DE THEORIE

Specifieke reorganisatietheorieën bestaan niet, maar een aantal managementtechnieken heeft reorganisaties tot gevolg. Hieronder staan de belangrijkste zes.

Value Based Management

Doel van deze methode is het aandeelhoudersrendement te maximaliseren. Dat betekent dat jaar in jaar uit de nettowinst moet stijgen. Sinds de komst van Rijkman Groenink omarmt ABN Amro deze theorie. Gevolg is dat de bank 6.250 banen schrapt. Ook supermarktconcern Ahold, dat al circa tien jaar de winst jaarlijks met ongeveer 20 procent laat stijgen, is een fervent gebruiker van deze techniek.

Business Process Re-engineering

Deze begin jaren negentig ontstane theorie richt zich op het verbeteren van het bedrijfsproces van een onderneming. Werknemers zijn dan niet meer verantwoordelijk voor een afdeling maar voor een gedeelte van het proces. Daardoor zijn veel inefficiënties op te lossen. Vooral industriële bedrijven gebruiken de methode, met reorganisaties tot gevolg.

Time Based Competition

Deze methode lijkt op de vorige, met dit verschil dat de dimensie tijd er aan is toegevoegd. Vaak blijkt dat er veel tijd zit tussen het moment van bestellen en leveren van een product of dienst. In de verstreken tijd zitten veel `dode momenten'. Deze methode spoort dat soort inefficiënties op en haalt ze eruit. Vaak met gevolgen voor het personeelsbestand.

Just-in-time management

Theorie uit de jaren tachtig die vooral betrekking heeft op industriële bedrijven. Doel is de grondstoffen of componenten voor een product pas te leveren als ze nodig zijn. Voordeel is dat voorraden zo goed als verdwijnen, wat aan kapitaalbeslag scheelt. Gevolg is dat distributiecentra verdwijnen, en dus ook personeel. Vooral in Japan een methode die tot grote hoogte is ontwikkeld.

Core competencies

Bedrijven moeten onderzoeken wat hun beste vaardigheid is, niet in welke producten of diensten zij excelleren. Honda's belangrijkste vaardigheid is het ontwikkelen en bouwen van motoren, niet het fabriceren van motorfietsen. Honda concentreert zich nu op motoren, die gebruikt worden in bijvoorbeeld grasmaaiers en buitenboordmotoren, producten die Honda zelf niet ontwikkelt. De keuze voor een vaardigheid heeft vaak consequenties voor personeel.

Activity Based Costing

Bij deze methode draait het om de kostprijs per tijdseenheid van een product of dienst. Fabrikanten die zowel standaardproducten als aangepaste producten leveren denken vaak met de aangepaste producten, die duurder zijn, het meeste geld te verdienen. Vaak valt dat tegen als deze methode erop wordt losgelaten. Producenten neigen dan ook steeds meer naar standaardproducten met als gevolg dat mensen die werken aan de speciale producten het bedrijf moeten verlaten.

Bron: The Boston Consulting Group