Snelheid kost veel geld

Ontslagen lopen steeds vaker via de kantonrechter. Ook werknemers zien daarvan nu de voordelen.

De kantonrechter komt zelden om de hoek kijken bij massaontslag. Bedrijven die méér dan twintig werknemers ontslaan (collectief ontslag) moeten dit binnen drie maanden melden aan de regionale arbeidsvoorziening. Die geeft een ontslagvergunning af. Maar bij kleinere reorganisaties worden kantonrechters al ruim een decennium steeds populairder.

In 1985 waren er een paar honderd ontbindingszaken, in 2000 was dat gegroeid tot zo'n 50.000, zo blijkt uit gegevens van Ronald Beltzer, hoofddocent arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. De opmars van de kantonrechter sinds eind jaren tachtig, zegt Beltzer, valt samen met de groeiende impopulariteit van de arbeidsvoorziening. Bij de kantonrechter worden ontbindingsprocedures sneller afgehandeld. Er zijn geen opzegtermijnen, de rechter doet snel uitspraak en in hoger beroep gaan is in principe niet mogelijk. Het zijn meestal werkgevers die zich melden bij het kantongerecht. Werknemers staan relatief sterk in het ontslagrecht, de arbeidsvoorziening stelt een hoop lastige vragen. Voor wie snel van zijn personeel af wil, biedt de kantonrechter dus uitkomst. Maar deze weg is veel duurder: de rechter kan een gouden handdruk toekennen. Dat verklaart de eveneens gegroeide populariteit van de kantonrechter onder werknemers: bij de arbeidsvoorziening krijg je hooguit loon uitbetaald over de opzegtermijn.

In 90 procent van de gevallen, zegt Beltzer, worden zaken tevoren volledig bekokstoofd door werkgever en -nemer. De reden hiervoor is evident: iemand krijgt geen uitkering als hij verwijtbaar werkloos is. De werknemer wil een niet te kritische werkgever, de ondernemer wil niet op kosten worden gejaagd. Dus wordt het op een akkoordje gegooid. ,,Zaken voor de kantonrechter worden vaak zo neutraal mogelijk gevoerd, zodat de uitkerende instantie er uiteindelijk niets mee kan'', zegt Beltzer.

Bij het vaststellen van de hoogte van gouden handdrukken hanteren kantonrechters sinds 1997 een eenvoudige formule. De duur van het dienstverband (A) wordt vermenigvuldigd met het loon van de werknemer (B). Dat bedrag wordt vermenigvuldigd met een door de rechter bepaalde correctiefactor (C) afhankelijk van de omstandigheden die hebben geleid tot het ontslag.

,,Het toekennen van gouden handdrukken gaat veel te automatisch'', zegt Beltzer. ,,In 95 procent van de zaken wordt hij toegekend.'' Van de formule wordt zelden afgeweken. Rechters die dat wel doen moeten dit motiveren. ,,Dat wordt te veel gedoe gevonden.'' Kantonrechters proberen wel paal en perk te stellen aan werknemers die aankloppen terwijl ze al een goede afvloeiingsregeling hebben. De ABC-formule werd ingevoerd omdat rechters vaak verschillende vergoedingen toekenden. Door de standaardisering kwam een einde aan het `hoppen', het zoeken naar de gulste kantonrechter. In 1999 is geprobeerd de arbeidsvoorziening weer aantrekkelijker te maken door de invoering van kortere procedures. De kantonrechter zou minder aantrekkelijk worden gemaakt. Bij het ontslag van een zieke werknemer moest bijvoorbeeld een reïntegratieplan aan de kantonrechter worden overhandigd door de werkgever. Dat bleek in de praktijk onwerkbaar: vaak bleek geen sprake van reïntegratie, werkgever en -nemer waren het er volledig over eens dat hun wegen hier moesten scheiden. Inmiddels is besloten om de bepaling weer te schrappen.