Dierenrechten

Met de bewering van Koos van Zomeren in zijn bijdrage `Hallo Utopia' (Z, 21 december) dat het bij de rechten van het dier allereerst over de plichten van de mens zou moeten gaan ben ik het eens.

Maar in hetzelfde stuk wijst hij de overeenkomst tussen de positie van dieren en de menselijke slavernij naar de prullenbak met als argument dat de eventueel verworven rechten niet door de dieren zelf kunnen worden gebruikt.

Het gaat hier mijns inziens om respect dat andere dieren verdienen, maar dat zij op basis van diep geworteld menselijk gedrag niet krijgen. Ons onvermogen tot respect is het resultaat van onwetendheid over alles wat anders is dan wij, in combinatie met de liefde-maakt-blind-eigenschap van mensen. Met dit laatste bedoel ik: de gewoonte van de mens een ander te beoordelen naar overeenkomsten met hemzelf, en dit vervolgens te belonen met liefde dan wel onverschilligheid.

De hieruit voortkomende blindheid valt samen te vatten onder de stelling: ik houd ervan, dus is het legitiem. De hele domesticatie-idee, die naar mijn mening inderdaad opvallende overeenkomsten met slavernij vertoont, is hier een direct gevolg van.

De eerste regel van het rechtboek voor andere dieren zou kunnen zijn: liefde legitimeert niet. Respect moet verdiend worden. Zoals de mens de natuur (inclusief de bio-industrie) nu beziet is dat respect door dieren nauwelijks te verdienen.

Van een rechtspositie kan al helemaal geen sprake zijn. Om de mate van respect die dieren verdienen te garanderen dient er, bij gebrek aan beter, een internationale rechtsgarantie te komen.