Stijgende armoede tekent economische crisis Israël

Israël is beland in de diepste en meest ontwrichtende economische depressie sinds de jaren zestig. De economie kromp vorig jaar met een half procent.

De ernstige economische crisis in Israël heeft premier Ariel Sharon ertoe gebracht de VS om economische hulp in de orde van grootte van 770 miljoen euro te vragen, zo meldde de krant Ha'aretz deze week. Israël krijgt reeds jaarlijks 3 miljard euro financiële hulp van de VS waarvan 1 miljard economische hulp en 2 miljard voor militaire doeleinden.

De cijfers wijzen uit dat alle takken van nijverheid slecht draaien en de sociale nood in het joodse land met de dag nijpender wordt. Ruim twee weken protesteren invaliden, geen oorlogsinvaliden maar mensen die zo zijn geboren of het door andere omstandigheden zijn geworden, in Jeruzalem voor een maandelijks uitkering op basis van het minimumloon. In hun wanhoop over de doofheid van de regering voor hun eisen blokkeren zij regelmatig de hoofdweg van Tel-Aviv naar Jeruzalem. In hun invalidenkarretjes en op stokken hebben ze, om zich te beschermen tegen de nachtelijke kou, de hal van het ministerie van Sociale Zaken bezet en gezworen er te zullen blijven totdat hun eisen worden ingewilligd. Dit protest is het topje van de berg spanningen in de samenleving die met snel oplopende werkloosheid naar tien procent een maatschappelijke explosie kan veroorzaken.

De Israëlische reserves bedragen ongeveer 26,5 miljard euro en de inflatie ontwikkelt zich wegens de depressie in de richting van deflatie. Maar de sociale spanningen, als gevolg van een strakke bezuinigingspolitiek van de regering-Sharon, lopen dermate snel op, dat Israëlische commentatoren het over een `Argentinië-syndroom' hebben. Juist de minst draagkrachtigen worden door de bestedingsbeperkingen het zwaarst getroffen. Gewelddadige stakingen zijn aan de orde van de dag.

De media en ook politici zoemen, nu het wat rustiger is aan het Palestijnse front, in op de gapende kloof tussen rijk en arm in Israël. Die scherpstelling laat zien dat een kwart van Israëls kinderen, meer dan een half miljoen, onder de armoedegrens leeft terwijl de helft van de werknemers buiten de belastingschaal valt.

Deze cijfers symboliseren de ernst van de crisis waarin Israël is beland. De uitzonderlijke hoge salarissen van het topmanagement worden nu als een nationaal schandaal gehekeld. Bankdirecteuren met inkomens van honderdduizenden guldens per maand moeten het in het bijzonder ontgelden. Deze heren zijn erg geschrokken van de populistische aanvallen op hun rijkdom en van kreten als ,,we gaan marcheren naar de villa's''. Verontwaardigd over de enorme inkomensverschillen hebben zij ingestemd met vijf procent salarisvermindering. Het is een nogal loos gebaar, want sommige directeuren blijven zeventig maal meer verdienen dan het minimumloon in Israël.

De salarissen in de een jaar geleden nog zo glanzende hightech-sector zakken aanzienlijk sneller. Een jaar geleden kochten de wonderkinderen van deze locomotief van de economie nog dure auto's. Nu staan die langs de weg te koop aangeboden.

De economische teruggang is het laatste halfjaar volgens de jongste cijfers in een hoge versnelling gekomen. De export liep met 14,1 procent terug, de import met 17,8 procent terwijl de investeringen met 21,4 procent zakten. Buitenlandse investeerders zijn dezer dagen zeldzame vogels geworden. Israël verloor vorig jaar ook nog eens 1,8 miljard dollar aan inkomsten uit de toeristenindustrie.

Om op zijn Amerikaans de economie aan te zwengelen, heeft de Bank van Israël de rente deze maand met twee procent verlaagd. Volgens economen en industriëlen had de bank dat veel eerder en ook geleidelijker moeten doen. Nu is er een stormloop op de dollar. De enorme `berg' van 279 miljard shekels (nu nog maar 69 miljoen euro) die ontstond door de lang zeer hoog gehouden rente is aan het afbrokkelen. De devaluatie van de shekel is door de plotselinge grote vraag naar dollars in een stroomversnelling gekomen. Dat is goed voor de export, maar niet voor de kleine man die geen woning kan kopen en een in dollars vastgestelde huur moet betalen.

De economische crisis heeft ook de grote verschillen in overheidssteun tussen de nederzettingen in de bezette gebieden en de ontwikkelingssteden in Israël aan het daglicht gebracht. In extreme gevallen krijgen nederzettingen acht keer méér uit de schatkist aan financiële steun dan ontwikkelingssteden in het noorden en zuiden.

Politici leggen nu voor het eerst een duidelijk verband tussen Israëls investeringen in bezet gebied en defensie-uitgaven ter bestrijding van de intifada, en de economische crisis. De regering-Sharon stapt daar overheen. Ter bestrijding van de werkloosheid heeft zij de oorlog verklaard aan de 300.000 buitenlandse arbeiders, van wie er slechts zo'n 100.000 legaal in Israël zijn.

Aannemers en boeren zitten intussen met de handen in het haar. Vóór de invasie van buitenlandse arbeid uit verre landen werkten Palestijnen in de zware takken van nijverheid. Zij bouwden luxe-woningen in Israël, maar ook de 150 nederzettingen in bezet Palestijns gebied.