Elke worp is raak

Welke eigentijdse publieke afvalbak beteugelt de Nederlandse zwijnerij?Van afvalkelk tot zuigcilinder. Lezers reageren op de oproep van S. Montag.

`Het moet fijn zijn om er iets in te gooien, je moet het vuil aangestampt, platgedrukt zien worden... weggezogen, verzwolgen. Die bak moet een slurpend, malend geluid maken... Een echoputeffect hebben... Moet appelleren aan een onderbewuste oervorm... Moet uitnodigen tot het uitleven van momentane driftgevoelens... En niet gedogen! Geen alternatieve lolbroekerij... Dit is een afvaltotem... Dit is de festivalbak... Ik wens u veel succes met uw aan de wortels van het bestaan rakende initiatief.''

Dit is een bloemlezing uit uw reacties op mijn uitnodiging om een eigentijdse publieke vuilnisbak te ontwerpen. Op krantenredacties wordt geschat met het timmermansoog: één brief staat voor 1.000 lezers. Dat wil zeggen: 999 hebben wel de aanvechting gevoeld te reageren, maar hadden geen pen en papier bij de hand. De duizendste was van alle gemakken voorzien. Zij/hij vertegenwoordigt die 999 anderen.

Ik heb 56 reacties op mijn vraag gekregen. Dit zou dan, volgens het timmermansoog, betekenen dat 56.000 mensen behoefte aan een nieuwe publieke vuilnisbak hebben. Een vergissing. Er wonen veel meer mensen in Nederland dan het aantal dat deze krant leest. Had de hele Nederlandse dagbladpers een beroep op haar lezers gedaan en hadden die naar rato van de oplage geantwoord, dan was gebleken dat legioenen krantenlezers snakken naar een nieuwe bak. Voor degenen die geen krant lezen geldt dat misschien ook, maar die weten niet hoe ze hun wens kenbaar moeten maken. Een goed lezen van de getallen leidt tot de conclusie dat een grote meerderheid van het volk rijp is voor een nieuwe vuilnisbak.

Een korte geschiedenis van het voorafgaande, de tachtigjarige oorlog tegen wat tegenwoordig `zwerfvuil' wordt genoemd. In de jaren twintig kwam de ANWB met een affiche; het aquarel van een verliefd paar in mooie omgeving. Op de achtergrond een bankje met op de grond eromheen rommel. `Laat niet als dank voor 't aangenaam verpozen, den eigenaar van 't bosch de schillen en de dozen.' Het is bij mijn weten het eerste berijmde appèl om de Nederlandse zwijnerij te bedwingen. Tientallen jaren gingen voorbij. Het eerste Nederlandse pretpark werd opgericht, de Efteling. Om de bezoekers op het rechte pad te houden probeerde de directie het met een rijmpje: `Papier hier'. Misschien heeft het daar geholpen; in de rest van het land niet.

In 1994 begon de Stichting Nederland Schoon een actie tot het bestrijden van vuil op de Zeeuwse campings. Om de bezoekers vuilbewust te maken werden vuilwerpwedstrijden georganiseerd. De Stichting heeft of had een logo: het wapenschild van Nederland, geflankeerd door leeuwen met bezempjes. Niets meer van gehoord.

De geest van Hiëronymus van Alphen bleef rondwaren. Begin dit jaar is de Stichting Ideële Reclame, SIRE, een actie begonnen, opnieuw ludiek: Weer een lid erbij, het gaat goed met de maatschappij! Zo'n lid gooide dan voortaan zijn afval in een afvalbak. Er waren ook plannen om een standbeeldje op te richten, op de Westermarkt in Amsterdam. Daarmee zou een zekere Rob worden geëerd, omdat hij zijn prop in de bak deed. Over de vraag of de Westermarkt de aangewezen plaats voor het beeld was ontstond onenigheid. Waar is Rob? Niet op de Westermarkt.

Intussen was minister Pronk van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu met een ander plan gekomen: heffing van statiegeld op blikjes en plastic flessen. Hoewel deze methode in Amerika goed werkt, kwamen hier de fabrikanten van bier, frisdranken en bronwater in opstand. Ze werden gesteund door middenstand en supermarkten. In het kabinet werd nog wanhopig gezocht naar consensus. Die werd niet gevonden. Vorige maand ging de kogel door de kerk. Het kabinet liet weten dat het `sterk betwijfelde' of de heffing van statiegeld op blikjes en plastic flessen zou helpen bij de strijd tegen het zwerfvuil. `Sterk betwijfelen' is, net als `weinig zinvol' en `nauwelijks haalbaar', in het poldernederlands hetzelfde als nee.

Het bedrijfsleven heeft nu twee jaar de tijd om andere maatregelen te nemen. De kans is groot dat er weer een dichter in de arm wordt genomen. Al krijgt de Dichter des Vaderlands zelf de opdracht, het wordt opnieuw niets. Dan is het 2003. Honderden mensen zullen intussen hun brieven hebben geschreven, tientallen acties zullen zijn gestrand. En dan komt het vraagstuk opnieuw in het kabinet. Ik hoop dat de heer Pronk daarin minister zal zijn, met dezelfde portefeuille. Ik vertrouw op zijn taaie vasthoudendheid. In 2003 is er weer hoop.

Over deze kant van de vaderlandse geschiedenis schreef ik een paar stukjes. Mijn conclusie is dat we de schuld van de oorzaak alleen bij de consument zoeken. Dat is niet rechtvaardig. Dat we zo welvarend zijn geworden, komt onder andere doordat de consument steeds meer consumeert, ook in de openbare ruimte. Om alles wat gegeten en gedronken wordt zit een verpakking. Sinds we door de vrije markt zijn gegrepen, is het totale volume van de verpakkingen met ongeveer 100 procent gestegen. Het totale volume van de publieke vuilnisbakken is tien procent gegroeid. Ontwerp een eigentijdse bak, vroeg ik de lezers. En toen kwam de elfde september.

Nu het leven weer min of meer zijn gewone gang heeft genomen, kom ik aan de uitslag. De 56 inzendingen heb ik ingedeeld in drie categorieën: de amateurs, van wie er veel een schetsmatig ontwerp vergezeld lieten gaan van wat ik zal noemen een `vuilfilosofie'; andere amateurs die hun schetsen nader hadden uitgewerkt; en de beroepsontwerpers die een kant-en-klare creatie stuurden. Bij de filosofen gaat mijn voorkeur uit naar de denkbeelden van Christiaan Riem in Groningen. Hij gaat er (ik vat het samen) van uit dat er in het Nederlandse volk nog altijd de traditionele reinheidsdrang schuilt; dat het ,,fijn moet zijn, iets in de bak te doen''. Het zich van vuil ontdoen moet ook beloond worden. Bovendien moet zo'n bak beantwoorden aan de esthetische eisen die we aan ons straatmeubilair stellen. Een universele bak die aan al deze voorwaarden voldoet lijkt hem niet uitvoerbaar. En zo komt hij tot de sierlijke afvalkelk, de vraatzuchtige afvalbal en de zuigcilinder waarin men het vuil in zijn laatste stuiptrekkingen ziet. De consument krijgt als het ware een keuzemenu voorgezet.

Bij de andere amateurs met nader uitgewerkte schetsen heb ik gekozen voor de Trash Burger van J.M. van de Pijpekamp in Ede. De bak laat door zijn vormgeving al zien waarvoor hij is bestemd. Hij wordt vastgehouden door een gestileerde hand van draadstaal ,,waardoor een transparantie blijft bestaan'' en het geheel de gebruiker visuele informatie geeft.

De beste van de bestaande beroepsontwerpen lijkt mij de bak van het bureau Brandes en Van Meurs in Utrecht. Een ruime bak met een betrekkelijk grote opening en een sieraad voor de omgeving. Dit type is op Schiphol al in gebruik.

Dan de Capitole, het onverwoestbare ontwerp van Bas Pruyser dat dateert van 1974. Het is een paar keer bekroond, en het wordt nog altijd in grote aantallen geproduceerd.

Mijn strikt persoonlijke keuze is de oude vuilnisbak in New York. Het ding is goedkoop, heeft geen scharnierende delen, er kan veel in, iedere worp is raak, en als je iets op straat gooit en een agent ziet het, dan krijg je 250 dollar boete, dat is ongeveer 275 euro.

Ik dank alle inzenders voor hun moeite: het nadenken, het schrijven en tekenen.En laten we hopen dat het vaderland een dienst is bewezen.