No Doubt

Zangeres Gwen Stefani heeft een typische pop-aard: je kunt alle kanten met haar op. De blonde blikvanger van de Amerikaanse groep No Doubt is soms een meisjesachtig tieneridool, dan een stoere straatmeid (zoals in haar liedje met Eve, Let Me Blow Ya Mind) of een pruilende glamourvrouw. Ook in de muziek van No Doubt schuilt die veelzijdigheid. De groep werd bekend met ska, speelde rock, zoete ballades (zoals de superhit Don't Speak) en reggae; Stefani kon croonen, schreeuwen of kwinkeleren. Overal had No Doubt succes mee, behalve met de serieuze toon van de vorige cd Return of Saturn (2000).

Daarbij vergeleken is de nieuwe cd Rock Steady dan ook weer veel luchtiger. Als om de veelzijdigheid van de groep te onderstrepen werd er met zes verschillende producers gewerkt, van Prince tot William Orbit, Ric Ocasek en Sly & Robbie. De nummers kregen de signatuur die je bij deze mensen kunt verwachten: jaren tachtig-electronica bij Ocasek, hitsige stemmen bij het liedje dat door Prince werd geproduceerd, en reggae bij Sly & Robbie.

Maar één ding hebben alle nummers met elkaar gemeen: het hoekige No Doubt-geluid. De groep bespeelt de instrumenten altijd enigszins bonkend, zelfs de elektronica die op deze cd de boventoon voert is niet vloeiend maar stotterig. Daardoor gaan de liedjes vaak kinderachtig klinken. Dat is jammer, want in enkele nummers is de groep wat minder springerig en wordt er meer op de groove gelet. Dan ontstaat er een getemperde vrolijkheid waarbinnen de meisjesstem van Stefani mooi discoachtig klinkt, zoals in Making Out en Waiting Room.

Hoewel de groepsleden bijna allemaal boven de dertig zijn, wordt er nog altijd gemikt op de tienerpopmarkt. Te oordelen naar Rock Steady zou No Doubt zich beter definitief met Prince kunnen verbinden. Zijn oor voor de nerveuze groove zou vast minder hits opleveren, maar leidt wel tot betere muziek.

No Doubt. Rock Steady. Interscope Records 493 158