NIEUW MIDDEL TEGEN PSYCHOSE WERKT OP LANGE TERMIJN BETER

Een nieuw `tweede generatie' middel voor patiënten met schizofrenie vermindert de kans op een nieuwe psychose aanzienlijk. Dat blijkt uit een onderzoek in de Verenigde Staten, waarbij het nieuwe middel is vergeleken met een al langer bestaand medicijn. Het nieuw middel riep ook minder èn minder ernstige bijverschijnselen op (New England Journal of Medicine, 3 jan.).

Ongeveer één op de honderd mensen heeft schizofrenie: een ernstige, chronische psychiatrische ziekte die zich kenmerkt door het optreden van psychosen. Tijdens een psychose kan de patiënt hallucineren (stemmen horen bijvoorbeeld) of waandenkbeelden hebben (denken dat hij Napoleon is), maar ook erg in de war of angstig zijn. Een psychose kan weken duren en keert bij de meeste patiënten regelmatig terug. Echter, zo'n 20 procent van de patiënten maakt slechts één keer zo'n periode door. Schizofrenie is niet te genezen, maar er zijn wel geneesmiddelen die de symptomen effectief onderdrukken en het ontstaan van nieuwe aanvallen voorkomen. Deze middelen moeten soms levenslang genomen worden. Helaas veroorzaken ze bij langdurig gebruik vaak bewegingsstoornissen en onwillekeurige spiertrekkingen. Daar is weinig aan te doen, omdat deze ontstaan door de blokkade van dopaminereceptoren in de hersenen waar de antipsychotische werking van deze middelen op berust.

De middelen van de tweede generatie zijn mede ontwikkeld om hier wat aan te doen. Zij blokkeren niet alleen de dopaminereceptoren, maar bijvoorbeeld ook die voor serotonine. Op betrekkelijk korte termijn (acht weken) bestrijden ze de psychotische symptomen beter en met minder bijwerkingen. Om de effecten op langere termijn te onderzoeken, zijn 365 schizofrene patiënten uit 40 psychiatrische ziekenhuizen onderzocht. De patiënten waren willekeurig in twee groepen verdeeld: één groep kreeg een middel uit de eerste generatie (haloperidol) en één een tweedegeneratiemiddel (risperidon), dat vooral effectief is tegen hallucinaties en waandenkbeelden.

Het nieuwe middel werkte ook op langere termijn beter. Patiënten die het nieuwe middel kregen, hadden significant minder kans op een nieuwe psychose (34 tegen 60 procent). De psychotische verschijnselen waren in deze groep milder en ook de bijwerkingen waren minder ernstig. Veelzeggend was dat de patiënten die het tweedegeneratiemiddel kregen het gebruik daarvan langer volhielden. Deze mensen konden gemiddeld een jaar gevolgd worden, de gebruikers van het oude middel ruim negen maanden.

De auteur van een redactioneel commentaar toont zich overtuigd en ziet uit naar vergelijkbaar onderzoek met andere tweede generatie antipsychotica. Hij maakt echter één kanttekening bij dit door de producent van het nieuwe middel betaalde onderzoek. De patiënten die het oude middel kregen, ontvingen daarvan een hoge, niet optimale dosis. Dit kan de resultaten vertekend hebben, maar vermoedelijk niet zodanig dat het eindoordeel anders wordt.