Krijgshistorici voelen zich vrij in kazerne

Militaire historici worden geregeld geconfronteerd met politieke gevoeligheden. ,,De wedstrijd begint als ze er iets in willen veranderen.''

Het is meer dan symbolisch: wie een bezoek brengt aan het wetenschappelijke instituut moet langs slagbomen en soldaten met automatische geweren. De dienstdoende marechaussee van de Alexanderkazerne in Den Haag is onverbiddelijk. ,,Verscherpte bewaking'', bromt hij onder zijn snor. ,,Elf september.''

Vroeger zat de Sectie Militaire geschiedenis (SMG) in een stoffig bijgebouwtje. Nu heet de historische dienst van de landmacht `Instituut voor Militaire Geschiedenis' (IMG), en heeft een geheel gerenoveerd legeringsgebouw op het hoofdterrein betrokken. Van binnen ademt het pand de sfeer van een modern accountantskantoor.

Directeur Piet Kamphuis geeft trots een kleine rondleiding. ,,We beschikken over het grootste beeldarchief van Nederland. Hier ligt alles opgeslagen. Op precies de juiste temperatuur.''

Het IMG is, in de woorden van Kamphuis, het ,,centrum van de militaire geschiedbeoefening in Nederland''. De afgelopen tien jaar was het goed voor 140 publicaties. Op dit moment telt het instituut 21 medewerkers. Twee van hen, Herman Amersfoort en Petra Groen, zijn bijzonder hoogleraar militaire geschiedenis aan de universiteiten van Amsterdam en Leiden. ,,We zijn een wetenschappelijke instelling'', zegt Kamphuis. ,,We hanteren dezelfde professionele normen als onze universitaire collega's.''

Hoe wetenschappelijk het IMG ook moge zijn, onafhankelijk is de instelling niet. Het IMG maakt van oudsher deel uit van de staf van de bevelhebber van de landstrijdkrachten, de politieke verantwoordelijkheid ligt bij minister van Defensie, Frank de Grave. Dus wordt wetenschappelijke en kritische geschiedbeoefening niet altijd op prijs gesteld.In 2000 werd de publicatie van het boek Check the horizon van de historische dienst van de luchtmacht enige tijd opgehouden door het ministerie, omdat het ook de misverstanden over de Nederlandse luchtsteun tijdens de val van Srebrenica behandelde. Kort daarop ontstond discussie over het IMG-boek Van Korea tot Kosovo. De Nederlandse militaire deelname aan vredesoperaties sinds 1945. Toen oorlogsveteranen een kort geding aanspanden tegen minister De Grave, omdat ze passages in het boek Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied over Nederlandse schendingen van het oorlogsrecht in meidagen `kwetsend' vonden, was voor de minister de maat vol. C. Schulten, oud-SMG-hoofd en RIOD-directeur, kreeg opdracht `het spanningsveld tussen militaire geschiedschrijving en politieke verantwoordelijkheid' in kaart te brengen en een constructie te bedenken die `wrijvingen op dit terrein' moest voorkomen.

De conclusie van Schulten was eenvoudig. Het ministerie van Defensie moest eindelijk doen wat andere departementen, zoals het ministerie van Onderwijs (verantwoordelijk voor het Nederlands Instituut van Oorlogsdocumentatie) en Justitie (formeel de baas van het WODC) allang hadden vastgesteld: de minister is verantwoordelijk voor de middelen van een wetenschappelijke instelling, maar niet voor de inhoud van de publicaties. Om procederende veteranen de pas af te snijden, worden alle boeken van het IMG voorzien van een passage waarin de lezer er nog eens aan wordt herinnerd dat ,,de meningen en opvattingen'' uit het boek ,,voor de verantwoordelijkheid zijn van de auteur'' en ,,niet noodzakelijkerwijs de mening van de minister'' weergeven.

De regeling is het gevolg van de groeiende professionalisering van historische diensten als het IMG, zegt directeur Piet Kamphuis. Daar waar het IMG vroeger vooral feestbundels over jubilerende legeronderdelen uitgaf, vormt bronnenonderzoek naar het optreden van de krijgsmacht in het recente verleden steeds meer de kern van het werk. Het instituut hoopt binnenkort een grote studie af te ronden over de Nederlandse betrokkenheid bij UNIFIL, de mislukte vredesmacht in Libanon in de jaren '80. Maar ook gebeurtenissen die verder in het verleden liggen kunnen pijnlijk zijn, als ze maar kritisch worden uitgelicht. Al in 1990 leidde het boek Marsroutes en dwaalsporen van Petra Groen over het Nederlandse militair-strategische beleid na 1945 in Indonesië tot gefronste wenkbrauwen bij de landmachttop en tot enkele woedende brieven van boze veteranen.

,,De Grave had een punt dat hij een regeling wilde'', zegt hoogleraar Herman Amersfoort. ,,Maar in feite was het besluit van de minister een formalisering van een praktijk die wij al heel lang hanteerden.'' Kamphuis pakt een oude publicatie uit de boekenkast. ,,Zie je? Vroeger gebruikten we een soortgelijke formule ook al.''

Kan het IMG nu schrijven wat het wil? ,,Ja'', zegt Kamphuis volmondig. ,,Maar dat konden we vroeger ook al.'' Waar ging de discussie over Van Korea tot Kosovo dan over? ,,De minister wilde het manuscript van tevoren inzien'', zegt Kamphuis. ,,Geen bezwaar. De wedstrijd begint pas als ze er iets in willen veranderen.''

Kort daarop begon de wedstrijd, zegt Kamphuis. Een voorlichter belde. ,,Het departement had wat moeite met drie passages, of liever gezegd, formuleringen in het boek. Een betrof het ontslag van de top van de Militaire Inlichtingendienst in 1999. Het departement wilde benadrukt zien dat de betrokken burgers en militairen zelf hun functie ter beschikking hadden gesteld, vooral omdat ze nog in de afwikkeling van de arbeidsrechtelijke procedure zaten. Een tweede formulering vonden ze niet chic: `Minister Ter Beek ging voor de Kamer door de pomp'. Daar hebben we van gemaakt `De minister koos eieren voor zijn geld'. Maar in het derde geval hebben we niet toegegeven. In het boek stond dat minister De Grave bij zijn bezuinigingen in de Hoofdlijnennotitie de `kaasschaafmethode' toepaste. Volgens het departement klopte dat niet. Toen heb ik gezegd: jullie kunnen wel vinden van niet, ik vind dat de auteur op goede gronden tot deze conclusie is gekomen. Iedereen gebruikte dat woord toen, dus dat hebben we gewoon laten staan.''