India's militaire overmacht is enorm

India heeft veel meer wapens en militairen dan Pakistan. De grote onbekende factor in beide landen is de stand van de nucleaire bewapening.

Het wapengekletter dat India de afgelopen weken heeft laten horen langs de grenzen met Pakistan betekent niet dat India zich opmaakt voor een oorlog met Pakistan. New Delhi gebruikt zijn militaire overmacht over Pakistan voorlopig alleen om een jaren oude eis kracht bij te zetten. Islamabad moet een halt toeroepen aan een hele waaier van anti-Indiase terreurgroepen die zich tot voor kort zonder al te veel tegenwerking konden bewegen in Pakistan, omdat zij nu eenmaal dezelfde doelstelling hebben als de Pakistaanse regering: het Indiase deel van Kashmir moet uiteindelijk aan Pakistan toebehoren, of in elk geval worden losgeweekt van India.

Hoewel India zich vooralsnog beperkt tot dreigementen, hebben de Pakistanen alle reden zich zorgen te maken over de militaire manoeuvres langs de grens. De Indiase overmacht in militaire en personele zin is overweldigend. Zoals te verwachten valt kan een land met 1 miljard inwoners meer mensen onder de wapenen brengen dan een land met 140 miljoen inwoners. India beschikt over een leger van ruim 1,2 miljoen manschappen, Pakistan heeft ruim 600.000 man onder de wapenen.

India gaf vorig jaar naar schatting 14 miljard dollar (15,4 miljard euro) uit aan bewapening, Pakistan 3,3 miljard dollar. Bij de bewapening leunt India nog altijd zwaar op zijn oude bondgenoot Rusland, Pakistan is grotendeels afhankelijk van Chinese technologie en wapens. Ook in materieel opzicht is het verschil groot. India heeft 869 gevechtsvliegtuigen bij marine en luchtmacht, Pakistan beschikt over 547 toestellen.

De grote onbekende factor in beide landen – en ook verreweg de gevaarlijkste – is de stand van de nucleaire bewapening. India voerde in mei 1998 een aantal ondergrondse kernproeven uit, binnen twee weken gevolgd door Pakistan. Maar nog steeds tasten wapenexperts in de hele wereld in het duister over de werkelijke nucleaire capaciteiten op het subcontinent.

De meeste deskundigen gaan ervan uit dat India ongeveer zestig kernwapens kan maken, mogelijk meer dan honderd, en Pakistan ongeveer twintig, mogelijk vijftig.

De wapensystemen die beide landen hebben om uit te rusten met kernkoppen roepen nog veel vraagtekens op. Zowel India als Pakistan heeft een uitgebreid testprogramma voor korte- en middellange-afstandsraketten afgewerkt, op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat India het gehele grondgebied van Pakistan kan bereiken, en Pakistan het grootste gedeelte van India. Of die raketten kunnen worden uitgerust met kernkoppen is echter onzeker. De meeste internationale experts gaan er vooralsnog vanuit dat beide landen nu nog alleen kernwapens kunnen gebruiken vanuit een vliegtuig.

Wat de meeste zorgen baart is dat India en Pakistan nog steeds geen veiligheidsmaatregelen hebben genomen om te voorkomen dat een conventioneel militair conflict `per ongeluk' ontaardt in een nucleair conflict. Beide regeringsleiders beschikken weliswaar over een zogenoemde hotline, maar de waarschuwingstijd tussen de twee buurlanden is vrijwel nihil, zodat een politieke of militaire misrekening, of een fout in één van beide landen, desastreuze gevolgen kan hebben. Zowel India als Pakistan stelt echter dat de kans daarop niet groot is.

Wat de situatie tussen India en Pakistan anders maakt dan die tussen andere nucleaire rivalen, is dat de twee landen de eerste nucleaire mogendheden in de wereld zijn die ook daadwerkelijk – en bijna dagelijks – beschietingen op elkaars troepen uitvoeren in het grensgebied.

India, dat het hele nucleaire programma in civiele handen heeft gehouden, heeft direct na het houden van zijn kernproeven eenzijdig gesteld dat het nooit als eerste kernwapens zal gebruiken.

Pakistan, waar het leger sinds 1999 officieel aan de macht is, heeft zo'n no first use-doctrine nooit aangenomen in een poging de Indiase conventionele overmacht teniet te doen. Onbekend is hoe de twee landen hun wapenarsenalen hebben afgeschermd voor ongeautoriseerd gebruik.

Van India is inmiddels bekend dat de premier de `rode knop' in handen heeft. Mogelijk moet hij eerst een speciale veiligheidscommissie van ministers raadplegen voordat hij een kernwapen kan doen lanceren.

Maar over Pakistan bestaan in dat opzicht grotere zorgen. Hoewel de Pakistaanse president, generaal Musharraf, herhaaldelijk heeft gezegd dat de macht over het Pakistaanse kernwapenarsenaal onberispelijk is beveiligd, vrezen wetenschappers dat dat niet voor honderd procent het geval is. Dat geldt ook ten aanzien van de proliferatie van nucleaire kennis: onlangs nog werden drie vooraanstaande nucleaire wetenschappers aangehouden omdat zij in Afghanistan contact zouden hebben gehad met het Al-Qaeda-netwerk van Osama bin Laden.