Tegenstander met tanden

In slechte tijden wordt de ondernemingsraad steeds vaker een lastig obstakel, tot frustratie van de werkgever.

Ondernemingsraden vormen een rem op de ongebreidelde vrijheid van handelen waarvan ondernemers doorgaans dromen tijdens reorganisaties. Deze hindernis werd in de jaren zeventig onder toenmalig premier Den Uyl opgeworpen. Voor die tijd waren ondernemingsraden vooral het instrument van werkgevers, het personeel kon via dit kanaal makkelijk worden geïnformeerd. In 1979 kregen de raden een adviesrecht. Ze mochten voortaan ook wat terug zeggen.

Een ondernemer die het adviesrecht negeert kan het wel schudden, zegt Robert van het Kaar, senior onderzoeker aan het Sinzheimer Instituut voor onderzoek van arbeid en recht. De ongeveer vijftig zaken die hierover sinds 1979 zijn aangespannen bij de Ondernemingskamer zijn vrijwel allemaal gewonnen door de ondernemingsraden. ,,Ondernemers die kort door de bocht willen worden teruggefloten.''

Naast het adviesrecht respecteren moet de ondernemer aan zorgvuldigheidseisen voldoen, zo schrijft de wet voor. ,,Hij moet tijdig motiveren waarom hij wil reorganiseren, hij moet er blijk van geven dat hij heeft nagedacht over de gevolgen'', zegt Van het Kaar. ,,Als de OR met een alternatieve oplossing komt, dan moet deze in ogenschouw worden genomen.'' Voldoet de ondernemer aan al deze voorwaarden, dan zal de Ondernemingskamer in bijna alle gevallen het groene licht geven voor de reorganisatie, ook al zijn er misschien andere, minder rigoureuze oplossingen. ,,Dat hoort bij de beleidsvrijheid van de ondernemer.''

De onderhandelingen over een sociaal plan voor ontslagen werknemers worden meestal overgelaten aan de vakbonden. Een OR kan naar de Ondernemingskamer stappen omdat de gemaakte afspraken met de werkgever te mager worden gevonden. Maar, zegt Van het Kaar, vergeleken met andere landen wordt dit in Nederland meestal soepel afgehandeld. De Ondernemingskamer, zo leert de praktijk, bemoeit zich liever niet met materiële zaken (bijvoorbeeld de hoogte van een afvloeiingsregeling).

Van het Kaar verwacht de komende periode meer conflicten tussen werkgevers enerzijds en ondernemingsraden anderzijds, als gevolg van het veranderende economische klimaat. Een onderzoek uit 1999 wijst uit dat werkgevers de OR naar eigen zeggen als een volledig geaccepteerd instituut beschouwen. Maar volgens Van het Kaar geldt dat alleen wanneer geen sprake is van schoksgewijze veranderingen. ,,Nu vallen nogal wat dreunen.''

Toen de reorganisatie bij KPN in oktober 2001 werd aangescherpt, klaagde de centrale ondernemingsraad van het telecombedrijf dat de directie de werknemers lange tijd een worst heeft voorgehouden. Drie maanden later was de sfeer tussen directie en OR nog steeds om te snijden. Volgens Van het Kaar voorkomt de krapte op de arbeidsmarkt voorlopig dat de sfeer helemaal verpest raakt. Ontslagen werknemers komen relatief eenvoudig aan nieuw werk.

Ondernemers willen nog wel eens klagen dat het Nederlandse OR-stelsel de besluitvorming vertraagt. Dan wordt gewezen op het buitenland waar de raden pas heel laat worden ingeschakeld, nadat de ondernemer de tijd heeft gehad om knopen door te hakken. Ondernemers daar zouden sneller kunnen handelen. In Nederland moet de OR er vanaf het begin worden bijgehaald. Volgens Van het Kaar kan dat een voordeel zijn. ,,Door de OR er meteen bij te halen creëer je draagvlak. De uitvoering van besluiten gaat daardoor redelijk snel. In andere landen kunnen werknemers gefrustreerd raken omdat ze geen moer te vertellen hebben gehad. Die kunnen gaan dwarsliggen bij de uitvoering.''