Met een tientonner door Sahara

Hans Bekx (45) rijdt met zijn truckteam voor de vierde keer de Dakar-rally. De rentenierende ondernemer gaat voor het eerst voor de punten. ,,Voor een jeep ben ik veel te rauw. Met een tientonner door het zand, dat ben ik.''

Hij was de wegenwacht van de Sahara. Wie de afgelopen jaren pech kreeg in de Dakar-rally of vast raakte in het zand, mocht hopen dat Hans Bekx passeerde. Niemand deed vergeefs een beroep op de truckchauffeur. Behalve dan de rijder die hem smeekte om een jerrycan benzine. Zelfs voor vijfduizend gulden wilde Bekx niet het risico lopen zelf met een lege tank te stranden in de woestijn.

Maar het is mooi geweest, vindt Bekx. In zijn vierde `Dakar' moet een andere deelnemer zich maar opofferen. De rallyrijder uit Mariaheide gaat dit jaar voor de punten. ,,De afgelopen jaren heb ik in de woestijn veel vrienden gemaakt. Maar dit jaar heb ik voor oponthoud geen tijd. Dat heb ik tegen iedereen gezegd die me vorige week voor de start in Arras de hand kwam schudden. Ik wil presteren, net als toen ik nog ondernemer was.''

Als hij in de rally net zo succesvol is als in het bedrijfsleven, dan staat Bekx volgende week in Dakar op het podium. Hij verkocht landbouwmachines, was varkenshouder, hield melkkoeien en had een mesttransportonderneming. Vier jaar geleden deed de 45-jarige Brabander zijn laatste bedrijf van de hand.

Wat doet een rentenier met z'n vrije tijd? Bekx houdt niet van luie uitstapjes. ,,Mijn vrouw mag zo duur op vakantie als ze wil. Maar op het strand liggen is niks voor mij, dan ga ik dood.''

Toen hij nog zeven dagen in de week werkte, had hij geen tijd voor hobby's. Die stuatie veranderde toen hij als sponsor van motorrijder Eric Verhoef in 1997 naar Senegal reisde. Samen met andere geldgevers ging hij de Dakar-deelnemer aan het eind van de rally verwelkomen. In afwachting van Verhoef huurde Bekx een jeep om door de woestijn te rijden. Een onvergetelijke belevenis, op slag raakte hij in de ban van de rallysport. De volgende keer doe ik ook mee, beloofde hij zichzelf. Maar niet op een motor of in een auto. ,,Kijk eens wat een grote kerel ik ben. Voor een jeep ben ik een veel te rauwe chauffeur, die rijd ik zo kapot. Met een tientonner door het zand, dat ben ik.''

Zijn eerste twee rally's reed hij in de truck van Kees en Mieke Tijsterman, de garagehouders uit Waddinxveen die het na acht `Dakars' welletjes vonden. Beide keren haalde Bekx door pech de eindstreep niet. Bij de Veenendaalse truckbouwer Ginaf bestelde hij daarom twee jaar geleden een bijna zeven meter lange truck met een DAF-motor van 700 pk. Op een bierviltje schetste Bekx zelf het ontwerp voor de V-vormige opbouw.

De nieuwe truck De Buffel heeft 200 pk méér motorvermogen dan de oude truck, die sindsdien als assistentietruck dienst doet. Ook liet hij op de nieuwe wagen een aflaat-en-oppompsysteem voor de banden monteren. Daarmee kan de chauffeur al rijdend de spanning aanpassen aan de ondergrond: in het mulle zand wat lucht eruit voor meer tractie, op een harde ondergrond een paar bar extra om hard door te kunnen trekken en de banden te sparen.

De investering van 363.000 euro (800.000 gulden) had onmiddellijk resultaat. Niet alleen haalde Bekx vorig jaar voor het eerst Dakar, hij finishte ook nog op een verdienstelijke vijfde plaats. ,,Dat was zo'n ongelooflijk gevoel. Het was snikheet die dag, wel 45 graden. Maar het voelde alsof het twintig graden vroor. Ik kreeg overal kippenvel. En hoewel ik normaal niet zo snel huil, heb ik daar flink wat traantjes gelaten'', bekent Bekx.

,,In Nederland realiseren maar weinig mensen hoeveel tijd zo'n rally van drie weken kost'', meent hij. ,,Twee tot drie avonden per week en elke zaterdag steek ik in de voorbereiding. En dat geldt ook voor de andere leden van mijn team.''

Zijn Dakar-ploeg bestaat uit zeven personen. Zowel de wedstrijd- als de assistentietruck wordt bemand door drie personen: een chauffeur, een navigator en een monteur. In Brabant zit nog een contactpersoon die tijdens de rally de website van het team bijhoudt. ,,Het is jammer dat rallyrijden zo duur is'', zegt Bekx. Alleen aan inschrijfgeld betaalt hij al 80.000 euro. Een hobby mag wat kosten, zegt de oud-ondernemer, maar zonder sponsors gaat het niet. Op zijn trucks staan de namen van wel vijftien bedrijven, van kleine bouwondernemingen tot oliegigant Shell. Sommige sponsors schenken geld, andere diensten of materiaal. Als tegenprestatie verschijnt hij met z'n trucks op dealerdagen en andere festiviteiten.

In het bivak in de Marokkaanse plaats Ouarzazate was woensdag na de zesde etappe de Marokkaanse atleet Hicham el-Guerrouj de gast van de Dakar-organisatie. De wereldkampioen en wereldrecordhouder op de 1.500 meter sprak zijn bewondering uit voor de rallyrijders. ,,Het is een nobele sport.'' De tengere hardloper, die een vierwielaangedreven Jeep Cherokee rijdt, zei dat hij hoopte zelf ook eens naar Dakar te rijden.

Of Bekx zich als rallyrijder ook een sportman voelt, vindt hij een lastig te beantwoorden vraag. Voetballers, dát zijn toch sporters, zegt hij met een grijns. Op de uitputtingsslag in de woestijn bereidt hij zich niet speciaal voor. ,,Hoewel ik rook, heb ik volgens de dokter de longinhoud van een vent van achttien. 's Morgens zwem ik en soms stap ik op de fiets, dat is alles. Wel doe ik het de laatste weken voor de start rustig aan. Ik slaap veel en kijk naar videofilms van vorige rally's.''

Gemiddeld komt hij tien kilo lichter weer thuis. ,,Ik rijd met een lege maag. Alles wat ik voor vertrek of in de auto eet, komt omhoog.'' Wel drinkt hij in de auto zo'n tien liter water per dag. Nee, de zwaarste rally ter wereld rijden is geen vakantie, zegt hij. ,,Misschien kan je het een doe-vakantie noemen die het uiterste van je vraagt. Je doet iets wat eigenlijk niet kan. Het is alsof je je duim in een bankschroef zet en kijkt wanneer het zeer gaat doen. Je draait de bankschroef net zolang aan tot je `au' zegt.''

Maar echt pijn heeft de rally hem nog nooit gedaan. ,,In de wagen lach ik de hele dag. Ik geniet van iedere minuut, ik hou echt van die Afrikaanse landen. De mensen zijn straatarm, ze hebben geen wasmachine, niks. En toch heb ik vaak het idee dat ze gelukkiger zijn dan wij. Als ik thuis weer in de file sta, vraag ik me weleens af of wie er nu zo rijk is: zij of wij?''

Het team-Bekx is op veel voorbereid. Ook op kleine tegenvallers bij aankomst in het bivak. ,,Heb je vijftien uur in de auto gezeten, staat er couscous op het menu. Nou, daar begin ik niet aan. Ik wil niet aan de diarree raken, ik wil iets hartigs.''

En dat kan, want zijn assistentietruck is niet alleen een rijdende werkplaats maar ook een klein restaurant met Hollandse menukaart. In de ijzeren voorraad van het team zitten pinda's, zoute drop, bifi-worstjes, pakjes kippensoep, blikken babi pangang, hutspot, boerenkool met worst en uiteraard vele pakjes zware shag en sigaretten, want ook in de auto wordt gerookt.

,,Je moet goed met elkaar overweg kunnen, dat is een voorwaarde. De stress loopt soms hoog op. Als je een band moet verwisselen duurt een minuut lang. Dan mag je geen tijd verspillen met muggenziften.'' Maar over zijn mannen is de teammanager dik tevreden. In het bivak hoeft hij de monteurs niks te vragen en tijdens een verbindingsetappe over de openbare weg rijden ze soms zingend rond. Maar als de truck bij een proef met 160 kilometer door de woestijn jakkert, is het muisstil in de cabine. ,,Dan zitten er zes paar ogen op de weg.''

Bang is hij niet. Zijn navigator durft hij blind te vertrouwen. Maar in een mechanische sport heb je niet alles in de hand. Al is de assistentietruck een rijdende werkplaats, niet elke vorm van tegenslag valt te voorkomen. ,,Het is alles of niks. Op een boutje van een kwartje kan je uitvallen. Daar lig ik de weken voor de rally weleens van wakker.''

De eerste acht etappes is Bekx goed doorgekomen. Hij maakte geen stuurfouten en sprong nooit uit de piste. Slechts één keer zat hij een kwartiertje vast. Door zand moet je leren rijden, zegt hij. Pas na een paar jaar wist hij hoe je een zandduin oversteekt zonder vast te raken.

Net als toen hij nog ondernemer was, stelde Bekx zich in de rallysport een doel. ,,Als ik met een van mijn bedrijven de top bereikte, dan ging ik soms nog een jaar door en dan verkocht ik de tent. Succes verwatert snel, het wordt snel allemaal gewoon.''

Misschien gaat het zo ook wel met het rallyrijden. Hij heeft alleen geen idee waar zijn top ligt. ,,Misschien stop ik wel als ik in volgende week of volgend jaar in Dakar op het podium heb gestaan. Het maakt niet uit op welk van de drie plaatsen. En wat ik dan ga doen? Niet iets wat veel andere mensen doen, daar vind ik geen lol aan.''

Team-Bekx op het erepodium? Volgens navigator Simon Koetsier is de Brabantse ploeg ook daar op voorbereid. In de voorraadkisten van de assistentietruck zitten niet alleen vetpatronen, reserveonderdelen en blikken hutspot opgeborgen.In de onderste kist, helemaal achter in de laadruimte ligt een nog nooit gebruikte Nederlandse vlag. Bekx grijnst: ,,Daarmee gaan we lekker strak over het strand in Dakar rijden.''