Huggen en schelden

Correspondent Victor Frölke bericht eens in de twee weken over zijn drukke leven met vrouw en kind van anderhalf in New York.

Je voelt je pas vader, schreef Martin Amis, als je zoon je voor het eerst een asshole noemt. Tot die tijd ben je toch een soort verdwaalde figurant, een veredelde vuilnisman, of op z'n best een gebrekkig speelkameraadje voor de kleine prins.

P. is anderhalf, dus ik heb nog even. Voor vloeken of schelden mist hij de woordenschat. Zijn Engels houdt op bij wow! en sjoes. Begrijpelijk als je ouders alleen `mooi zeg' en `schoenen' zeggen.

Gutturale klanken zijn hier sowieso niet populair. Zelfs als hij `papa' zegt, weet ik nooit zeker wie of wat hij daarmee bedoelt. `Papa' kan slaan op elk individu, al dan niet met lage stem of haar in het gezicht, dat hem af en toe een aai over de bol geeft. Aan de andere kant vermoed ik dat `mama' ook naar meer verwijst dan naar zijn moeder. Het betekent ook help. Of is dat hetzelfde?

Al kon P. zijn pa afbekken, dan nog is het de vraag of hij het zou doen. Amerika in het algemeen, en New York in het bijzonder, doet er alles aan om het generatieconflict met wortel en tak uit te roeien. Dat lijkt winst, maar is het niet. Kinderen worden behandeld als volwassenen en volwassenen als kinderen. Het is niet toevallig dat pizza's, hamburgers en kip met friet favoriet zijn bij kleuters, pubers, volwassenen en bejaarden. En terwijl het peuteronderwijs op sommige privé-dagverblijven in New York afgestemd is op hoogbegaafden, brokkelen de openbare scholen af. Je mag tegenwoordig blij zijn als Amerikaanse kinderen hun eigen land kunnen aanwijzen op een wereldbol.

Neohippie-ouders gaan discussies aan met kinderen van onder de tien die anderszins volstrekt ontoerekeningsvatbaar zijn. ,,Probeer je eens in te leven in mijn situatie.'' Stilte. ,,Mag ik een koekje?''

P. hoeft zich niet in te leven in mijn situatie. Bij zijn coming of age hoort dat hij zich afzet tegen zijn vader. Maar dan wil ik daarna wel huggen. ..FROLKE