Oud en nieuw

Meestal breng ik de jaarwisseling door in zeer kleine kring, maar dit jaar waren we in Berlijn en dan ga je natuurlijk naar het feest aan de Brandenburger Tor. Zo vierden we oud en nieuw samen met een miljoen anderen en ik moet zeggen dat deze `grootste Silvesterparty ter wereld' me enorm is meegevallen. In plaats van in een bedreigende, lallende massa verzeild te raken, dronken we een glaasje sekt met allemaal vrolijke en ontspannen mensen. Geen onvertogen woord, geen opstootjes, geen loodzware symboliek.

Berlijn is een stad die echt met de toekomst bezig is. Daarom was het wel aardig om uitgerekend hier de volgende dag m'n eerste eurobiljetten uit de geldautomaat te trekken, alsof het niets bijzonders was. Maar als je erover nadenkt, was het wel degelijk bijzonder en feestelijk. In Duitsland besef je misschien nog wel sterker dan in andere Europese landen dat het een historisch moment was. ,,Wie had zich dat in het jaar 1945 kunnen voorstellen, met zijn bloeddoordrenkte slagvelden van de Tweede Wereldoorlog, de verwoeste steden en het wantrouwen tegenover het overwonnen Duitsland'', schreef een Duitse krant.

Ik kan iedereen zo'n uitstapje naar Berlijn aanbevelen. Er wordt tegen de klippen op gebouwd, de wonden sluiten zich, de toekomst krijgt voor je ogen vorm, maar dit betekent niet dat men met de rug naar het verleden gaat staan.

Een mooi voorbeeld is de manier waarop Marlene Dietrich werd geëerd omdat zij honderd jaar geleden in Berlijn is geboren. De enige echte internationale filmdiva die Duitsland heeft voortgebracht had een problematische verhouding met haar geboorteland. In de jaren twintig, toen ze wereldberoemd werd met haar rol in Der blaue Engel (`Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt'), behoorde ze al tot de avant-garde, die Berlijn toen tot het swingende culturele centrum van Europa maakte. Haar weigering na de machtsovername door de nazi's gehoor te geven aan Goebbels' uitnodiging om terug te komen uit Hollywood, waar ze triomfen vierde, lag voor de hand: ,,Zeg tegen uw Herr Hitler dat ik naar Duitsland terugkom, als hij er niet meer is.'' Minder vanzelfsprekend was dat ze in 1937 Amerikaans staatsburger werd en van de eerste tot de laatste dag van de Amerikaanse deelname aan de Tweede Wereldoorlog voor de geallieerden optrad. Lili Marleen zong ze nog louter in het Engels.

In 1960, toen ze weer optrad in het nog net niet door de Muur verscheurde Berlijn (`Ich hab' noch einen Koffer in Berlin ...') werd ze uitgejouwd en voor landverraadster gescholden. Toch noemde ze haar autobiografie Ich bin, Gott sei Dank, Berlinerin. In Berlijn ligt ze ook begraven, maar haar graf werd besmeurd met teksten als Pelzschlampe (bontsloerie).

Deze persoonlijke Duitse geschiedenis kreeg vorm in het Renaissancetheater, waar we het toneelstuk Marlene zagen, een subliem portret van de ouder wordende ster. Het hoogtepunt van de Dietrich-rehabilitatie voltrok zich in het grote revuetheater aan de Friedrichstrasse. Daar dompelden we ons onder in een gala. Het was een gigantische, drie uur lange show met tientallen topartiesten, maar ook een politiek statement. De filmster en zangeres torent op één van de decorstukken uit boven de Brandenburger Tor, waar ze een van haar beroemde lange benen in een overwinnaarsgebaar bovenop heeft geplant.

Er waren zoveel hoogwaardigheidsbekleders naar het Friedrichstadtpalast gekomen, dat er een speciale begroeting tot de betalende bezoekers werd gericht. Maar de boodschap was duidelijk. Burgemeester Klaus Wowereit eerde de `orchidee onder de grote actrices van de wereld' niet alleen als filmster en begenadigd chansonnière, hij prees ook haar persoonlijkheid, haar moed om het kwaad te weerstaan. Het gala was dan ook bedoeld om Marlene `de plaats in onze herinnering te geven die haar toekomt'.

En nog was Dietrich niet genoeg herdacht. In het fascinerende nieuwe filmmuseum bij de Potsdamer Platz was een afzonderlijke tentoonstelling aan haar gewijd, naast de rijke Dietrichcollectie in de permanente opstelling. Overigens is dit het meest doordachte, knapst vormgegeven moderne museum dat ik ooit heb gezien, een lust voor het oog, een meesterwerk van historisch inzicht en evenwichtigheid. Alles klopt hier, het verleden wordt er zonder ideologische vooringenomenheid of opvoedkundig moralisme in beeld gebracht.

Uit dit oogpunt vond ik het nieuwe Joodse Museum aan de Lindenstrasse, dat iedere bezoeker aan Berlijn vanzelfsprekend gezien moet hebben, tegenvallen. Prachtig dat het er staat, daar niet van, en groots van architectuur. Het museum wil enerzijds de Duits-joodse geschiedenis op religieus en maatschappelijk gebied vanaf de Middeleeuwen in kaart brengen, anderzijds uitnodigen tot bezinning op het anti-semitisme en de holocaust. Het wil geen monument zijn van Duitse zelfhaat en zelfbeschuldiging, maar evenmin, zoals in de DDR gebeurde, ronken over het verzet tegen de nazi's. Alles even prijzenswaardig, maar ik betwijfel of het resultaat, een nogal willekeurig aandoende uitstalling van voorwerpen en foto's, veel verheldert of inzichtelijk maakt.

Overigens doet dit niets af aan de bewuste pogingen om de geschiedenis haar plaats te geven in een stad die sinds de verdwijning van de Muur een nieuw leven heeft gekregen, letterlijk een stad van Oud en Nieuw. Zoals de voormalige Rijksdag, waar nu de Bondsdag zetelt, ook een schitterende combinatie is van een negentiende-eeuws nationalistisch monstrum en moderne transparante bouwkunst, waar de mensen zonder morren uren en uren voor in de rij staan te blauwbekken, omdat zij zich nu eenmaal aan strenge beveiligingsmaatregelen moeten onderwerpen.

Oud en nieuw. In het theater waar Bertolt Brecht in de DDR-tijd zijn Berliner Ensemble vestigde, zagen we een adembenemende uitvoering van Brechts bij zijn leven nooit opgevoerde parabel Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui (1941), waarin de opkomst van Hitler wordt beschreven als een gangsterstory in Chicago. Het bevat de beroemde zin die lange tijd mijn beeld van Duitsland heeft meebepaald: ,,Der Schoss ist fruchtbar noch, aus dem das kroch'' (de schoot waar het nationaal-socialisme uit is gekropen, is nog vruchtbaar). Silvester in Berlijn is genoeg om te kunnen zeggen: niet meer.