Paul Cliteur 3

Wat Paul Cliteur onder oecumenisch humanisme verstaat, want dat is het perspectief, is me niet helemaal duidelijk. Ik ken het humanisme in vele varianten, zoals het christelijke humanisme, het atheïstische humanisme, het agnostische humanisme.

De vraag is inderdaad of er een islamitisch humanisme mogelijk is, maar ik ken diverse mensen die dat belijden en in praktijk brengen.

Hoe het humanisme er ook uitziet, het zal verdraagzaam moeten zijn, indachtig Montaignes dictum dat ,,het een treurige ziekte is om je standpunt zo sterk te achten, dat je jezelf wijsmaakt dat niemand het tegendeel kan geloven''.

Cliteur doet juist dat. Godsdienst is een onjuiste keuze, zo weet hij. ,,Ook al zijn we daarvan overtuigd, we laten het toe.'' Wie zijn hier we? De geleidelijk gegroeide geseculariseerde meerderheid, de intellectuele minderheid, de Dageraad? Ik houd het op misplaatst majesteitsmeervoud.

In zijn oordeel over de godsdiensten is Cliteur zo onverdraagzaam als een ayatollah en verwart hij de autonomie van de moraal met zijn eigen religieuze standpunt. Hij verwart zijn atheïsme met zijn humanisme en is bijgevolg inhumaan in zijn atheïsme.

Het humanisme hoort op gespannen voet te staan met de institutie waar het zich op richt: zij het het atheïsme, zij het het christendom. Het is inderdaad zo dat de religies een stroom aan onderdrukking en ellende met zich meevoeren, maar het is flauwekul te denken dat het secularisme een dergelijke onderstroom niet kent. Er zijn voorbeelden te over.