Telefoon

Als ik een consultant was, zou ik mezelf opsplitsen: in een afdeling begeleiding van nieuw, een afdeling begeleiding van het wennen aan nieuw, een afdeling de schuld geven aan, van wat er is misgelopen met de begeleiding van de introductie van nieuw, een afdeling opvang van de slachtoffers van wat er is misgelopen, en nog een paar afdelingen. Aan ieder nieuw ontspringt een delta, en aan iedere arm van de delta valt geld te verdienen. Dit is het jaar van Willem Elsschot. Met zijn Wereldtijdschrift was hij zijn tijd bijna driekwart eeuw vooruit. Zou hij nu hebben geleefd, dan was uit zijn onderneming een mondiale consultancy gegroeid. De adviesbranche blijft trouwens groeien. In de nieuwe editie van de Gouden Gids nu meer dan twintig pagina's.

Dit stukje gaat over de eerste periode van het nieuwe, als het zo nieuw is dat de meerderheid het nog niet gespot heeft, laat staan het zich heeft toegeëigend. Is dat eenmaal gebeurd, als de helft plus één het heeft, of ermee weet om te gaan, is het met de nieuwheid gedaan. Het gaat dus niet over de euro. Zelden zal er iets van zo spiksplinternieuw zo snel zo gewoon zijn geworden. Natuurlijk, want iedereen heeft euro's, iedereen heeft binnen een week ermee leren rekenen, en dan is zelfs de glans van de munten normaal. Voor een doffe, afgesleten euro moet je op het ogenblik oppassen.

Herinnert u zich de eerste pinpasjes? Ik weet nog van mijn verbazing. Nederland lag achter, België had ze al. Het was in Antwerpen. Let op, zei mijn vriend Piet. Hij ging even geld uit de muur trekken; ik stond paf. Een jaar later was het in Nederland ook zover. De bejaarden van wie werd verondersteld dat ze de complicaties van het pinnen niet konden bijsloffen kregen van rijkswege een brochure met ezelsbruggetjes. Omstreeks dezelfde tijd kwam het antwoordapparaat aan de telefoon. Je kon bij een bureau tegen betaling de tekst van een komiek kopen. Creatieve mensen lieten een stukje gezang horen. Put your sweet lips a little closer to the phone (Jim Reeves), of: Thank you for calling, goodbye, (Jo Stafford). Wie nu nog op zijn antwoordapparaat de origineel uithangt heeft de tijd niet begrepen.

Toen kreeg je de verwijstoetsen. Hebt u klachten, druk op toets nul. Wilt u klagen over service, kies een vijf. Over welke service wilt u klagen. Kies van drie tot acht. Al onze medewerkers zijn in gesprek. Muziek; vaak de begeleiding voor een stille tocht. Dat weten we nu allemaal.

De grootste schrede voorwaarts is, vast en zeker, de gsm of het mobieltje. Er zijn veel mensen die boos worden als ze in het openbaar vervoer de oorgetuige van een gesprek zijn. Ik vind het een buitenkans, bijna altijd. Verreweg de meeste communicatie bestaat uit het doorgeven van de coördinaten: Ik zit in lijn drie bij de Overtoom. In de trein natuurlijk de mensen die melden dat ze te laat komen, ook in treinen die op tijd rijden. Ik zit nooit in files, ik rij met de trein er langs, en zie ze dan in hun auto's in hun mobieltje zeggen dat ze in de file zitten. Dan jongeren die met jongeren de vorige avond bespreken. Afgelopen weekeind heeft iemand zich het leven gered door met zijn gsm te melden dat hij in zijn auto bekneld zat. Zakenmensen sluiten transacties af. Je hoort iemand achter je zeggen: Neeneenee, daar moet twee ton bij.

Het sterkste voorbeeld van gsm-verkeer heb ik in de New York Times gelezen. Een forens zit in zijn coupé tegenover een advocaat die met een cliënt belt. Het gaat blijkbaar over een echtscheiding. Hij spitst zijn oren. Dan, uit steeds meer details, wordt het hem duidelijk dat het over hem gaat, en dat degene aan de andere kant van de lijn zijn vrouw is.

Overigens: alles kan bij de tegenwoordige stand van vormgeving voor een mobieltje doorgaan. Probeer het; houd in de tram uw zakagenda tegen uw oor en begin erin te praten. Het valt niemand op.

Waar blijft de misstand, vraagt u zich misschien af. Die komt. De misstand zit verborgen in de combinatie van antwoordapparaat en gsm. A belt B via haar gsm op het gewone nummer. Ze loopt op straat, heeft B dringend nodig. Kan gebeuren. B staat op zijn antwoordapparaat, dat vraagt om het achterlaten van een boodschap, òf, zegt de stem van B: ,,U kunt mij ook mobiel bereiken op nulzezerinegeenagviedrie, ik herhaal: nulzezerinegeenagviedrie.''

Dat kan A niet onthouden. Heeft schrijfgerei thuis laten liggen. Houdt verscheidene voorbijgangers aan. Niemand heeft potlood en papier bij zich. Met de hand schrijven is uit. Dan maar dit nummer uit het hoofd geleerd. Ze onderneemt nog eens de hele telefoonsessie. Weer het nulzezerinegeenagviedrie. Zo komt het dat B bij de fontein in het plantsoen vergeefs met zijn bos rozen staat te wachten.

Nog één kleinigheid die me de laatste jaren telkens opvalt. Je houdt met een goede bekende een geanimeerd telefoongesprek. Dan wordt aan beide kanten van de lijn op hetzelfde ogenblik begrepen dat het einde is aangebroken. Je zegt met alle warmte die in je is: tot ziens, of dag, of zoiets. De andere kant zegt ook dag, of tot later, met een intonatie, zo dof en uitgeput, alsof haar/hem het volgende ogenblik de hoorn uit handen zal vallen. Zoek er niets achter. Het is deze tijd.