`Ik zoek overal de zelfkant op'

Componist Jacob ter Veldhuis zet zijn liefde voor de Amerikaanse spreektaal om in gettoblaster- composities: moderne aria's van geknipte en geplakte stemfragmenten. Harde vrouwenstemmen zijn het meest geschikt.

Jacob ter Veldhuis (Groningen, 1951) houdt niet van negentiende-eeuwse klassieke zang. Het is de componist te gepolijst, te esthetisch, te sentimenteel. Doe hem maar de rauwe keelklanken van Muddy Waters en John Lee Hooker, de bluesmannen die hij al koestert sinds zijn dagen als zestienjarige mondharmonicaspeler in cafébandjes. ,,Hun stemmen zijn authentiek en bezield. Zo moet zang zijn, dichtbij de spreektaal'', vindt hij. ,,In de blues zit de overgang tussen spreken en zingen in het iets oprekken van de lettergrepen en het bewust aanhouden van een bepaalde toonhoogte.''

Ter Veldhuis staat bekend als een componist met oor voor rock en geluiden uit het hedendaagse leven. Op het album Heartbreakers heeft hij een manier gevonden om zijn fascinatie met Amerikaanse `slang' compositorisch te verwerken. Geïnspireerd door Steve Reichs werk met stemfragmenten (Different Trains en City Life), waarvan de melodie en het ritme van de spreektaal het uitgangspunt vormen, wierp Ter Veldhuis zich op de samplemachine. Met fragmenten uit onder meer de Jerry Springer Show, een documentaire over levenslang gestrafte jeugddelinquenten en interviews met Golfoorlogveteranen knipte en plakte hij acht hedendaagse aria's bij elkaar. ,,Ik zet de man in de straat op het podium'', stelt Ter Veldhuis zelf. ,,De meeste stukken zijn te spelen door een solist en een goede gettoblaster ook dat is afgekeken van straatmuzikanten. En er is veel vraag naar deze stukken. Sinds Arno Bornkamp Grab it! vorig jaar ten doop hield op het World Saxophone Congres in Montreal, word ik bestookt met verzoeken om nieuwe werken of bewerkingen voor bijvoorbeeld elektrische gitaar.''

De eerste gettoblastercompositie die Ter Veldhuis maakte, was May this bliss never end, een stuk voor tape, cello en piano. ,,Ik gebruikte daarvoor interviewopnamen van jazztrompettist Chet Baker, vlak voor diens dood. Hij heeft een erg mooie stem, maar hij was nogal stoned tijdens dat gesprek en mompelt een beetje binnensmonds. Van deze ervaring leerde ik dat ik luide stemmen moest hebben. Vrouwenstemmen zijn heel geschikt voor dit procédé; ze zijn een octaaf hoger dan mannenstemmen en een stuk helderder.''

Naar een bron hoefde de componist niet lang te zoeken. In het tv-programma The Jerry Springer Show wemelde het van luid sprekende vrouwen. ,,Ik heb een bijna pervers soort fascinatie voor de zelfkant van de samenleving. In Parijs zoek ik de clochards op, als ik in San Francisco ben ga ik zwerven door de getto's dat ik me daartoe voel aangetrokken heeft iets te maken met het bluesgevoel, denk ik, het is de hartverscheurende realiteit. Op televisie zie je dat soort authenticiteit vooral in reality-tv. De fragmenten die ik uit The Jerry Springer Show koos, komen uit een aflevering met aan crack verslaafde hoertjes. De confrontaties zijn bijzonder emotioneel en direct; de power van hun spreektaal is onmiskenbaar. Ik heb nauwelijks iets gemanipuleerd aan de stemmen, op wat time-stretching na.''

Ter begeleiding van de ritmisch-repetitieve mallemolen van snotterende en scheldende vrouwenstemmen componeerde Ter Veldhuis een tweeluik met wat hij `talkshow-muziek' noemt. Het is een energieke opeenstapeling van jazzlicks, rockclichés en muzikale citaten, vergelijkbaar met het repertoire van bijvoorbeeld de huisband van David Letterman. De gruwelijk ingewikkelde ritmeverschuivingen en maatwisselingen deden het uitvoerende jazzsextet The Houdini's aanvankelijk wanhopen.

,,Bij de eerste repetitie wierp drummer Bram Weiland een blik op de partituur en zei hij: `vergeet het maar, neem maar een drumcomputer'. De moed zonk me in de schoenen'', vertelt de componist. ,,Maar toen is hij gaan spelen met de trompetpartij voor zich. Het schijnt een truc te zijn die vaak wordt toegepast in bigbands, maar die ik niet kende. Uiteindelijk hebben The Houdini's noot voor noot gespeeld wat ik heb geschreven en daar hun eigen solo's aan toegevoegd. Heartbreakers is zo niet alleen een synthese geworden tussen samples en live instrumenten, maar ook tussen hun spel en mijn compositie.''

Het stuk ging in première tijdens het Jacob ter Veldhuis-festival, afgelopen maart in Rotterdam. De componist werkt nu aan een Heartbreakers-tournee met veejay Daniëlle Kwaaitaal, maar buigt zich inmiddels ook al over vervolgprojecten. ,,Er is nog veel te doen met dit gettoblasterprocédé. Ik zit bijvoorbeeld te denken aan muziektheater waarbij de acteurs allemaal playbacken. En hoewel ik inmiddels vijftig ben, ben ik niet doof voor de ontwikkelingen in de dance. Het zou heel mooi zijn om samples en beats te combineren, wellicht met een symfonieorkest erbij. Het Residentie Orkest heeft mij laatst gevraagd een stuk voor ze te schrijven, dus wie weet. Maar voordat ik dat doe moet ik me goed verdiepen in de house. Veel luisteren. En natuurlijk naar danceparties.''

Jacob ter Veldhuis: Heartbreakers (Emergo, EC 3920-2).

Website Jacob ter Veldhuis: www.xs4all.nl/~jtv1/