterfhuisconstructie is nauw verbonden met de ondergang van het Ogem-conglomeraat, begin 1982. De naam werd geleend van een omslagverhaal in de Haagse Post. In het sterfhuis van Ogem bleven de verliesgevende activiteiten achter, de perspectiefvolle dochters gingen zelfstandig verder.

De doorstart is van recenter datum, plots populair toen Fokker bankroet ging en redders gezocht werden. Fokkers doorstart mislukte, al was het woord op ieders lippen. Drie jaar eerder, bij de geslaagde wederopstanding van vrachtwagenfabrikant DAF, repte nog vrijwel niemand van een doorstart.

Doorstart en sterfhuis komen in de meer dan honderdjarige Nederlandse faillissementswet niet voor. De wet geeft een juridisch kader. Maar de praktische gang van zaken is bepaald door jurisprudentie en de wisselwerking tussen het vernuft van bewindvoerders/advocaten en het eigen belang van de kredietverlenende banken.

Over een vernieuwing van de faillissementswet praten Kamerleden, bewindslieden, advocaten, ondernemers(-organisaties) en vakbeweging al jaren. Het kabinet besloot eind november verder te studeren. Men hoopt dat ondernemers onder een nieuwe wet gemakkelijker een doorstart kunnen maken. Nu eindigen de meeste surseances in faillissement; slechts 15 procent start door.

De belangstelling voor verandering van de wet gaat op en neer met het eb en vloed van de economie. In goede tijden zijn faillissementen schaars en is de animo voor verandering academisch. In slechte tijden, als een bankroet zijn nieuwswaarde verliest omdat er zoveel zijn en banenverlies zich opstapelt, komen de plannen weer uit de kast.

Zulke tijden zijn het nu weer.